32 605 Beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking

Nr. 121 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2013

Onder verwijzing naar de toezegging die tijdens het Algemeen Overleg Veiligheid en Rechtsorde van 4 juli jl. (Kamerstuk 32 605, nr. 109) is gedaan, lichten wij graag de voortgang van het tweede Nationaal Actieplan (NAP) voor de uitvoering van VN Veiligheidsraadsresolutie 1325 toe.

Achtergrond

Resolutie 1325 is het eerste juridische document van de VN-Veiligheidsraad dat strijdende partijen oproept deelname van vrouwen aan vredesprocessen zeker te stellen en vrouwenrechten in de context van conflict te eerbiedigen. Na resolutie 1325 heeft de VN-Veiligheidsraad nog vijf resoluties over vrouwen, vrede en veiligheid aangenomen. De resoluties 1820 (2008), 1888 (2009) en 1960 (2010) gaan elk in op de kwestie van seksueel of ander geweld tegen vrouwen in conflictsituaties. Resolutie 1889 (2009) roept lidstaten op om werk te maken van de participatie van vrouwen in vredesopbouw en aan politieke en economische besluitvormingsprocessen. Daarnaast wordt opgeroepen tot de instelling van wereldwijde indicatoren om de uitvoering van de afspraken te monitoren.

Het Nederlands Nationaal Actieplan 1325

Tot op heden is Nederland het enige land waar het plan voor de uitvoering van VN Veiligheidsraadsresolutie 1325 een gezamenlijk product is van de overheid en het maatschappelijk middenveld. Het tweede Nationaal Actieplan (2012–2015) is op 19 december 2011 ondertekend door de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en OC&W, en door vertegenwoordigers van vier onderzoeksinstellingen en 32 andere maatschappelijke organisaties. Op 11 december 2012 hebben wederom 5 nieuwe organisaties het NAP ondertekend. Dit groeiende maatschappelijk draagvlak en de integrale benadering van diplomatie, ontwikkeling en defensie (3D) oogsten internationaal erkenning. Er bestaat bij de OESO, de EU, de VN en de NAVO belangstelling voor de Nederlandse ervaringen. Hetzelfde geldt voor andere landen die bezig zijn nationale actieplannen op te stellen.

Het overkoepelende doel van het NAP is «gezamenlijk betere voorwaarden te scheppen voor de totstandbrenging van een omgeving waarin vrouwen in staat zijn tot leiderschap en politieke deelname in fragiele staten, (post-) conflictgebieden en landen in transitie, teneinde meer inclusieve, rechtvaardige en duurzame vredes-, herstel- en wederopbouwprocessen mogelijk te maken». Naast hun eigen afzonderlijke «1325»-activiteiten in de hele wereld hebben de ondertekenaars van het NAP afgesproken om gezamenlijk (vanuit het perspectief van complementariteit) programma’s te ontwikkelen en uit te voeren in een beperkt aantal focuslanden, nl. Afghanistan, Burundi, de Democratische Republiek Congo (DRC), Zuid-Soedan, Soedan, Colombia en de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA). Er worden tevens gezamenlijke activiteiten ondernomen in Nederland, binnen de Europese Unie, de Verenigde Naties en andere regionale en internationale organen.

De gezamenlijke plannen in de 6 focuslanden en de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA):

  • In Afghanistan zijn Oxfam-Novib, Cordaid en Gender Concerns International in samenwerking met lokale vrouwenorganisaties1 en een telefonie- en internetaanbieder in januari 2013 een pilotproject gestart met een loopduur van één jaar. Het project Bayan («Spreek Je Uit») beoogt middels een sociaal sms-based blogging platform de dialoog en discussie te stimuleren over mogelijke (meer actieve) rollen van de vrouw in de samenleving. De combinatie van SMS en sociale media maakt het platform zeer toegankelijk, ook voor mannen en vrouwen (en vooral jongeren) in dorpen en achterstandswijken van steden. De deelnemende Afghaanse organisaties worden door Nederlandse NGOs getraind in het gebruik van deze media.

    Daarnaast ondersteunt de Nederlandse overheid andere activiteiten in Afghanistan zoals de participatie en het leiderschap van vrouwen bij de politie (trainingsmissie) in Kunduz.

  • In Zuid-Soedan starten ICCO en IKV/Pax Christi en hun lokale partners begin 2013 een project voor drie jaar. Binnen dit project worden potentiële vrouwelijke leiders ondersteund om effectiever te opereren in de politieke besluitvormingsprocessen op provinciaal en lokaal niveau. Daarnaast wordt ingezet op samenwerking tussen vrouwelijke leiders op de verschillende niveaus (van dorp, gemeente, provincie tot nationaal). Ook krijgen Zuid-Soedanese vrouwenorganisaties trainingen en coaching om de managementscapaciteit (inclusief financieel beheer) van hun organisaties te versterken.

  • In de DRC start de internationale NGO Search for Common Ground begin 2013 samen met lokale partners een project voor drie jaar. Er wordt onder andere een netwerk opgezet om potentiële vrouwelijke politici te trainen en te begeleiden zowel voor, tijdens als na de verkiezingen. Tevens worden mediacampagnes (radio, TV, geschreven pers) ingezet om het draagvlak onder de bevolking voor de bijdrage van vrouwen aan de politiek te vergroten.

  • In Burundi start de internationale NGO Search for Common Ground begin 2013 samen met lokale partners een project van drie jaar. De belangrijkste onderdelen zijn de bevordering van actief én passief kiesrecht van vrouwen voor de verkiezingen van 2015. Nationale en provinciale (provincies Kirundo, Muyinga, Ruygi en Cankuzo) vrouwelijke leiders worden getraind. Radio en film worden ingezet om een breed publiek te interesseren in politieke rollen van vrouwen.

