31 736 Wijziging van de Zorgverzekeringswet, de Wet op de zorgtoeslag en enige andere wetten, houdende maatregelen om ook wanbetalers voor hun zorgverzekering te laten betalen (structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering)

Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2010

Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering (hierna: de wanbetalerswet) in de Eerste Kamer1 heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd het parlement voor het einde van 2010 te informeren over de uitvoering van de wet voor de verzekerden die op het moment van inwerkingtreding van de wet al een premieachterstand hadden van meer dan zes maanden (het stuwmeer). Met deze brief voldoe ik hieraan.

Er zijn ruim 13 miljoen Zvw-verzekerden van 18 jaar en ouder. Die zouden € 14,4 miljard aan nominale Zvw-premie per jaar moeten betalen2. Bij de inwerkingtreding van de wanbetalerswet op 1 september 2009 waren er 304 000 verzekerden die geen of te weinig nominale premie betaalden en een betalingsachterstand hadden van zes maanden of meer. Op 31 december 2009 was dit aantal gestegen tot 318 000 personen3. De gederfde premie op jaarbasis bedraagt derhalve ruim € 350 miljoen (ca. 2,4% van het totale premiebedrag).

Om dit ongewenste verschijnsel tegen te gaan is de wanbetalerswet ingevoerd met als doel:

  • 1. voorkomen dat mensen wanbetaler worden (preventie);

  • 2. zorgen dat wanbetalers toch premie betalen (bestuursrechtelijke premie met bronheffing);

  • 3. bewerkstelligen dat wanbetalers terugkeren naar een normaal patroon van premiebetaling (voorkomen recidive).

De wanbetalerswet moet ertoe leiden dat het aantal wanbetalers dat er was op het moment van inwerkingtreding van de wet afneemt en dat het aantal nieuwe wanbetalers zoveel mogelijk wordt beperkt. Eerder heeft mijn ambtsvoorganger een streefcijfer van een afname met circa 50 000 wanbetalers per jaar genoemd.

De verwerking van het stuwmeer

Zorgverzekeraars Nederland en het CVZ hebben vanwege het grote aantal wanbetalers op het moment van inwerkingtreding van de wet in de zomer van 2009 aangegeven dat een gefaseerde melding van wanbetalers door zorgverzekeraars van groot belang was voor ordentelijke uitvoering. Daarop is besloten dat zorgverzekeraars volgens een door het CVZ vastgesteld schema het bestaande stuwmeer van wanbetalers zou aanmelden. In de periode van september 2009 tot en met oktober 2010 is dit gebeurd.

Aantal wanbetalers

Per eind oktober zijn er volgens opgave van het CVZ 264 000 wanbetalers die in het bestuursrechtelijke premieregime zitten.

In de VWS-verzekerdenmonitor 2010 is vermeld dat in volgende rapportages over de omvang van het aantal wanbetalers zal worden uitgegaan van de aantallen wanbetalers die door zorgverzekeraars bij het CVZ zijn aangemeld.

Tot nu toe vermeldt het CBS het aantal wanbetalers dat volgens opgave van zorgverzekeraars een premieachterstand heeft van meer dan zes maanden.

Uit het verschil met de opgave van het CVZ blijkt dat zorgverzekeraars een deel van de wanbetalers met een premieschuld van meer dan zes maanden niet heeft aangemeld. De inspanningen die verzekeraars hebben verricht in het voortraject van de fasegewijze aanmelding, zoals het aanschrijven van wanbetalers, het wijzen op de mogelijkheid van een betalingsregeling en verbeteringen in de administratie van de wanbetalers, hebben geleid tot minder instroom van wanbetalers bij het CVZ dan was voorzien.

Teneinde in de toekomst de afname van het aantal wanbetalers dat in het bestuursrechtelijk premieregime zit en terugkeert naar het normale premieregime van de zorgverzekeraar inzichtelijk te kunnen maken, zal ik in toekomstige rapportages uitgaan van de gegevens van het CVZ.

In tabel 1 wordt het aantal afmeldingen uit het bestuursrechtelijke premieregime gespecificeerd. Hieruit blijkt dat sedert de invoering van de wet 19 365 mensen zijn afgemeld uit het bestuursrechtelijk premieregime. Deze mensen hebben hun schulden afbetaald of hebben een afbetalingsregeling of een stabilisatieovereenkomst gesloten en betalen maandelijks de nominale premie aan hun zorgverzekeraar.

