25 424
Geestelijke gezondheidszorg

nr. 79
MOTIE VAN DE LEDEN VAN MILTENBURG EN BOUWMEESTER

Voorgesteld 23 april 2009

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toezicht houdt op het goed toepassen van dwang- en drangmaatregelen;

overwegende, dat er geen goed inzicht is in aard, omvang en duur van de toepassing van dwang- en drangmaatregelen;

van mening, dat signalen over misstanden in de ggz door de Inspectie niet altijd serieus zijn genomen;

tevens van mening, dat de samenleving erop moet kunnen vertrouwen dat de Inspectie haar toezichthoudende rol namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport adequaat vervult en dat hierover momenteel twijfel bestaat;

van mening, dat die twijfel zo snel mogelijk moet worden weggenomen en het vertrouwen in het toezicht op dwang- en drangmaatregelen moet worden hersteld;

verzoekt de regering:

– sectorbreed te onderzoeken hoe het staat met de omstandigheden waaronder separatie in de ggz wordt toegepast;

– onderzoek te doen naar de meldingsbereidheid richting IGZ bij instellingen wat betreft het toepassen van dwang en drang;

– onderzoek te doen naar hoe controle op naleving van de richtlijn concreet vormgegeven kan worden en door wie deze controle kan worden uitgevoerd;

– onderzoek te doen op welke wijze inzicht verkregen kan worden in aard, omvang en duur van dwang en drang;

– dit onderzoek uit te laten voeren door een onafhankelijke derde;

– de resultaten van dit onderzoek te betrekken bij de ontwikkeling van de nieuwe richtlijnen ten aanzien van toepassing van dwang en drang die op 1 december 2009 beschikbaar moet zijn;

– het onderzoek en advies voor 1 november 2009 aan de Kamer te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Miltenburg

Bouwmeester

Naar boven