27 184
Aanpassingswet Wet inkomstenbelasting 2001

nr. 12
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2000

Tijdens het Wetgevingsoverleg van 13 november jl. heb ik toegezegd nadere informatie te verschaffen over de aanpassing van regelingen die aansluiten bij het netto-inkomen. Ter voldoening aan deze toezegging, bespreek ik onderstaand de desbetreffende regelingen.

Wet op de rechtsbijstand

De gesubsidieerde rechtsbijstand heeft als doel de toegang tot het recht voor iedereen, ongeacht draagkracht, mogelijk te maken. De raden voor rechtsbijstand nemen op zowel inhoudelijke als financiële gronden een beslissing of een aanvrager in aanmerking komt voor een toegevoegde rechtsbijstandverlener. Tegelijk met de toevoegingsbeslissing stellen zij de hoogte van de eigen bijdrage vast. De hoogte van de eigen bijdrage is geregeld in het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand. Dit besluit zal bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.

Ter uitvoering van de voorhangprocedure als bedoeld in artikel 49 van de Wet op de rechtsbijstand is reeds op 13 september jl. een concept van deze algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer aangeboden.

Kinderopvang

Het ministerie van VWS stelt jaarlijks een adviestabel vast voor de ouderbijdragen kinderopvang. Dit gebeurt via een circulaire en is niet gebaseerd op wet- of andere regelgeving. De hoofdregel is dat de ouderbijdrage wordt gebaseerd op het inkomen van de laatst vastgestelde definitieve aanslag inkomstenbelasting. Indien de afgelopen drie jaren geen aangifte is gedaan wordt het inkomen gebaseerd op de meest recente loonstrook of inkomensspecificatie van de werkgever, pensioen- of uitkeringsinstantie.

Op dit moment wordt het netto-gezinsinkomen als draagkrachtcriterium gehanteerd. Met ingang van 1 januari 2001 wordt overgestapt van netto-inkomen naar belastbaar inkomen. De netto-inkomens in de adviestabel moeten worden «vertaald» naar belastbare inkomens. Bij deze omrekening wordt ook rekening gehouden met de gevolgen van het herziene belastingstelsel. Hierbij is het uitgangspunt dat het inkomensvoordeel van de belastingherziening niet ongedaan wordt gemaakt door hogere ouderbijdragen. Bovendien worden voor het jaar 2001 twee adviestabellen vastgesteld omdat zowel het belastbare inkomen uit het verleden als het actuele belastbaar inkomen de grondslag kan zijn van de ouderbijdragen.

De adviestabellen worden uiterlijk begin december 2000 gepubliceerd door het ministerie van VWS.

Eigen bijdrage intramurale zorg in AWBZ-instellingen

Op dit moment wordt bezien of het belastbaar inkomen in 2001 kan worden ingevoerd als grondslag voor de intramurale eigen bijdragen AWBZ. Omdat de vormgeving van de eventuele nieuwe bijdrageregeling nog niet bekend is, wordt hieronder uitgegaan van de bestaande regeling. De intramurale eigen bijdragen AWBZ worden thans jaarlijks per 1 juli aangepast op basis van netto inkomensgegevens van het voorafgaande jaar.

a. Hoge intramurale bijdragen

In beginsel is de hoge bijdrage gelijk aan het netto-inkomen verminderd met het bijstandszak- en kleedgeld en met aftrekposten die afhankelijk zijn van de individuele situatie van de bewoner. Omdat bij de berekening van de te betalen bijdrage vanaf 1 juli 2002 het bijstandszak- en kleedgeld uit 2001 wordt gebruikt, is behoud van het netto-voordeel van de belastingherziening op niveau van het bijstandszak- en kleedgeld gegarandeerd.

b. Lage intramurale bijdragen

Sinds 1997 bestaat een inkomensafhankelijke regeling voor de lage intramurale bijdragen AWBZ. Deze regeling geldt bij kortdurend verblijf én bij langdurige opname indien de partner niet is opgenomen. De maximaal verschuldigde eigen bijdragen liggen vast in een tabel met vijf inkomensklassen. Bij de huidige tabel worden de inkomensgrenzen aangepast op basis van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie. De positieve netto-inkomenseffecten als gevolg van de belastingherziening zijn echter relatief groot. Om versnelde doorstroom naar een hogere klasse te voorkomen moeten de grenzen in 2002 extra worden verhoogd.

Voor het aanbrengen van de correcties bij de intramurale bijdragen per 1 juli 2002 is te zijner tijd een algemene maatregel van bestuur nodig. De Tweede Kamer zal hierover te gelegener tijd worden geïnformeerd.

Kwijtscheldingsregelingen

Bij onvoldoende betalingscapaciteit en afwezigheid van vermogen kunnen burgers een beroep doen op kwijtschelding van gemeentelijke, waterschaps- en rijksbelastingen. De normen van de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990 zijn van overeenkomstige toepassing voor gemeenten en waterschappen (op grond van artikel 255, tweede lid, van de Gemeentewet respectievelijk artikel 144, tweede lid, van de Waterschapswet). Deze normen zijn geformuleerd door middel van verwijzingen naar de netto-niveau's van de Algemene bijstandswet1. De positieve inkomenseffecten die per 1 januari 2001 optreden bij bijstandsgerechtigden, krijgen daardoor een automatische doorvertaling naar de kwijtscheldingsnormen op rijks- en gemeenteniveau; met andere woorden: de bedoelde positieve inkomenseffecten worden niet langs een omweg teniet gedaan door vaste kwijtscheldingsnormen.

Wet voorzieningen gehandicapten

De Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) regelt de verstrekking door gemeenten van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen voor mensen met een functionele beperking. Voor woon- en vervoersvoorzieningen hebben gemeenten de mogelijkheid om een systematiek te creëren voor eigen bijdragen, eigen betalingen, financiële tegemoetkomingen en de mogelijkheid om inkomensgrenzen te hanteren. Deze mogelijkheid is nader ingevuld in een aparte regeling, de Regeling financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg. In deze regeling wordt onder norminkomen verstaan de bijstandsnorm. De positieve inkomenseffecten die per 1 januari 2001 optreden bij bijstandsgenietenden, krijgen daardoor een automatische doorvertaling naar de inkomensgrens bij de Wvg bij gemeenten die nadere invulling hebben gegeven aan deze regeling.

De Staatssecretaris van Financiën,

W. J. Bos


XNoot
1

Gemeenten zijn hieraan gebonden, maar mogen in afwijking daarvan de kwijtscheldingsnorm op maximaal 100% in plaats van 90% van de relevante bijstandsnorm vaststellen.

Naar boven