33 612 Structuurvisie Windenergie op land

Nr. 7 MOTIE VAN HET LID KLEIN

Voorgesteld 25 juni 2013

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de Nederlandse samenleving veel weerstand bestaat tegen het plaatsen van windmolens op land vanwege landschapsvervuiling, slagschaduw, geluidoverlast en mogelijke effecten op de volksgezondheid;

overwegende dat bezwaarprocedures, die ontstaan uit dergelijke weerstand, er mogelijk toe leiden dat de gefixeerde doelstelling van 6.000 megawatt uit windenergie op land niet gehaald wordt;

constaterende dat dit niet (kosten)efficiënt is en het te verwachten rendement, aldus het CPB, op korte termijn laag is;

constaterende dat er een breed draagvlak bestaat voor duurzame energie uit zonne-energie en andere duurzame energieopwekkingstechnieken;

overwegende dat in het belang van generaties na ons, het behalen van de doelstelling van 16% duurzame energieopwekking in 2020 van belang is en dat Nederland daaraan vast dient te houden;

overwegende dat het eveneens van belang is om voldoende draagvlak te creëren voor het behalen van deze duurzaamheidsdoelstelling;

verzoekt de regering, rekening te houden met enerzijds een zorgvuldige, flexibeler mix van duurzame energieopwekking zoals windenergie op land, windenergie op zee, biomassa, zonne-energie, waterkrachtenergie en geothermie, en anderzijds een forse energiebesparing om de 16%-doelstelling te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Klein

Naar boven