    Ook werken de Nederlandse Ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken samen met de Burundese Ministeries van Defensie, Publieke Veiligheid en Buitenlandse Zaken en lokale maatschappelijke organisaties om resolutie 1325 binnen de veiligheidssector van Burundi te verankeren. Het gaat bijvoorbeeld om noodzakelijke voorzieningen voor vrouwelijk veiligheidspersoneel, trainingsprogramma’s voor vrouwen binnen de politie en het leger en een gedragscode in het verlengde van resolutie 1325 voor militairen.

    Verder zijn de Nederlandse overheid en Cordaid betrokken bij de ontwikkeling en financiering van het Nationaal Actieplan 1325 van Burundi.

  • De organisaties werkzaam in Colombia formuleren momenteel een programma om de participatie van vrouwen in de onderhandelingen over vrede en wederopbouw tussen de regering en de FARC te bevorderen. Deze plannen zullen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2013 ter financiering worden voorgelegd.

  • De organisaties werkzaam in Soedan formuleren een projectvoorstel naar analogie van het project van de NAP partners in Zuid Soedan. Dit zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2013 ter financiering worden voorgelegd.

  • Het Ministerie van Buitenlandse Zaken werkt momenteel samen met Hivos en PWC aan de opzet van een fonds voor de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) ten behoeve van de financiële en organisatorische capaciteit van vrouwenorganisaties in de regio, die zich inzetten voor politieke participatie en leiderschap van vrouwen. De verwachting is dat dit fonds in het eerste kwartaal van 2013 operationeel zal zijn.

Verankering en bewustwording in Nederland en in internationale fora

  • De uitvoering van Resolutie 1325 is een belangrijk onderdeel van het buitenlandbeleid, met name binnen het Speerpunt Veiligheid en Rechtsorde. Binnen door Nederland beschikbaar gestelde fondsen en instrumenten voor vrede en veiligheid, wederopbouw en humanitaire hulp behoren richtlijnen uit resolutie 1325 tot de beoordelingscriteria. Dit geldt eveneens voor het toetsingskader voor civiele missies en militaire operaties.

  • Nederlandse deskundigen hebben een grote rol gespeeld bij de opbouw van kennis over gendervraagstukken in missies en operaties (VN, NAVO). Twee keer per jaar organiseren de Nederlandse en Spaanse Ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie de cursus «A Comprehensive Approach to Gender in Operations». Deze cursus voor militairen, diplomaten en andere civiele experts, is inmiddels gecertificeerd door het European Security and Defense College (ESDC). Deelnemers zijn afkomstig uit verschillende landen, EU, NAVO en VN. De NAVO, het African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA) en het United States Africa Command (USAFRICOM of AFRICOM) hebben interesse getoond om de samenwerking met deze Nederlands-Spaanse training verder uit te bouwen.

  • In september 2012 vond in Duitsland de oefenoperatie «Peregrine Sword» plaats. Aan deze oefening namen 6500 militairen en medewerkers van civiele organisaties deel. Deelnemers waren voornamelijk afkomstig uit Nederland en Duitsland. Enkele deelnemers kwamen uit andere landen, waaronder Frankrijk, de Verenigde Staten en Noorwegen. De Ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken, WO=MEN, IKV/Pax Christi, Burundian Women for Peace and Development en Stichting African Sky hebben samengewerkt om binnen dit oefenscenario plaats in te ruimen voor gendervraagstukken en voor de rol die lokale vrouwen kunnen spelen ten bate van de doelstellingen van missies.

  • Nederland zet zich in internationale fora, zoals de EU, VN, OVSE en NAVO actief in voor de implementatie van Resolutie 1325. Nederland is een actieve speler binnen de informele EU Taskforce 1325 en andere EU commissies die bijdragen aan het operationaliseren van de «EU Comprehensive Approach on the implementation of UN SCRs 1325 & 1820». Dit document kan worden beschouwd als het Europese Actieplan 1325.

    In VN-kader pleit Nederland niet alleen voor de bescherming van vrouwenrechten in conflictsituaties, maar benadrukt ook de bijdrage van vrouwen als deelnemers aan vredesonderhandelingen.

    Op verzoek van de NAVO zal Nederland naast inhoudelijk ook financieel bijdragen aan de uitvoering van het NAVO Actieplan 1325. In het eerste kwartaal van 2013 zullen het tijdpad en budget worden afgestemd met andere actoren.

  • Op 11 december 2012 vond een bijeenkomst plaats over wat Nederland kan doen om vrouwelijk leiderschap en politieke participatie in (post)conflict gebieden te stimuleren. Ongeveer 250 vertegenwoordigers van de ondertekenende organisaties van het Nationaal Actieplan, beleidsmakers, Kamerleden en andere maatschappelijke organisaties gingen hierover in discussie. Het blad voor ontwikkelingssamenwerking «Vice Versa» heeft in oktober 2012 een speciale editie gewijd aan Resolutie 1325 met bijdragen van een aantal Nederlandse ondertekenaars. Daarnaast wordt op de website van het Nederlands Nationaal Actieplan 1325 (www.nap1325.nl) en via sociale media aandacht gevraagd voor het onderwerp «Vrouwen, Vrede en Veiligheid». Dit heeft er toe geleid dat meer maatschappelijke organisaties en ministeries geïnteresseerd zijn om het perspectief van VN Veiligheidsraadsresolutie 1325 mee te nemen in hun beleid en programma’s.

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

Voor details, zie bijlage 2 waarin de lijst met partners per land wordt gepresenteerd

Naar boven