27 588
Regels tot vaststelling van een structuur voor de uitvoering van taken met betrekking tot de arbeidsvoorziening en socialeverzekeringswetten (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen)

nr. 11
AMENDEMENT VAN DE LEDEN SCHIMMEL EN DE WIT

Ontvangen 15 juni 2001

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

A. Na onderdeel f wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

g. College van toezicht werk en inkomen: het College van toezicht werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 7;.

B. In onderdeel j (nieuw) wordt na «de Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

II

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

A. In het eerste lid wordt beide malen na «een Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: een College van toezicht werk en inkomen,.

B. In het tweede lid wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

III

In de artikelen 3, eerste en vijfde lid, 3c en 3d wordt telkens na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

IV

In artikel 3, vierde lid, wordt aan de eerste volzin een zinsdeel toegevoegd, luidende: , nadat het College van toezicht werk en inkomen in de gelegenheid is gesteld hierover advies uit te brengen.

V

Hoofdstuk 7 wordt vervangen door:

HOOFDSTUK 7. TOEZICHT

Artikel 23. Toezicht door het College van toezicht werk en inkomen

Het College van toezicht werk en inkomen is belast met:

a. het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering van de bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank opgedragen taken;

b. het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de wijze waarop de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank met elkaar en met burgemeester en wethouders van de gemeenten bij de uitvoering van de aan hen opgedragen taken samenwerken;

c. het verrichten van andere bij of krachtens een wet aan het College van toezicht werk en inkomen opgedragen taken.

Artikel 24. Jaarplan, jaarverslag en rapportages van het College van toezicht werk en inkomen

1. Vóór bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstippen legt het College van toezicht werk en inkomen eens per vier jaar een meerjarig toezichtsplan en jaarlijks een plan van werkzaamheden aan Onze Minister ter vaststelling voor.

2. Jaarlijks vóór bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstippen stelt het College van toezicht werk en inkomen een verslag op over de uitkomsten van de toezichtswerkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar.

3. Onze Minister brengt zijn oordeel over het in het tweede lid bedoelde verslag ter kennis van het College van toezicht werk en inkomen.

4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde bescheiden.

5. Onze Minister brengt de bescheiden, bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede alle overige, door het College van toezicht werk en inkomen relevant geachte, rapportages, voorzien van zijn oordeel, binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn, ter kennis aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel 25. Gegevensverstrekking aan het College van toezicht werk en inkomen

1. De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank verstrekken op verzoek, kosteloos, aan het College van toezicht werk en inkomen alle gegevens en inlichtingen die voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk zijn.

2. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen verlenen het College van toezicht werk en inkomen op verzoek toegang tot en inzage in gegevens en bescheiden voorzover dat voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk is.

3. Het College van toezicht werk en inkomen bepaalt de termijn waarbinnen en de wijze waarop aan de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.

4. Indien naar het oordeel van het College van toezicht werk en inkomen gerede twijfel bestaat omtrent de volledigheid of juistheid van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekte stukken als bedoeld in artikel 32, voorzover dit betreft de rechtmatige en doelmatige besteding van door dat instituut ter beschikking gestelde financiële middelen ten behoeve van de inschakeling van werkzoekenden, uitkeringsgerechtigden en arbeidsgehandicapten in de arbeid, kan het College van toezicht werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen opdragen bij de natuurlijke of rechtspersoon die deze middelen heeft besteed, ter verificatie een nader onderzoek te doen instellen door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij de verstrekte informatie niet betrokken is geweest. Het College van toezicht werk en inkomen bepaalt welke aspecten van de verstrekte informatie geverifieerd dienen te worden en de termijn waarbinnen het onderzoek wordt verricht.

Artikel 26. Kennisgeving besluiten

Onze Minister kan regels stellen waarin besluiten van de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank worden omschreven die overeenkomstig die regels, binnen de in die regels gestelde termijnen, ter kennis van het College van toezicht werk en inkomen worden gebracht.

Artikel 27. Aanwijzingsbevoegdheid College van toezicht werk en inkomen

1. Het College van toezicht werk en inkomen kan de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van hun taken. Het treedt daarbij niet in individuele gevallen.

2. De Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank zijn gehouden overeenkomstig de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, te handelen.

VI

In artikel 29, eerste lid, wordt na «Raad voor werk en inkomen» ingevoegd: , het College van toezicht werk en inkomen.

VII

In artikel 3, eerste lid, wordt na de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende Het College van toezicht werk en inkomen stelt elk jaar een begroting voor het komende kalenderjaar vast en biedt deze vóór de in de vorige volzin bedoelde datum aan Onze Minister aan.

VIII

In artikel 31, eerste lid, wordt na «de Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen.

IX

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

A. In het vierde lid wordt na «Onze Minister» ingevoegd: en het College van toezicht werk en inkomen.

B. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

12. Dit artikel is, met uitzondering van het bepaalde ten aanzien van het jaarverslag, van toepassing ten aanzien van het College van toezicht werk en inkomen.

