32 372 Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in verband met de implementatie van Europese regelgeving op het gebied van het op de markt brengen en het duurzame gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Nr. 89 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 maart 2012

Met dit schrijven informeer ik u over resultaten van de gesprekken met de 7 partijen van het ganzenakkoord (G7) en Interprovinciaal overleg (IPO).

Tevens geef ik, mede namens mijn ambtsgenoot van Infrastructuur en Milieu, aan hoe er uitvoering wordt gegeven aan de hieronder genoemde moties.

Decentralisatie ganzenbeheer

Nogmaals wil ik voorop stellen dat het mijn streven is om het ganzenbeheer zowel budgettair als instrumenteel volledig bij de provincies te beleggen, zoals ook is afgesproken in het Regeerakkoord. De provincies hebben hierin dus een duidelijk belang en dat betekent voor mij dat ik uitvoering door provincies van het Ganzen-7-akkoord niet voor de voeten zal lopen.

Moties

Met de motie-Jacobi/Van Veldhoven (32 372, nr. 80) verzoekt uw Kamer aan de regering, in goed overleg met de decentrale overheden en de partijen achter het Ganzen-7-akkoord, met de grootst mogelijke doortastendheid en urgentie te zorgen voor integrale uitvoering van de aanbevelingen uit het Ganzen-7-akkoord en tevens in te zetten op een structureel, evenwichtig en effectief pakket aan veranderingen in de omgeving van Schiphol om de aanwezigheid van ganzen in gebieden die leiden tot risico's, te minimaliseren en tot een effectief pakket te komen voor andere Nederlandse luchthavens.

Met de motie-Van Veldhoven/Jacobi (32 372, nr. 81) verzoekt uw Kamer aan de regering om – in goed overleg met de decentrale overheden en de partijen achter het ganzenakkoord, het wetsontwerp Natuurbescherming waar nodig zo aan te passen dat deze overeen komt met de afspraken zoals gemaakt in het ganzenakkoord en om – in overleg met de G7 en andere relevante partijen – een richtsnoer op te stellen voor het gebruik van de verschillende dodingsmethoden, met het oog op het minimaliseren van dierenleed, binnen de context van onze internationale afspraken over toegestane methoden.

Uitvoering moties 32 372, nrs. 80 en 81

Ganzenakkoord in samenhang met wetsontwerp Natuurbescherming

Een aanbeveling uit het ganzenakkoord is dat migrerende ganzen in de winterperiode rust genieten en niet ver- of bejaagd mogen worden. De G7 maken zich zorgen of dit wel te verenigen is met mijn plannen om de kolgans en grauwe gans in het wetsontwerp Natuurbescherming op de lijst van bejaagbare soorten te plaatsen.

Mijn uitgangspunt is dat jacht slechts wordt toegestaan als deze ondersteunend is aan de schadebestrijding of aan het populatiebeheer van de betreffende soort. Op dit punt is maatwerk nodig. Indien het wenselijk is voor een goed beheer van de populaties of voor de effectieve bestrijding van schade dan moet de jacht wat mij betreft gesloten blijven. Het ligt bijvoorbeeld in de rede dat er geen jacht op de kolgans en de grauwe gans plaatsvindt in gebieden waar provincies in navolging van de afspraken in het Ganzen-7-akkoord, tijdens de winter een afschotvrije periode voor ganzen willen creëren. Mijn voornemen is om jacht op de kolgans en grauwe gans in elk geval tot 2015 niet te openen. In die tijd hebben provincies de gelegenheid om hun wensen voor het beheer van de standganzenpopulaties in het licht van het Ganzen-7-akkoord nader te ontwikkelen. Na 2015 zal duidelijk zijn in hoeverre de jacht op die soorten kan worden geopend. Ik heb daarbij de mogelijkheid om te differentiëren naar plaats, tijd en diersoort, al naar gelang de behoefte vanuit regionale initiatieven voor beheer, schadebestrijding en luchtvaartveiligheid.

Schiphol en andere luchthavens

Overheden, terreinbeheerders, belangenverenigingen en de luchtvaartsector werken langs meerdere sporen om aanvaringen met ganzen te voorkomen. Ik heb u hierover geïnformeerd bij de beantwoording van de Kamervragen van lid Koopmans (Aanhangsel van de Handelingen vergaderjaar 2011–2012, nr. 1640).

Schiphol heeft de meeste vliegbewegingen en een steeds verder groeiende populatie ganzen. De andere Nederlandse luchthavens wil de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu ook gaan betrekken bij de aanpak die voor Schiphol is gekozen. Elke luchthaven heeft een unieke ligging en te maken met verschillende typen vliegbewegingen en vogelsoorten. Derhalve is het streven van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu door middel van maatwerk de overige luchthavens te laten profiteren van de lessons learned in relatie tot vogelaanvaringpreventiebeleid op en rond Schiphol.

