27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 94 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 februari 2011

In het mondeling vragenuur van 11 en 25 januari jl. heeft mw Ouwehand (PvdD) vragen gesteld over de beoordeling van de risico’s voor omwonenden bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen. Deze vragen werden gesteld naar aanleiding van uitzendingen van de TV programma’s Zembla op 8 januari getiteld «Gif in de bollenstreek» en «Uitgesproken VARA» van 25 januari.

De staatssecretaris van EL&I heeft de mondelinge vragen van mw Ouwehand beantwoord. Hij heeft aangegeven dat het risico voor omwonenden nu niet in de toelating wordt beoordeeld en dat dit ongewenst is. Hij heeft daarbij tevens aangegeven dat op Europees niveau wordt gewerkt aan een methode om in die beoordeling te voorzien. In 2010 is door de European Food and Safety Authority (EFSA) een voorstel gemaakt waarover in 2011 besluitvorming door de Commissie wordt verwacht. Als de methode als Europees richtsnoer wordt vastgesteld, kan het op uniforme wijze door de nationale toelatingsautoriteiten worden gehanteerd.

De staatssecretaris van EL&I is tevens ingegaan op de vraag of het ontbreken van een beoordeling op omwonenden tot grote zorgen aanleiding geeft. Zijn antwoord daarop was ontkennend. Uit geen van de onderzoeken is een dergelijke zorg naar voren gekomen. De staatssecretaris heeft toegezegd nadere informatie over het beschikbare onderzoek te geven en in te gaan op de rol van genoemd Europees richtsnoer en gepland advies door de Gezondheidsraad. Die toegezegde informatie geef ik u mede namens de staatssecretaris van EL&I in deze brief.

In de signalen uit het onderzoek kunnen twee lijnen worden onderscheiden. De ene lijn benadrukt dat het om zeer giftige stoffen kan gaan en dat de mate waarin omwonenden worden blootgesteld niet precies bekend is. Zorg wordt uitgesproken over met name gevoelige groepen als kinderen en over cumulatie van stoffen. Deze lijn benadrukt dus de onzekerheden.

In een andere lijn van de onderzoeken is geprobeerd zo goed mogelijke schattingen van de risico’s voor omwonenden te maken. Aan de beperkingen door gebrek aan kennis is daarin doorgaans uitgebreid aandacht besteed. Daarbij werd steeds geconstateerd dat de risico’s klein zijn. De geschatte risico’s blijven ver verwijderd van de normen voor humane blootstelling. Die conclusie blijft ook gelden na toepassing van veiligheidsfactoren in verband met in het onderzoek geïdentificeerde lacunes in kennis.

In 2004 is over de risico’s voor omwonenden door gewasbeschermingsmiddelen in een bollengebied door de staatssecretaris van VROM aan de TK gerapporteerd. Dit is destijds besproken, zie TK 2003–2004, 27 858 en 22 343, nr. 49 en TK 2004–2005, 27 858, nr. 52. Een TNO-rapport over de risico’s is toen naar de TK gestuurd. Het onderzoek dat momenteel aan ons bekend is treft u aan in de bijlage.

Beide lijnen in het onderzoek zijn waardevol. Zij komen bij alle toelatingsaspecten aan de orde. Volgens het bestaande beleid kan een toelating worden verleend als er redelijke zekerheid is over veilig gebruik. Dat is de afweging van de mogelijkheid van risico’s voor mens en milieu tegenover het economische belang van het gebruik.

In Duitsland wordt in de toelating beoordeeld of er mogelijke risico’s zijn voor blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen van omstanders en omwonenden. Duitsland gebruikt daarvoor een eenvoudige schattingsmethode. In meer dan 90% van de toelatingen bleek er geen risico. In een aantal gevallen zijn aanvullende gebruiksvoorschriften gesteld om de risico’s voor omwonenden te beperken. Ik zal de Gezondheidsraad attenderen op de Duitse gegevens en de ontwikkelde methodiek én hen vragen deze bij hun advies te betrekken.

