Blad gemeenschappelijke regeling van Werk en Inkomen Lekstroom

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Werk en Inkomen LekstroomBlad gemeenschappelijke regeling 2020, 373Overige besluiten van algemene strekking



Mandaatbesluit Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen 2020

 

De directeur van Werk en Inkomen Lekstroom

 

gelet op de artikelen 10:3 en 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7, vierde lid, van de Participatiewet artikel 34, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel 3 Mandaatregeling Werk en inkomen Lekstroom;

 

 

overwegende dat:

 

- het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom verantwoordelijk is voor de uitvoering van de zelfstandigenregelingen, zijnde het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (hierna Bbz 2004 te noemen) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna IOAZ te noemen);

- het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom deze regelingen uitvoert voor de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik en Nieuwegein (hierna te noemen deelnemende gemeenten);

- het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht al jarenlang de zelfstandigenregelingen uitvoert voor Werk en Inkomen Lekstroom en andere gemeenten in de regio;

- het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht bereid is mandaat te aanvaarden van de directeur Werk en Inkomen Lekstroom tot de uitvoering van voornoemde zelfstandigenregelingen.

 

besluit:

 

vast te stellen het volgende:

 

Mandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen 2020

 

 

Artikel 1.  

  • 1.

    Namens het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom mandateert de directeur van Werk en Inkomen Lekstroom aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht de uitvoering van het Bbz 2004 en de IOAZ voor zover het betreft de vaststelling van de rechten en plichten van de zelfstandige en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden de bevoegdheden tot:

  • a.

    het innemen van aanvragen, het voorbereiden en het nemen van besluiten:

    • 1.

      in het kader van het Bbz 2004;

    • 2.

      voor voorschotten op grond van artikel 52 Participatiewet te verstrekken in het kader van het Bbz 2004;

    • 3.

      voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet aan zelfstandigen voor woonkostentoeslag en verschuldigde premie arbeidsongeschiktheidsverzekering;

    • 4.

      in het kader van de IOAZ.

  • b.

    de financiële afhandeling, waaronder uitbetalen, verrekenen en terugvorderen, van:

    • 1.

      uitkeringen verstrekt in het kader van het Bbz 2004;

    • 2.

      voorschotten op grond van artikel 52 Participatiewet, verstrekt in het kader van het Bbz 2004;

    • 3.

      bijzondere bijstand aan zelfstandigen voor woonkostentoeslag en verschuldigde premie arbeidsongeschiktheidsverzekering.

  • c.

    de financiële verantwoording aan het CBS (met uitzondering van de re-integratiestatistiek), het aanleveren van de loonaangiftes aan de Belastingdienst, het aanleveren van gegevens ten behoeve van de SISA-verantwoording en het Beeld van de Uitvoering aan het Rijk en het laten opstellen van de controleverklaring door de accountant, betreffende het Bbz 2004.

  • d.

    het uitvaardigen van een dwangbevel;

  • e.

    het verwerken van gegevens van inwoners uit de deelnemende gemeenten ten behoeve van de uitvoering van het Bbz 2004 en IOAZ met in achtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming en de Wet Basisregistratie Personen;

  • f.

    het, ten behoeve van de uitvoering van het Bbz 2004 en onderzoek toekenning uitkeringen IOAZ, inzien van GBA-V en Suwinet gegevens van inwoners van de deelnemende gemeenten;

  • g.

    het toepassen van de artikelen 4.18 en 4.20 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen;

  • h.

    het vestigen van een recht van hypotheek en pand in het kader van verstrekking van bedrijfskapitaal;

  • i.

    het opleggen van een maatregel dan wel boete op grond van de Participatiewet in het kader van de uitvoering van het Bbz 2004.

  •  

  • 2.

    Het mandaat strekt zich niet uit tot:

  • a.

    de afhandeling van klachten;

  • b.

    de behandeling van bezwaar en beroep;

  • c.

    de behandeling van een verzoek om informatie in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur;

  • d.

    de behandeling van een verzoek om informatie in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming.

 

Artikel 2  

De directeur van Werk en Inkomen Lekstroom is bevoegd om ondermandaat te verlenen aan de directeur/IRM Werk en Inkomen van de gemeente Utrecht, die deze bevoegdheid tevens kan ondermandateren. Indien ondermandatering plaatsvindt aan organisaties buiten de gemeente Utrecht wordt Werk en Inkomen Lekstroom hiervan tevoren schriftelijk op de hoogte gesteld.

 

Artikel 3  

  • 1.

    Voor de uitvoering van het Bbz 2004 en de IOAZ worden de beleidsregels van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom toegepast.

  •  

  • 2.

    In aanvulling op het gestelde in lid 1 heeft gemeente Utrecht de mogelijkheid om, in het kader van de beoordeling van aanvragen bijzondere bijstand woonkostentoeslag voor BBZers, op grond van de hardheidsclausule als genoemd in artikel 16 ‘Beleidsregels individuele bijzondere bijstand 2016 Werk en Inkomen Lekstroom’ en artikel 18 Participatiewet de eigen werkwijze te volgen. Gemeente Utrecht neemt dit op in haar besluit (i.e. in de rapportage en beschikking).

 

Artikel 4  

Namens het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom, mandateert de directeur van Werk en Inkomen Lekstroom aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht en geeft hij volmacht voor de volgende bevoegdheden ten aanzien van dienstverlening voor zelfstandigen in het kader van de Participatiewet en het Bbz:

  • 1.

    het (Europees) aanbesteden en de inkoop van de dienstverlening zelfstandigen, inclusief het nemen van de bij de aanbesteding en inkoop behorende besluiten waaronder het besluiten tot de voorlopige- en definitieve gunning;

  • 2.

    verweer te voeren in het geval van een juridisch geschil in verband met de (Europese) aanbesteding en inkoop van de dienstverlening zelfstandigen;

  • 3.

    toe te staan het verlenen van ondermandaat en ondervolmacht door het college van gemeente Utrecht aan medewerkers van gemeente Utrecht.

Artikel 5

Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt dat het besluit namens het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom is genomen.

 

Artikel 6  

Bij de intrekking van het mandaat, bedoeld in artikel 10:8, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, zal door de directeur van Werk en Inkomen Lekstroom een termijn van zes maanden in acht worden genomen, tenzij zwaarwegende omstandigheden aanleiding geven tot een kortere termijn.

 

Artikel 7  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de dag van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2020.

  •  

  • 2.

    Het Mandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigen, zoals vastgesteld op 12 juli 2016, wordt ingetrokken.

 

Artikel 8  

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen 2020.

 

Aldus vastgesteld op 24 maart 2020.

R.H. Esser

Directeur Werk en Inkomen Lekstroom