Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Kennemerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Kennemerland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 1208 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Kennemerland | Blad gemeenschappelijke regeling 2025, 1208 | delegatie- of mandaatbesluit |
Mandaatbesluit Veiligheidsregio Kennemerland 2025
Op 9 december 2019 heeft het Algemeen Bestuur een Algemeen mandaatbesluit 2020 vastgesteld.
Na die datum heeft de organisatie verschillende ontwikkelingen gekend. Met ingang van 1 januari 2020 maakt Veilig Thuis onderdeel uit van de VRK. Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Tevens is de Wet open overheid (Woo) met ingang van 1 mei 2022 in werking getreden. Ook op andere juridische terreinen hebben zich ontwikkelingen voorgedaan. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot wijzigingen in het Algemeen Mandaatbesluit.
Om al deze redenen is gekomen tot een geactualiseerd mandaatbesluit, waarbij overigens de systematiek niet is veranderd. Hieronder wordt de inhoud en systematiek van het besluit kort toegelicht.
Mandaat kan alleen worden verleend voor het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het verrichten van feitelijke handelingen (bijvoorbeeld voeren van algemene correspondentie) moet het bestuursorgaan de betrokken functionaris machtigen. Voor het verrichten van privaatrechtelijke handelingen verleent het bestuursorgaan een volmacht aan de betrokken functionaris.
In de Awb staat dat de bepalingen over mandaat van overeenkomstige toepassing zijn op machtiging en volmacht (artikel 10:12 Awb). In dit mandaatbesluit is er daarom voor gekozen om alleen de term (onder)mandaat te hanteren, ook als er sprake is van volmacht of machtiging.
Besluiten die voor (onder)mandatering in aanmerking komen, zijn in elk geval routinematige besluiten, dat wil zeggen besluiten die regelmatig terugkeren en waarbij de kaders en daarmee de bestuurlijke lijnen vastliggen
Het bestuursorgaan blijft altijd verantwoordelijk voor de genomen beslissing. Daarom moet het mandaterend bestuursorgaan ervan uit kunnen gaan dat een besluit wordt genomen dat het bestuursorgaan zelf ook zou nemen. Het is de taak van de gemandateerde om een zaak ter besluitvorming voor te leggen aan het bestuursorgaan wanneer daar twijfel over mogelijk is. In Hoofdstuk II (Kaders Mandaatbesluit VRK 2025) wordt bepaald in welke gevallen van een mandaat geen gebruik mag worden gemaakt.
Of een functionaris al dan niet formeel in dienst is van de VRK, maakt voor de mandatering in principe geen verschil. De mandaatgever kan bij tijdelijke medewerkers uiteraard wel besluiten bepaalde (onder)mandaten te beperken of in te trekken of er specifieke werkinstructies aan te verbinden.
2. Mandaatverlening volgens de Algemene wet bestuursrecht
Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen (artikel 10:1 Awb). Essentieel kenmerk van mandaatverlening is dat de verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid bij het bestuursorgaan blijft liggen (artikel 10:2 Awb). Ofwel, juridisch geldt een in mandaat genomen besluit als een besluit van de mandaatgever. Bij delegatie is dat anders.
Het bestuursorgaan blijft ook altijd bevoegd om zelf de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen (artikel 10:7 Awb) en kan instructies verbinden aan de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid (artikel 10:6 Awb).
Een in mandaat genomen besluit is alleen bindend als dat besluit is genomen binnen de grenzen van de gemandateerde bevoegdheid. Wordt een besluit genomen over een onderwerp dat buiten de bevoegdheid ligt, is er sprake van een onbevoegd genomen besluit. Dan heeft zo'n besluit geen juridische gelding.
Een burger moet uit een besluit kunnen afleiden namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen (artikel 10:10 Awb). Als er sprake is van ondermandaat, dienen in elk geval de oorspronkelijke mandaatgever én de gemandateerde te worden vermeld.
3. Bestuursorganen van de VRK.
De bestuursorganen van de VRK zijn het Algemeen bestuur, de drie bestuurscommissies, het Dagelijks bestuur en de voorzitter. De relatie tussen Algemeen Bestuur en bestuurscommissies is geregeld in de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling en in de reglementen van bestuurscommissies en Algemeen Bestuur. In dit Mandaatbesluit VRK 2025 mandateert het Algemeen bestuur aan het Dagelijks bestuur een aantal bevoegdheden en staat toe dat de gemandateerde (het Dagelijks bestuur) een aantal van deze bevoegdheden (onder-)mandateert aan specifieke functionarissen van de VRK.
Het Dagelijks bestuur mandateert ook een aantal van zijn eigen zelfstandige bevoegdheden aan de directie (de directeur Veiligheidsregio (VR)/commandant brandweer en de directeur Veiligheidsregio (VR)/ Publieke Gezondheid (DPG), en staat toe dat een aantal van deze bevoegdheden -via ondermandaat- lager in de organisatie worden gelegd.
Tot slot mandateert de voorzitter een aantal van zijn eigen bevoegdheden aan de directie en staat toe dat de directie deze bevoegdheden lager in de organisatie legt via ondermandaat.
Voor de organisatie is de directie eindverantwoordelijk.
In het mandaatbesluit staat bij bevoegdheden, die vanwege hun aard slechts aan een van de directieleden kunnen worden toegekend, alleen de betrokken directeur als (onder)gemandateerde vermeld. In artikel 1 (definities) wordt ter verdere invulling hiervan het volgende bepaald:
Het Mandaatbesluit VRK 2025 omschrijft de gemandateerde bevoegdheden waar dat kan zonder vermelding van specifieke wetsartikelen, om te voorkomen dat wetswijzigingen leiden tot ongeldigheid van het mandaat. Hiervan wordt afgeweken als het noemen van het artikel de duidelijkheid vergroot.
