Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2025
De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar tweede advies over het voorstel van de
Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van
Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, volgend op het door de Commissie op 23 juli 2025
(C(2025)5276 final) beantwoorde eerste advies, aangaande de beschermingsstatus van
de wolf (Canis lupus) {COM (2025)106 final}.
In artikel 2 van het Verdrag van Bern wordt als doelstelling gegeven een populatieniveau
van wilde flora en fauna te bereiken dat met name beantwoordt aan ecologische, wetenschappelijke
en culturele eisen, waarbij rekening wordt gehouden met economische en recreatieve
eisen, en dat artikel biedt ook een bredere situatieschets voor maatregelen die door
de verdragsluitende partijen worden genomen. Met die doelstelling kan rekening worden
gehouden wanneer een wijziging van de aanhangsels bij het Verdrag van Bern wordt voorgesteld.
De wijziging van het Verdrag van Bern, die op 6 december 2024 door de Permanente Commissie
van het Verdrag van Bern werd aangenomen1 en op 7 maart 2025 in werking is getreden, was gebaseerd op een voorstel van de EU.
De EU-lidstaten hadden op 26 september 2024 overeenstemming over dit voorstel bereikt2.
Zoals beschreven in dit besluit van de Raad van 26 september 2024 zijn er voldoende
onderbouwende gegevens3 over de omvang van de wolvenpopulatie om te stellen dat de beschermingsstatus van
de soort in het kader van het Verdrag van Bern moet worden aangepast. Door het Large
Carnivore Initiative for Europe werd in 2022 geconcludeerd dat de soort in het systeem
van de rode lijst van de IUCN als niet bedreigd («least concern») kan worden ingedeeld
in een beoordeling op continentaal niveau, waarbij ook de in het algemeen positieve
trend voor Europese wolven werd vermeld. Bovendien kwam uit de diepgaande analyse
naar voren dat wolvenpopulaties in de afgelopen twee decennia aanzienlijk zijn gegroeid.
Op dit moment zijn er in de EU meer dan 20.000 wolven, waarbij op het vasteland van
de EU over het algemeen sprake is van groeiende populaties en uitbreiding van hun
verspreidingsgebied, en zijn er in 23 EU-lidstaten roedels met zich voortplantende
dieren.
Tegelijkertijd heeft de verdere verspreiding van de wolf geleid tot grotere problemen
wat betreft de onverenigbaarheid ervan met menselijke activiteiten, met name op het
gebied van schade aan vee4. In een aantal regio’s komen aanvallen en schade door wolven voor als gevolg van
het grotere verspreidingsgebied van de soort. Om rekening te houden met deze nieuwe
situatie heeft de Commissie op 20 december 2023 een voorstel ingediend5 voor een besluit van de Raad om de beschermingsstatus van de wolf in het kader van
het Verdrag van Bern aan te passen.
Op 7 maart heeft de Commissie een gerichte wijziging van de bijlagen bij de habitatrichtlijn
voorgesteld6 om de wijziging van het Verdrag van Bern in het EU-recht tot uiting te brengen. De
Commissie herhaalt dat een wijziging van de beschermingsstatus van de wolf in de habitatrichtlijn
de lidstaten niet ontslaat van de verplichting om een gunstige staat van instandhouding
van wolvenpopulaties te bereiken of te behouden. Ook hebben de lidstaten altijd nog
de mogelijkheid om op grond van het nationale recht een hoger niveau van bescherming
van de wolf te behouden, indien dat nodig wordt geacht. Zij hoeven de Europese Commissie
hiervan slechts in kennis te stellen.
De Commissie hoopt dat zij met de toelichting in deze reactie voldoende is ingegaan
op de door de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten. De Commissie zal de uitvoering
door de EU-lidstaten van de EU-milieuwetgeving nauwlettend blijven volgen en kijkt ernaar uit de politieke dialoog met
de Eerste Kamer in de toekomst voort te zetten.
Lid van de Commissie, M. Šefčovič
Lid van de Commissie,
J. Roswall