29 435 Nota Ruimte

Nr. 260 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 april 2010

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de nog openstaande vragen van het Algemeen Overleg over de Uitvoering van de Nota Ruimte van 8 april 2010. De antwoorden zijn per onderwerp gebundeld.

Bedrijventerreinen

Wat zijn de mogelijkheden van gemeenten om gemeenschappelijk grondprijsbeleid onderling af te stemmen om te voorkomen dat gemeenten te lage grondprijzen berekenen? Hoe wordt omgegaan met de aanbevelingen uit de Handreiking uitvoeringstrategie die door de Bestuurlijke Werkgroep Uitvoeringsstrategie (her)ontwikkeling bedrijventerreinen (BWU) onder voorzitterschap van J.A. Jorritsma is opgesteld?

De Handreiking uitvoeringsstrategie beveelt gemeenten aan om in regionaal verband aan te koersen op een regionaal grondbeleid en daarbij marktconforme grondprijzen te hanteren. Daarbij wordt expliciet de residuele grondprijs-methodiek genoemd als een manier om marktconforme grondprijzen te berekenen. Deze aanbeveling past prima bij de uitgangspunten van de aanpak van het nieuwe bedrijventerreinenbeleid en het convenant bedrijventerreinen. De gemeenten en provincies zullen deze aanbevelingen meenemen bij de uitwerking van de afspraken over regionale samenwerking, die zij in het kader van het convenant binnen twee jaar met elkaar moeten maken. De provincies pakken hun regierol bij deze regionale samenwerking inmiddels voortvarend op.

Afspraken over regionaal grondbeleid moeten natuurlijk passen binnen de kaders van de Mededingingswet. Dit betekent dat gemeenten onderling geen afspraken mogen maken over grondprijzen of grondprijsverhogingen. Alleen onder strikte voorwaarden kunnen gemeenten afspraken maken over de methodiek van de prijszetting. Deze mogelijkheid biedt regio’s kansen om regionaal grondbeleid inhoud te geven. Een goed voorbeeld biedt het Convenant Bedrijventerreinen voor de regio Groningen – Assen dat onlangs is getekend.

Wat zijn de economische effecten van de herstructureringsopgave?

In het convenant is opgenomen dat tot en met 2013 6500 ha herstructurering van verouderde bedrijventerreinen in uitvoering zal worden genomen. De ervaring leert dat deze herstructurering ertoe zal leiden dat bedrijventerreinen weer economisch vitaal en functioneel zijn. Dit zal ook leiden tot nieuwe investeringen van de bedrijven zelf. De economische effecten van deze herstructureringsopgave zullen bij de evaluatie van de provinciale herstructureringsprogramma’s in 2013 worden meegenomen.

Waarom is verzakelijking niet meegenomen in het convenant bedrijventerreinen?

De afspraken in het convenant zijn primair gericht op planning en programmering van bedrijventerreinen, herstructurering van verouderde terreinen en stimulering van de ruimtelijke kwaliteit. Om deze reden zijn geen specifieke afspraken over verzakelijking in het convenant opgenomen. Het convenant is wel een voorwaarde om verzakelijking te stimuleren. Een goede regionale samenwerking is namelijk nodig om voor private ontwikkelaars en beleggers een stabiele markt te creëren. Zoals in de brief over de nieuwe aanpak van het bedrijventerreinenbeleid (31 253, nr. 22) is aangegeven, wordt thans in overleg met o.a. IPO en VNG gewerkt aan roadmap verzakelijking. Hierover wordt u voor de zomer, in het kader van de motie Pieper-Linhard (32 123 XI, nr. 32) geïnformeerd.

Landschap

Is het mogelijk om te komen tot een vermindering van het aantal landschapsregimes?

Zoals in de Agenda Landschap en in de brief over de Samenwerkingsagenda Mooi Nederland (31 500 nr. 19) al is aangegeven, wordt samen met LNV gewerkt aan het vereenvoudigen van gebiedscategorieën. Streven is om te komen tot meer samenhang in de aanpak van de groene ruimte: natuur, landschap, water en recreatie. Bedoeling is dit te vertalen in een nieuw planologisch regime voor het groen. Het aantal categorieën zal verminderd worden en er zal helder worden aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is (rijk-regio).

