25 424 Geestelijke gezondheidszorg

Nr. 289 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 oktober 2015

Bijgaand stuur ik u het rapport van de werkgroep psychosociale zorg bij ernstige somatische aandoeningen1. Ik heb deze werkgroep opgezet naar aanleiding van gesprekken met behandelaren, patiënten en werkbezoeken aan verschillende onderdelen van deze zorg.

De kernvraag is of psychosociale zorg bij ernstige somatische aandoeningen niet onderdeel moet zijn van de (integrale) behandeling. Het idee van de diagnosebehandelcombinatie (dbc) is immers dat verschillende onderdelen van de behandeling die volgen op de diagnose in één traject vallen en in één dbc moeten worden afgerekend. De werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van patiënten, aanbieders, verzekeraars en beroepsgroepen, is er in geslaagd om in een krap tijdsbestek helder op papier te zetten hoe de organisatie en financiering van psychosociale zorg bij ernstige aandoeningen georganiseerd zou moeten worden. Ik ben hen daar zeer erkentelijk voor. De conclusie van het rapport is duidelijk. Psychosociale zorg is een onlosmakelijk onderdeel van de behandeling van een ernstige somatische aandoening. Ook wat betreft financiering. Er is brede overeenstemming hoe de psychosociale zorg er in het huidige zorgstelsel en binnen de huidige wettelijke kaders en bekostigingssystemen uit dient te zien. Daar ben ik blij om.

Tegelijkertijd constateert de werkgroep dat het in de praktijk nog niet altijd zo werkt. Daar liggen meerdere redenen aan ten grondslag en dat verdient de aandacht. Ook dient nog nader uitgewerkt te worden hoe lang psychosociale (na)zorg onderdeel van het somatisch traject blijft. De door de werkgroep geformuleerde bevindingen en daaruit voortkomende acties bieden een aanzet om er voor te zorgen dat de theorie ook goede praktijk wordt.

Het rapport is dus geen eindpunt, maar een startpunt voor het verbeteren van de psychosociale zorg bij ernstige somatische aandoeningen. Nu voor iedereen helder is hoe het «op papier» moet zijn, kan in gezamenlijkheid een stap worden gezet naar een betere praktijk. Ik roep partijen daarom op het rapport en de bevindingen onder hun achterban bekendheid te geven. Daarbij denk ik met name aan ziekenhuizen en zorgverzekeraars die baat kunnen hebben bij de duidelijkheid die het rapport biedt, ook met het oog op het lopende inkoopproces voor 2016. Ook voor patiënten is die duidelijkheid van groot belang, daarom roep ik ook vertegenwoordigers van patiënten op goed kennis te nemen van de bevindingen en acties en andere partijen daar scherp op te houden. Beroepsgroepen roep ik op samen met patiënten en verzekeraars zich te buigen over integrale richtlijnen waarin alle aspecten van de zorg worden geborgd. Juist aandacht in een vroeg stadium voor het psychosociale aspect van de zorg kan verergering voorkomen.

Daarnaast zal ik de betrokken partijen binnenkort bijeen brengen om met elkaar de bevindingen en aanbevelingen van de werkgroep te bespreken, afspraken te maken over wie wat gaat oppakken en wanneer dat gereed moet zijn. Ik zal uw Kamer informeren over de voortgang van de verschillende activiteiten.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven