Vragen van de leden Çelik en Marcouch (beiden PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de uitspraken van de Ombudsman over afgestudeerde vmbo-ers die worden geweigerd door havo-opleidingen (ingezonden 19 oktober 2010).

Antwoord van minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 3 november 2010).

Vraag 1

Heeft u de preview en uitzending gezien van de uitzending van De Ombudsman van 15 oktober 2010?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Bent u ervan op de hoogte dat duizenden vmbo-afgestudeerden de toegang wordt ontzegd tot het havo en daarmee worden geblokkeerd in hun verdere opleiding?

Antwoord 2

Toelatingsvoorwaarden hebben nimmer als strekking gehad om aan leerlingen een recht op toelating toe te kennen; ze regelen enkel de toelaatbaarheid. Ook het vmbo-diploma theoretische leerweg biedt geen toelatingsrecht tot het havo. Scholen voor voortgezet onderwijs mogen toelatingseisen stellen voor de instroom in hogere leerjaren van het voortgezet onderwijs, waaronder de instroom in havo 4. Ik ben het dan ook niet met u eens dat vmbo-gediplomeerde leerlingen de toegang tot het havo wordt ontzegd en daarmee in hun verdere opleiding worden geblokkeerd.

Vraag 3

Bent u ervan op de hoogte dat havo-opleidingen dit regelen door selectie aan de poort, bijvoorbeeld de eis van een cijfer 8 voor wiskunde of Nederlands?

Antwoord 3

Ik ben ervan op de hoogte dat scholen voor voortgezet onderwijs toelatingseisen stellen aan leerlingen die in hogere leerjaren dan het eerste leerjaar instromen. Daartoe zijn deze scholen ook gerechtigd.

Vraag 4

Hoe past dit bij de gewenste doorstroom van vmbo-t-leerlingen naar de havo?

Antwoord 4

Ik wil alle jongeren de gelegenheid geven om het beste uit zichzelf te halen. In mijn ogen speelt het stapelen van opleidingen hierbij een belangrijke rol, omdat niet elke schoolcarrière in een rechte lijn verloopt. Daarbij wil ik benadrukken dat de ene vmbo-tl-leerling is gebaat bij een leerroute via het havo en de andere vmbo-tl-leerling bij een leerroute via het mbo. De theoretische leerweg bereidt leerlingen niet enkel en alleen voor op het havo.

Het recente onderzoek «Doorstroom en stapelen in het onderwijs» toont aan dat stimuleren van stapelen en doorstromen meer facetten kent dan alleen het wegnemen van wettelijke belemmeringen.1 Op dit moment verruim ik wet- en regelgeving om deze belemmeringen weg te nemen.2 Dit betekent echter niet dat er in de praktijk geen belemmeringen meer zijn. De mogelijkheid om te stapelen en doorstromen wordt in sterke mate bepaald door programmatische en schoolorganisatorische hindernissen.3 Dit zijn factoren waar de overheid op afstand zicht noch invloed op heeft. Stapelen en doorstromen is en blijft dan ook in de eerste plaats een zaak van de vo-school, de leerlingen en diens ouders.

Vraag 5

Hoe past het verhinderen van doorstroom bij de bekostigingsvoorwaarden?

Antwoord 5

Er is geen relatie tussen het niet toelaten van leerlingen en de bekostigingsvoorwaarden.

Vraag 6

Heeft het weigeren van vmbo-t-leerlingen gevolgen voor de bekostiging van scholen?

Antwoord 6

Nee. Scholen worden bekostigd op basis van het aantal aan de school ingeschreven leerlingen. Het niet toelaten van leerlingen heeft geen bekostigingsconsequenties voor de school.

Vraag 7

Hoe gaat u garanderen dat scholen in de toekomst geen aanvullende eisen meer stellen? 

Antwoord 7

Zie mijn antwoord op vraag 6 van het lid Van der Ham (D66) (vraagnummer 2010Z14886, ingezonden op 15 oktober 2010).

Vraag 8

In hoeverre past dit beleid en de ruimte die de scholen hebben overdreven eisen te stellen bij de ambitie om het stapelen van opleidingen te bevorderen?

Antwoord 8

Zie mijn antwoord op vraag 4.

Vraag 9

Deelt u de mening dat dit niet bevorderend werkt voor de motivatie van de leerlingen en dat het imago van het beroepsonderwijs onnodig veel schade oploopt?

Antwoord 9

Ik ben van mening dat leerlingen en hun ouders het recht hebben om te weten wat de toelatingseisen zijn die een school voor voortgezet onderwijs hanteert. Het is bijzonder demotiverend als een leerling hoort dat doorstromen naar het havo niet mogelijk is omdat hij bijvoorbeeld een bepaald vak niet gevolgd heeft.

Toelichting:

Deze antwoorden dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van der Ham (D66), ingezonden 15 oktober 2010, (vraagnummer 2010Z14886).


XNoot
1

Doorstroom en stapelen in het onderwijs (Regioplan, Amsterdam oktober 2008), bijlage bij Kamerstukken II, 2008/09, 30 079, nr. 15.

XNoot
2

Kamerstukken II, 2008/09, 30 079, nr. 19.

XNoot
3

Kamerstukken II, 2008/09, 30 079, nr. 15.

Naar boven