Is het mogelijk om te zorgen dat burgers en ondernemers makkelijk kunnen zien welke regels er gelden in een bepaald gebied?

De nieuwe Wro verplicht gemeenten/provincies en het rijk om ruimtelijke plannen te digitaliseren en beschikbaar te stellen.

Kan de Oude Rijnzone Oost aangewezen worden als rijksbufferzone?

Het huidige beleid voor het Groene Hart en de aanwijzing als snelwegpanorama bieden voldoende kaders om de kernkwaliteiten in dit gebied te beschermen. Om onnodige stapeling van beleidskaders te vermijden, is het voorstel om de Oude Rijnzone Oost als bufferzone aan te wijzen hier ongewenst.

Kan de minister van VROM samen met regionale overheden werken aan een integrale gebiedsvisie voor het Hollandsche landschap rondom Stompwijk?

Het gebied rond Stompwijk maakt onderdeel uit van de Bufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer. Het voortouw voor de ontwikkeling van bestaande en eventueel nieuwe bufferzones ligt bij de provincie en/of samenwerkende gemeenten. Het rijk ondersteunt hen daarbij. De inzet is gericht op het komen tot een integrale gebiedsvisie met bijbehorend uitvoeringsprogramma.

Zijn de nationale landschappen goed beschermd met de AMvB?

Volgens de AMvB dient het provinciaal bestuur de kernkwaliteiten van het nationaal landschap uit te werken. Daarnaast dient er bij verordening aangeven te worden hoe het «ja, mits»-regime en het voorkómen van grootschalige ontwikkelingen wordt geborgd. Ook dient bij verordening de woningbehoefte volgens het migratiesaldonul vastgelegd te worden. De verordening zal zodanig sturend moeten zijn dat gemeenten weten wat er van hen verwacht wordt ten aanzien van de kwaliteiten in de nationale landschappen. Hiermee zijn de nationale landschappen goed beschermd.

Digitalisering ruimtelijke plannen

Heeft de verplichting om ruimtelijke plannen digitaal beschikbaar te stellen tot problemen geleid bij gemeentes?

Uit contacten met het veld (gemeenten, leveranciers, helpdesk) blijkt dat er geen grote problemen zijn opgetreden rond de wettelijke verplichting om plannen digitaal beschikbaar te stellen. Op de landelijke voorziening RO-Online www.ruimtelijkeplannen.nl) zijn inmiddels ca. 3700 digitale ruimtelijke plannen gepubliceerd. Op dit moment heeft 85% (380) van de gemeenten al 1 of meer nieuwe digitale plannen volgens de wettelijke vereisten gepubliceerd (totaal ca. 2100 plannen). Daarnaast heeft 25% van de gemeenten op vrijwillige basis 1 of meer vigerende plannen gepubliceerd (totaal ca. 1600 plannen). Bij de gemeenten die nog niet hebben gepubliceerd, blijkt dat dit grotendeels komt doordat zij nog geen inhoudelijke aanleiding hebben om een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen.

Grondbeleid

Wanneer wordt het rapport van het onderzoek naar planbatenheffing aan de Tweede Kamer gestuurd?

Een rapport van Ecorys met verschillende opties en berekeningen van financiële ingrepen zal tegelijk met deze brief separaat aan de Kamer worden toegezonden.

Hoe kijkt de minister aan tegen de voorstellen van de heer Winsemius in Nova?

De maatregel die de heer Winsemius recent in Nova voorstelde komt voor in het reeds genoemde Ecorys rapport. Daarnaast komt deze maatregel ook terug in de rapporten van meerdere heroverwegingsgroepen. Een inhoudelijke reactie op de voorstellen uit het Ecorys-rapport en de voorstellen uit de heroverwegingsrapporten is aan een volgend kabinet.