Kosteneffectiviteit ganzenakkoord Nederland Ganzenland

Tevens is met G7 en IPO gesproken over het lopende onderzoek naar de kosteneffectiviteit van het ganzenakkoord Nederland Ganzenland en een door de provincies ontwikkeld scenario. Deze varianten zullen in het onderzoek worden afgezet tegen het referentiescenario: voortzetting van het huidige beleid. Daarbij zal ook de mogelijkheid worden meegenomen van medefinanciering van het ganzenbeleid door de EU. In beide scenario’s zit een overgangsperiode van 5 jaar, waarin de reductie van het aantal standganzen zou moeten worden bereikt. Dit onderzoek is op 1 februari 2012 gestart en zal 3 maanden in beslag nemen.

Foerageergebieden nieuwe stijl en agrarisch natuurbeheer

Het ganzenakkoord stelt aanpassingen van de ligging van de huidige foerageergebieden voor, zodat deze meer aaneengesloten worden en meer in de ganzenconcentratiegebieden komen te liggen.

De huidige gebieden zijn namelijk niet goed aaneengesloten en in een derde deel van de in totaal 65 000 hectares aan foerageergebieden is geen schadehistorie te zien. Als de provincies hiermee akkoord gaan, wil ik agrarisch natuurbeheer voor boeren in foerageergebieden mogelijk maken. De subsidie zal gericht zijn op het beheren van de foerageergebieden. De schadevergoedingen kunnen dan net als elders in het land via het Faunafonds blijven lopen en blijven hiermee de verantwoordelijkheid van de provincies.

Richtsnoer voor dodingsmethoden

Onderzoek naar de dodingsmethoden is reeds uitgevoerd. In het rapport «Het doden van wilde ganzen met CO2 en argon» van Wageningen UR Livestock Research (mei 2010, rapport 338) is een vergelijking gemaakt tussen de verschillende dodingsmethoden en daarmee gepaard gaande welzijnsrisico’s en effecten op de populatieomvang. Er is een vergelijking gemaakt tussen de volgende methoden: afschot, letale injectie, cervicale dislocatie en decapitatie, elektrocutie en vergassen met CO2 en argon.

Bij de keuze van de dodingsmethoden wordt niet alleen gekeken naar de welzijnsaspecten van de methode zelf maar naar het hele proces. Afschot, dislocatie, decapitatie en letale injectie volstaan niet om grote groepen ganzen effectief en met zo min mogelijk stress te doden. Dit komt omdat in een aantal gevallen de stressperiode langer aanhoudt dan nodig is, mede doordat de periode tussen het vangen, transporteren en uiteindelijk doden langer is. De onderzoeker concludeert dan ook dat de stressperiode aanzienlijk verkort kan worden als de ganzen ter plekke met gas worden gedood. Hiervoor is een mobiele vergassingscontainer/-trailer nodig. Hoge concentratie CO2-gas kan irriterend zijn voor de slijmvliezen, derhalve stelt de onderzoeker voor om de concentratie CO2-gas langzaam te doen stijgen, wat een mildere inductie geeft. CO2 in combinatie met argon laat langere hersenactiviteit en meer spierconvulsies zien. Argon in combinatie met CO2 levert geen voordelen op. Dus in die gevallen dat doden van ganzen noodzakelijk is, wordt de methode van bedwelmen en doden met oplopende CO2-concentraties als meest acceptabel beschouwd. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt biociden af op risico's voor het milieu en de volksgezondheid, op het gebied van de arbeidsomstandigheden en op werkzaamheid.

Bovenstaande zal verder worden uitgewerkt – in overleg met de G7, provincies en andere betrokken partijen – tot een wetenschappelijk en ethisch verantwoorde richtsnoer over dodingsmethoden. Verder experimenteel onderzoek is derhalve niet nodig.

Resumé

Met bovenstaande geef ik uitvoering aan bovengenoemde moties. Het wetsontwerp Natuurbescherming is mijns inziens in overeenstemming met het gewenste ganzenbeheer. Ik informeer u voor de zomer over het lopende kosteneffectiviteitonderzoek. En in het verlengde daarvan zal ik dan tevens aangeven of subsidie voor agrarisch natuurbeheer onderdeel wordt van foerageergebieden nieuwe stijl. Het voornoemde richtsnoer zal ik uw Kamer medio 2013 doen toekomen.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker

Naar boven