25 424 Geestelijke gezondheidszorg

Nr. 133 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 september 2011

Op 30 juni jongstleden is de motie Van der Staaij / Bruins Slot aangenomen (TK 2010/11, 25 424, nr. 123) over het risico op zorgmijding. U heeft op 26 juli jongstleden een afschrift ontvangen van mijn reactie op deze motie (Kamerstuk 2010/11, 25 424, nr. 130).

Ter uitvoering van de motie is een aantal maatregelen getroffen om tot een lagere eigen bijdrage in de tweedelijns GGZ te komen. Ik verwijs u daarvoor naar mijn brief van 26 juli 2011 (Kamerstuk 2010/11, 25 424, nr. 130).

Per 2012 zal een eigen bijdrage gelden van € 100 voor DBC’s onder de 100 minuten en € 200 voor DBC’s boven de 100 minuten. De verzekerde betaalt niet meer dan € 200 per kalenderjaar (exclusief eigen bijdrage verblijf van € 145 per maand).

Ik ben voornemens de verlaging van de eigen bijdrage naar € 200 – in lijn met de motie – onder andere te dekken door een tariefmaatregel. De tarieven die gelden bij DBC’s van 18 000 minuten en langer worden verlaagd tot het tarief van de DBC met dezelfde diagnose van 12 000 tot en met 17 999 minuten. Samen met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wordt bezien hoe de technische uitwerking van die tariefmaatregel precies kan worden vorm gegeven. Aangezien de DBC’s van 18 000 minuten en langer met name door gebudgetteerde instellingen worden geleverd, zal ik de NZa eveneens verzoeken de budgetten van deze instellingen te verlagen in lijn met bedoelde tariefmaatregel.

Met voorgaande heb ik u, conform artikel 8 van de Wet Marktordening Gezondheidszorg (WMG) geïnformeerd over de zakelijke inhoud van de aanwijzing die ik van plan ben op grond van artikel 7 van die wet aan de NZa te geven. Overeenkomstig artikel 8 van de WMG zal tot het geven van die aanwijzing niet eerder worden overgegaan dan nadat dertig dagen, met inachtneming van het reces, zijn verstreken na verzending van deze brief.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers

Naar boven