Is de minister bereid om een open ruimte heffing in te voeren?

In het rapport van Ecorys worden verschillende opties genoemd om verhaalsmogelijkheden te verruimen vanuit gebiedsontwikkelingen ten behoeve van landschap, herstructurering van bedrijventerreinen en binnenstedelijk bouwen. Het verruimen van verhaalsmogelijkheden is mijns inziens gewenst. Hiertoe zijn verschillende maatregelen denkbaar, zoals het rapport schetst. Eén van de goed denkbare maatregelen is de open ruimte heffing. Het is aan een volgend kabinet om hier inhoudelijk besluiten over te nemen.

Projecten Nota Ruimte

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de Nota Ruimte projecten?

Aan alle 23 projecten is geld toegekend. Een groot deel van de projecten is in uitvoering. Over de voortgang wordt u geïnformeerd via het MIRT-projectenboek, dat in september 2010 aan u wordt toegezonden. Zoals reeds eerder gemeld, is één project afgevallen op verzoek van de provincie, te weten Groot Mijdrecht Noord.

Centrale As

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de Centrale As?

In januari 2010 is het ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) ter inzage gelegd. Door de VROM-Inspectie is een zienswijze namens het rijk ingediend. Hierover is op 16 maart jl. een overleg geweest tussen VROM en de provincie Fryslan. Afgesproken is dat er nog een gesprek zal zijn met Yttje Feddes, rijksadviseur voor het landschap. Verder is afgesproken dat het, inmiddels ingestelde kwaliteitsteam, zal worden ingezet bij de verdere ontwikkeling van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Centrale As (het Koersdocument).

Brainport Eindhoven

Waarom gaat er geld naar infrastructuur in het kader van het project Brainport Eindhoven?

Het project Brainport Eindhoven betreft een integraal project. Infrastructuur is slechts één van de dragers van de gebiedsontwikkeling. Het geld voor het project (81,8 miljoen) wordt besteed aan een groen raamwerk met verbinding tussen stad en Nationaal Landschap Het Groene Woud, de aansluiting A2, fietspaden en een ecologische zone. Van de in totaal 81,8 miljoen voor dit project wordt 36,8 miljoen aan infrastuctuur besteed.

Meegroeiwoning

Ziet de minister iets in het idee van meegroeiwoningen en is de minister bereid de wetgeving waar nodig aan te passen om dit mogelijk te maken?

Gemeenten kunnen nu al in hun ruimtelijke plannen meegroeiwoningen opnemen. Er zijn geen wettelijke belemmeringen die de uitvoering van dit idee verhinderen. Onder andere in de gemeente Rotterdam is er al met dit idee geëxperimenteerd.

Uitvoering moties

In het kader van de Motie Pieper-Linhard (32 123 XI, nr. 32) zal ik voor de zomer uw Kamer informeren over de afspraken die met het IPO en de VNG worden gemaakt over de pilots om verzakelijking te stimuleren.

Zoals ik in het debat al heb aangegeven wordt u binnen enkele maanden geïnformeerd over de bevindingen in het kader van de motie-Linhard (32 123 XI, nr. 39), over het creëren van ruimte voor kleinere winkeliers. Er wordt gezocht naar oplossingen die op draagvlak kunnen rekenen en ook in de praktijk kunnen werken. Het gaat hier echter om een trend die niet met alleen maar ruimtelijke maatregelen valt te keren.

Voor wat betreft de motie Mastwijk (32 030, nr. 5) over plattelandswoningen, onderschrijf ik de noodzaak gemeenten zo spoedig mogelijk de mogelijkheid te bieden de bestemming plattelandswoning te kunnen benutten. Het zal echter moeilijk zijn het wetsvoorstel voor 1 juli af te ronden, daar de problematiek juridisch zeer complex is en het wetsvoorstel nog voor advies aan de Raad van State moet worden aangeboden. Naar verwachting zal het wetsvoorstel spoedig na de zomer worden aangeboden.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. C. Huizinga-Heringa

Naar boven