29 628 Politie

Nr. 240 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 maart 2011

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft mij op 28 maart 2011 (2011Z06284/2011D15690) verzocht om het rapport «Infra en Architectuur bij vtsPN» van 28 februari 2011 en het rapport «Onderzoek Verzorgingsgebieden van de vtsPN – 1e Tussenrapportage» van 4 maart 2011 aan uw Kamer te sturen (kenmerk 2011Z06284/2011D15690). De rapporten zijn opgesteld door Het Expertisecentrum (HEC) in opdracht van de algemeen directeur van de vts Politie Nederland. (vtsPN). De voorzitter van het Korpsbeheerdersberaad (Kbb) heeft mij de rapporten direct na de behandeling in de vergadering op 25 maart 2011 toegezonden. Ik heb de HEC-rapporten als bijlagen opgenomen bij deze brief1.

De bevinding van het HEC is dat er sprake is van veel achterstallig onderhoud van de ICT-infrastructuur (en ICT-organisatie) bij de politie. De conclusie van het HEC is dat de ICT-infrastructuur niet meer reparabel is, omdat het achterstallig onderhoud te groot is geworden. De aanbeveling van het HEC is stapsgewijs een nieuwe ICT-infrastructuur op te bouwen en om gelijktijdig onderdelen van de bestaande ICT-infrastructuur stapsgewijs over te dragen aan de nieuwe ICT-organisatie of af te bouwen.

Het Kbb heeft in haar vergadering op 25 maart 2011 ingestemd met de richting van de door het HEC aanbevolen tweesporenaanpak, namelijk:

  • - binnen drie jaar wordt gekomen tot een vernieuwde ICT-infrastructuur en ICT-organisatie van waaruit centraal (één rekencentrum) de ICT basisvoorzieningen geleverd worden. Dit nieuwe rekencentrum wordt de komende 3 jaar stapsgewijs opgebouwd, waardoor al in het eerste jaar enkele belangrijke applicaties centraal gedraaid kunnen worden;

  • - de huidige ICT functionaliteiten in de zeven verzorgingsgebieden worden onder een strak continuïteitsregime gebracht (er wordt niet meer geïnvesteerd in vernieuwing alleen in continuïteit) en worden stapsgewijs overgebracht naar het nieuwe centrale datacenter danwel stopgezet.

Ik onderschrijf de mening van de korpsbeheerders dat de ICT bij de politie dringend verbetering behoeft. De door het HEC aanbevolen en de door het Kbb overgenomen richting lijkt verstandig. Voordat deze richting definitief wordt ingeslagen, moet eerst een plan van aanpak voor de komende drie jaar worden uitgewerkt. Het Kbb heeft de noodzaak van een plan van aanpak in haar besluitvorming onderschreven.

Het plan van aanpak zal gezamenlijk door het Kbb en mij worden uitgewerkt, waarbij ook de financiële consequenties in kaart zullen worden gebracht. Ook zullen de noodzakelijke voorwaarden voor de uitvoering van het plan van aanpak worden geschapen. De continuïteit van de operationele ICT-dienstverlening van de vtsPN aan de politiekorpsen moet vanzelfsprekend altijd zijn gewaarborgd.

Ik zal bij het opstellen van het plan van aanpak alle (eerdere) feiten en bevindingen betrekken. Vanwege de voorgeschiedenis mag er geen twijfel meer bestaan over de juistheid van te maken keuzes. De korpsbeheerders zullen, conform de uw Kamer bekende Transitieafspraken, de verantwoordelijkheid voor de ICT-portefeuille en de vtsPN per 1 mei aan mij overdragen. Daartoe zullen de korpsbeheerders voor 1 mei een overdrachtsdocument, inclusief risicoanalyse opstellen. Zoals uw Kamer bekend is, doet de Algemene Rekenkamer onderzoek naar de ICT-basisvoorzieningen bij de politie. De uitkomsten van dit onderzoek zullen eind juni beschikbaar zijn. Op basis van deze informatie zal het definitieve plan van aanpak worden vastgesteld. Ik zal de Kamer daarover zo spoedig mogelijk berichten.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven