nr. 1
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoetermeer, 23 december 2002
Eind 2001 is de Tweede Kamer het Actieplan Alfabetisering autochtone Nederlanders
aangeboden (brief van 19 december 2001; Kamerstukken II, 2000–2001,
ocw0200002). Dit is gebeurd op verzoek van de Kamer, nadat was vastgesteld
dat binnen het gemeentelijke educatieaanbod de aandacht voor de alfabetisering
van autochtone Nederlanders tekort schiet.
Nederland telt zo'n 1,3 miljoen «functioneel ongeletterden».
Een half miljoen hiervan bestaat uit immigranten, maar 800 000 volwassen
autochtone Nederlanders vallen eveneens binnen deze categorie met onvoldoende
taal- en rekenvaardigheden om adequaat te functioneren in de samenleving.
Onder hen zijn naar schatting 250 000 mensen min of meer analfabeet.
Het gaat veelal om ouderen, maar ook om jongeren. Gebleken is dat zeven procent
van de jongeren tussen 16 en 19 jaar (autochtoon en allochtoon) nagenoeg analfabeet
is; het betreft voor een belangrijk deel voortijdige schoolverlaters.
Het actieplan is gericht op de genoemde 250 000 «echte»
analfabeten onder de autochtone Nederlanders. Voor het onderwijs in het Nederlands
als tweede taal (NT 2) aan immigranten (ook voor de analfabeten onder hen)
zijn de afgelopen jaren immers al verschillende initiatieven ontplooid. De
Kamer is hierover (het onderzoek naar wachtlijsten voor oudkomers/het groot
project inburgering) uitvoerig geïnformeerd door de ministers van Grote
steden- en integratiebeleid respectievelijk Vreemdelingen- en integratiebeleid.
Het Actieplan Alfabetisering autochtone Nederlanders bestaat uit twee
onderdelen: een campagne en de ontwikkeling van een meerjarenplan 2003–2006.
Voor de uitwerking van het actieplan is een stuurgroep ingesteld waarin
naast het ministerie van OCenW de belangrijkste actoren vertegenwoordigd zijn.
Het betreft de VNG en de Bve Raad als representanten van opdrachtgevers en
opdrachtnemers in de volwasseneneducatie: de gemeenten respectievelijk
de regionale opleidingencentra (ROC's). Naast de stuurgroep is een projectteam
geformeerd waarin ook deelnemers namens de Landelijke Vereniging van Onderwijsadviseurs
(LVO) en de Stichting Landelijk Netwerk Nederlandstaligen in de Educatie participeren.
Eind november 2002 heeft de stuurgroep het meerjarenplan aan mij aangeboden.
Dit plan getiteld «Van de zijlijn naar het speelveld» bied ik
u hierbij aan.1 Het plan heeft betrekking op de
periode 2003–2006.
Voor een aantal maatregelen in het plan is de financiële dekking
in 2003 geregeld binnen de OCenW-begroting. Het gaat daarbij om de voorzetting
van de campagne die in september 2002 van start is gegaan en maatregelen die
hiermee nauw verband houden, zoals de instandhouding van een sluitende landelijke
bellijn, de internetsite www.alfabetisering.nl,
een informatieve CD-ROM en de jaarlijks terugkerende monitoring van behaalde
resultaten. Andere onderdelen hebben een agenderend karakter. In overleg met
andere partijen (ministeries, sociale partners) zal bezien moeten worden in
hoeverre zij gerealiseerd kunnen worden.
Het plan stelt de communicatieactiviteiten voorop. Refererend aan de titel
van de werkconferentie waarmee het alfabetiseringswerk in 2000 een nieuwe
impuls heeft gekregen, wordt gesteld dat het er allereerst om gaat –
meer dan nu het geval is – «analfabeten in beeld» te krijgen.
Ondanks de publiciteit waarmee de campagne op 9 september 2002 van start
is gegaan, is het aantal nieuwe cursisten dat zich meldt beperkt gebleven,
soms tot maar enkele tientallen per ROC. De inzet van radio en (regionale)
tv-spots en aandacht in veel bekeken televisieprogramma's zal bijdragen om
de nagestreefde substantiële toename te realiseren.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
A. D. S. M. Nijs