Het wetenschappelijke werk aan de verbetering van de toelatingsbeoordeling vindt grotendeels plaats in Europees kader. Zoals aangegeven is in 2010 door EFSA een Europees voorstel gedaan voor de beoordeling van het risico’s voor omwonenden. Nederland zet in Brussel in op spoedige besluitvorming over dit voorstel door de Europese Commissie. Verder zijn er recent twee grote Europese onderzoeksprojecten gestart die relevant zijn voor dit onderwerp en die gesteund worden door de Nederlandse overheid.

Het voormalige ministerie van VROM heeft enige jaren geleden om een advies van de Gezondheidsraad gevraagd. Het werk daaraan is door de Gezondheidsraad vanaf najaar 2011 ingepland. De staatssecretaris van EL&I heeft in het vragenuur van 25 januari jl. toegezegd de Gezondheidsraad te verzoeken het advies naar voren te halen en uiterlijk 1 juli dit jaar te rapporteren. De Gezondheidsraad zal tevens worden gevraagd alle relevante literatuur bij haar advies te betrekken. Over dit verzoek zal ik u z.s.m. nader informeren.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

J. J. Atsma

Bijlage Literatuurlijst

Algemene Rekenkamer: Toelating bestrijdingsmiddelen voor de Landbouw, Tweede Kamer, verg. jaar 2002–2003, 28 615, nrs. 1 – 2.

Bestrijdingsmiddelenatlas: www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl

Bretveld, Reini; Roeleveld, Nel: Reproductie-toxische effecten van blootstelling aan pesticiden in de glastuinbouw. Afd. Epidemiologie en Biostatistiek, Universitair Medisch centrum, St. Radboud, Nijmegen.

Dick, Finlay. D.: Parkinson’s disease and pesticide exposures. British Medical Bulletin 2006; 79 and 80: 219–231.

Duyzer, J.H.; Boersen, G.A.C.; Bleeker, A.; Schurz, F.; Spooren, A.A.M.G.: Oriënterende studie naar het gezondheidskundige risico voor aanwonenden van bollenvelden waarop bestrijdingsmiddelen worden toegepast. TNO-rapport R 2004/008

EFSA Panel on Plant Protection Products and their Residues (PPR):

Scientific Opinion on Preparation of a Guidance Document on Pesticide

Exposure Assessment for Workers, Operators, Bystanders and Residents. EFSA Journal 2010; 8 (2): 1501 (65 pp.).

Gezondheidsraad: Commissie atmosferische verspreiding van bestrijdings-middelen. Atmosferische verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen; een risico-evaluatie. Den Haag: Gezondheidsraad, 2000; publicatie nr. 2000/03.

Gezondheidsraad: Werkprogramma 2011 Gezondheidsraad. Den Haag:

Gezondheidsraad, 2010; publicatie nr. A10/06.

Heederik, D; Blootstellingsrisico's aan gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden van bollenteeltbedrijven. Institute for Risk Assessment Sciences

Divisie Milieu-epidemiologie, Universiteit Utrecht (2009).

Hogenkamp, A.: Bloembollen, Bestrijdingsmiddelen en bewoners. Een verkennend onderzoek naar de mogelijke blootstelling van bewoners van de gemeente Zijpe aan bestrijdingsmiddelen die worden gebruikt in de bloembollenteelt. Wetenschapswinkel Biologie. Institute for Risk Assessment Sciences, Universiteit Utrecht, P-UB-2002-07, okt. 2002

Martin, Sabine; Guidance for Exposure and Risk Evaluation for Bystanders and Residents exposed to Plant Protection Products during and after Application; Federal Institute for Risk Assesments; Berlin, 2008

Milieu- en Natuurplanbureau: Tussenevaluatie van de Nota duurzame gewasbescherming, Bilthoven, december 2006.

Royal Commission on Environmental Pollution: Crop spraying and the health of residents and bystanders. Chair Sir Tom Blundell FRS, FMedSci . Sept. 2005

Naar boven