X

Na artikel 34 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34a. Toezicht fondsbeheer

1. Het College van toezicht werk en inkomen controleert of bedragen die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank ten laste of ten gunste van een fonds worden gebracht, in overeenstemming zijn met daaromtrent gestelde regels en daaraan redelijkerwijs te stellen eisen.

2. Indien het College van toezicht werk en inkomen van oordeel is dat de in het eerste lid bedoelde overeenstemming ontbreekt met betrekking tot bedragen die door de Sociale verzekeringsbank ten laste van een fonds zijn gebracht, doet hij hiervan mededeling aan de Sociale verzekeringsbank.

3. Indien het College van toezicht werk en inkomen van oordeel is dat de in het eerste lid bedoelde overeenstemming ontbreekt met betrekking tot bedragen die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten laste van een fonds zijn gebracht, doet hij hiervan mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en deelt hij aan dat instituut mede welke bedragen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten laste of ten gunste van het fonds brengt.

4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan bedragen die, in gevallen als bedoeld in het derde lid, niet ten laste van een in artikel 1, onderdeel k, subonderdelen 1 tot en met 3 en 7 tot en met 10, bedoeld fonds kunnen worden gebracht, ten laste brengen van een wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid.

XI

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

A. In het eerste lid wordt na «Onze Minister» ingevoegd: en het College van toezicht werk en inkomen.

B. In het tweede lid wordt na «kunnen» ingevoegd: , na overleg met het College van toezicht werk en inkomen.

XII

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

A. In het opschrift wordt het woord «en» na «de Sociale verzekeringsbank» vervangen door een komma, en wordt «de Inspectie Werk en Inkomen» vervangen door: het College van toezicht werk en inkomen.

B. De aanhef van het eerste lid komt te luiden:

1. Een ieder verstrekt op verzoek aan de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, het College van toezicht werk en inkomen en Onze Minister, kosteloos, alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bij of krachtens deze wet of enige andere wet door het desbetreffende bestuursorgaan uit te voeren taken ten opzichte van:.

C. In het tweede en derde lid wordt telkens «de Inspectie Werk en Inkomen» vervangen door: het College van toezicht werk en inkomen.

D. In het vijfde lid vervallen de zinsneden «, alsmede aan de Inspectie Werk en Inkomen» en «en de Inspectie Werk en Inkomen».

XIII

In de artikelen 38, eerste lid, 40, 44a en het opschrift van dat artikel, wordt telkens na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

XIV

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

A. In het derde lid, onderdeel e, wordt «de Inspectie Werk en Inkomen» vervangen door: het College van toezicht werk en inkomen.

B. In het vijfde lid wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

XV

In artikel 46a wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

XVI

In artikel 47, derde lid, wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: «het College van toezicht werk en inkomen,» en wordt de zinsnede «en aan de Inspectie Werk en Inkomen» vervangen door: en aan het College van toezicht werk en inkomen.

XVII

In artikel 48, eerste en tweede lid, wordt beide malen na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

XVIII

In artikel 49 wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

XIX

Artikel 49a wordt als volgt gewijzigd:

A. In het eerste lid wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: van het College van toezicht werk en inkomen,.

B. Na het eerste lid worden, onder vernummering van het tweede lid tot zesde lid, vier leden ingevoegd, luidende:

2. Indien een besluit naar het oordeel van het College van toezicht werk en inkomen voor vernietiging in aanmerking komt, doet het College daarvan binnen twee dagen nadat het besluit te zijner kennis is gekomen, mededeling aan Onze Minister. Het College geeft hiervan tegelijkertijd kennis aan het bestuursorgaan dat het besluit nam.

3. Het College van toezicht werk en inkomen draagt zorg voor de totstandkoming van stukken waaruit de gronden voor zijn in het tweede lid bedoelde oordeel blijken en zendt deze stukken binnen een week na de in het tweede lid bedoelde mededeling aan Onze Minister.

4. Een besluit ten aanzien waarvan het tweede lid is toegepast, wordt niet of niet verder uitgevoerd, voordat van Onze Minister de mededeling is ontvangen dat voor schorsing of vernietiging geen gronden bestaan. Indien het besluit niet binnen vier weken na dagtekening van de in het tweede lid bedoelde mededeling is geschorst of vernietigd, wordt het uitgevoerd.

5. Indien een bekendgemaakt besluit niet is vernietigd binnen de tijd waarvoor het is geschorst, wordt dit door de rechtspersoon die het besluit heeft genomen, bekendgemaakt.

XX

In artikel 49b, eerste en tweede lid, wordt beide malen na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

XXI

In artikel 50, eerste lid, wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

XXII

In artikel 51 wordt «artikel 31, eerste, tweede en zesde lid» vervangen door «artikel 31, eerste tot en met vierde en achtste lid» en wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen» ingevoegd: het College van toezicht werk en inkomen,.

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe het toezicht niet te doen plaats hebben door de Inspectie Werk en Inkomen, maar door een meer onafhankelijk orgaan, het College van toezicht werk en inkomen. Het College is een zelfstandig bestuursorgaan.

Zie voor de uitwerking in de invoeringswet amendement 27 665, nr. 8.

Schimmel

De Wit

Naar boven