Tabel 1

Aantal afmeldingen

19 365

Premieschuld aan zorgverzekeraar voldaan

10 347

Afbetalingsregeling met zorgverzekeraar

2 324

Geslaagde stabilisatieovereenkomst

5 610

WSNP (wettelijke schuldsanering)

1 084

Inning en opbrengsten bestuursrechtelijke premie

  • Via bronheffing wordt 46% van de bestuursrechtelijke premie geheven. Dit betreft zowel wanbetalers met voldoende regulier inkomen waarop de gehele bestuursrechtelijke premie van 130% (€ 136,72) wordt ingehouden als personen met een uitkering waarop 100% (€ 105,17) wordt ingehouden. De laatste categorie betreft 19% van de wanbetalers.

  • Bij personen waar bronheffing niet (geheel) mogelijk is wordt de bestuursrechtelijke premie door het CJIB per incasso geïnd. Het gaat hierbij onder meer om zelfstandigen, mensen zonder regulier inkomen en uitzendkrachten, maar ook om de inning van de overige 30% bij uitkeringsgerechtigden.

In tabel 2 wordt de wijze van inning en heffing van de bestuursrechtelijke premie getoond.

Tabel 2

Incassostroom

Opgelegde premie (€)

Betaalde premie (€)

Broninhouding werkgevers

62 089 013

48 912 541

Broninhouding SVB

2 331 985

1 762 082

Broninhouding UWV

15 118 987

11 231 717

CJIB 30%

8 092 517

1 100 157

CJIB volledig

99 160 273

7 399 150

Totaal

186 793 575

70 405 648

Conclusies

  • Zorgverzekeraars en het CVZ hebben het afgelopen jaar veel inspanningen verricht om het stuwmeer van wanbetalers in het bestuursrechtelijke premieregime te brengen. Ik heb geconstateerd dat dit door goede samenwerking tussen zorgverzekeraars en CVZ zonder noemenswaardige problemen is gerealiseerd. Ik heb dan ook veel waardering voor de wijze waarop deze taak, in samenwerking met het CJIB en de zorgverzekeraars, is volbracht.

  • Uit de cijfers blijkt dat bronheffing als instrument om de bestuursrechtelijke premie te innen goed werkt. Inmiddels is voor een bedrag van ruim € 186 miljoen aan bestuursrechtelijke premie opgelegd, waarvan bijna de helft (46%) rechtstreeks aan de bron wordt geïnd. Wanbetalers die voorheen niets betaalden, betalen nu eindelijk hun premie. Wel stel ik vast dat de incasso door het CJIB moeizamer verloopt dan verwacht.

  • Uit de cijfers van het CVZ blijkt dat ruim 19 000 wanbetalers inmiddels zijn teruggekeerd naar een normaal patroon van premiebetaling aan hun zorgverzekeraar. Voor een overgangsjaar, waarin fasegewijs het aantal wanbetalers in het bestuursrechtelijk regime is gebracht en ook gaandeweg maatregelen om te voorkomen dat mensen met betalingsachterstend in het bestuursrechtelijk regime terecht komen, zijn geïmplementeerd, stemt mij dit hoopvol. Niettemin acht ik het op dit moment nog te vroeg om al definitieve conclusies te trekken over de doelstelling om wanbetalers terug te brengen naar het normale betaalpatroon hij hun eigen verzekeraar.

  • Ik merk hierbij op dat op dit moment voorbereidingen worden getroffen voor het uitvoeren van een evaluatie, waarbij de doelstellingen van de wet zullen worden getoetst aan de uitvoeringspraktijk. Ook de effecten van het incassobeleid en de werking van de preventieve maatregelen zullen daarbij worden betrokken. De bevindingen van deze evaluatie zullen naar verwachting nog in positieve zin kunnen bijdragen aan genoemde doelstelling.

    Ik informeerde de Tweede Kamer over het treffen van voorbereidingen voor deze evaluatie al in antwoord op Kamervragen van het lid Leijten over het verzaken van de acceptatieplicht door verzekeraars van 2 september 20104. Het streven is erop gericht de evaluatie voor de zomer van 2011 af te ronden en uw Kamer hierover in het najaar te berichten.

  • In de Verzekerdenmonitor 2011 zal ik u tussentijds informeren over de verdere afname van het aantal wanbetalers uit het bestuursrechtelijk regime.

Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers


XNoot
1

Handelingen I, 6 juli 2009, EK 39–1799.

XNoot
2

Uitgaande van een premie van gemiddeld € 1 107 per jaar.

XNoot
3

Bron CBS.

XNoot
4

Tweede Kamer, Vergaderjaar 2010–2011, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 82

Naar boven