4. Mandaten van externe bestuursorganen en overige bevoegdheden
Naast de bestuursorganen van de VRK hebben ook andere bestuursorganen, zoals gemeenten in de regio, bevoegdheden gemandateerd aan specifieke functionarissen van de VRK.
De wettelijke basis voor mandaat van een extern bestuursorgaan aan functionarissen van de VRK is artikel 10:4, eerste lid van de Awb.
De constructie bij een extern mandaat is de volgende. Het externe bestuursorgaan mandateert specifieke functionarissen bij de VRK om een bepaalde bevoegdheid voor hem uit te oefenen. Omdat deze functionaris werkt onder de verantwoordelijkheid van de VRK, moet ook het Dagelijks Bestuur (als het bestuursorgaan dat de functionaris heeft benoemd) instemmen met het extern verleende mandaat.
Daarnaast kan het voor komen dat een functionaris van de VRK rechtstreeks een bevoegdheid heeft gekregen op basis van een wettelijke bepaling. Een voorbeeld van een dergelijke bevoegdheid is artikel 1.61, tweede lid van de Wet kinderopvang. Hierin staat dat de colleges de DPG aanwijzen als toezichthouder op de naleving van een aantal bepalingen uit de Wet kinderopvang.
Dergelijke bevoegdheden worden door het betreffende organisatieonderdeel bijgehouden. Anders dan in de eerste versie van het mandaatbesluit zijn ze niet in een bijlage verwerkt, omdat dergelijke bevoegdheden geregeld tussentijds kunnen wijzigen.
5. Opzet van het Mandaatbesluit VRK 2025
De opzet van dit mandaatbesluit is de volgende:
Hoofdstuk II bevat dekaders waarbinnen gemandateerden besluiten kunnen nemen. Voorts bevat het bepalingen over zaken als (onder)mandaat, de wijze van ondertekening en de wijze van informatieverstrekking. Voorts staat een aantal situaties omschreven waarin de (onder)gemandateerde geen gebruik mag maken van zijn bevoegdheden;
HOOFDSTUK II: Kaders Mandaatbesluit VRK 2025
Besluiten op basis van dit Mandaatbesluit VRK 2025 worden genomen met inachtneming van de volgende bepalingen:
1e niveau: De directeur VR/commandant Brandweer en de directeur VR/DPG, ieder voor het eigen takenpakket, waarbij plaatsvervanging wordt ingevuld conform het bepaalde in het directiestatuut;
2e niveau: (sector) managers/hoofden;
3e niveau: (cluster/team) manager/hoofden;
4e niveau: ploegchefs brandweer en overige leidinggevenden die bij directiebesluit worden aangewezen als 4e niveau;
5e niveau: coördinatoren, medewerkers op de door de directie vastgestelde lijst van budgethouders en andere medewerkers die bij directiebesluit worden aangewezen als 5e niveau.
N.B. Het mandaat geldt onafhankelijk van de soort aanstelling; wel kan een hoger niveau indien gewenst het mandaat van bijvoorbeeld extern ingehuurde medewerkers beperken, intrekken of er een specifieke werkinstructie aan verbinden.
Het Dagelijks Bestuur benoemt op basis van artikel 40 van de gemeenschappelijke regeling de directie en overige medewerkers van de VRK. Om deze reden dient het Dagelijks Bestuur in te stemmen met mandaten van externe bestuursorganen aan de medewerkers van de VRK. Na deze instemming zijn de genoemde functionarissen bevoegd tot het nemen van de dergelijke besluiten en het ondertekenen van die besluiten.
Artikel 6 Geen gebruik maken van (onder)mandaat
De (onder)gemandateerde maakt geen gebruik van zijn bevoegdheid tot het nemen van een besluit wanneer zich een van de volgende situaties voordoet:
Artikel 7 Informatieverstrekking
De bestuursorganen kunnen zich door de gemandateerden laten informeren over de in mandaat genomen besluiten. Dit laat onverlet de actieve informatieplicht van de directie ten opzichte van het bestuur.
HOOFDSTUK III: Bevoegdheden van het Algemeen bestuur
aan het Dagelijks bestuur verleende bevoegdheden
HOOFDSTUK IV: Bevoegdheden van het Dagelijks bestuur
aan de directie verleende bevoegdheden
Artikel 40 van de Gemeenschappelijke regeling VRK bepaalt, dat het Dagelijks bestuur de directie en overige medewerkers benoemt, schorst en ontslaat. Uit de Wet gemeenschappelijke regelingen volgt dat het Dagelijks bestuur rechtstreeks bevoegd is ook alle overige rechtspositionele besluiten te nemen.
De regels die hiervoor gelden zijn grotendeels benoemd in de CAR (-UWO) Veiligheidsregio’s (verder CAR). Voor de sector en de meldkamer Ambulancezorg is vanaf 1 januari 2020 de WNRA de juridische basis. Hieronder zijn soms de hoofdstukken uit de CAR expliciet genoemd. Voor de sector Ambulancezorg gelden andere artikelen, deze vallen ook onder het betreffende mandaat.
Aan de voorzitter en portefeuillehouder P&O verleende bevoegdheid:
|
De voorzitter of portefeuillehouder P&O beslist namens het DB. NB Mandaat geldt niet als het primaire besluit door dezelfde functionaris in mandaat is genomen, artikel 10:3, lid 3 Awb. |
aan de directie verleende bevoegdheden:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2025-1208.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.