21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 500 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juni 2011

In deze brief informeer ik u over de onderwerpen die op de agenda staan van de Landbouw- en Visserijraad die op 28 juni plaatsvindt in Luxemburg, alsmede over mijn inzet tijdens die bijeenkomst. Op de agenda staan zowel landbouw- als visserijonderwerpen.

Op visserijgebied gaat het allereerst om een mededeling van de Europese Commissie over de vangstmogelijkheden voor 2012. Daarnaast is onder diversen op verzoek van de Ierse delegatie de makreelvisserij door IJsland en de Faeroër geagendeerd. Ik zal zelf onder diversen aandacht vragen voor de van 9 tot en met 11 maart jl. in Noordwijk door Nederland georganiseerde High Level Conference on the future of the Common Fisheries Policy. Tijdens de Raad zal ik het verslag van deze conferentie uitreiken aan mijn EU-collega’s.

Op het gebied van de landbouw zal de Raad – onder voorbehoud, maar zeer waarschijnlijk – spreken over de stand van zaken met betrekking tot de EHEC-bacterie en de gevolgen daarvan voor de telers van groenten en fruit.

Het is mogelijk dat er nog onderwerpen aan de agenda toegevoegd worden.

Vangstmogelijkheden voor de visserij in 2012

(Presentatie door de Commissie; gedachtewisseling)

De Raad zal van gedachten wisselen over de mededeling van de Commissie over de vangstmogelijkheden voor 2012. Deze mededeling schetst in algemene bewoordingen de stand van de visbestanden in EU-wateren, geeft aan met welke generieke spelregels de vangstmogelijkheden voor 2012 zullen worden vastgesteld en gaat in op het besluitvormingsproces in de rest van 2011.

Over de staat van de visbestanden schetst de Commissie een gemengd beeld: het aantal overbeviste bestanden is gereduceerd, maar de toestand van veel bestanden baart nog steeds zorgen. De Commissie wil met het oog op het bereiken van MSY (Maximum Sustainable Yield of Maximaal Duurzame Oogst) in 2015 de visserijsterfte de komende drie jaar in gelijke stappen reduceren.

Voor bestanden waar wegens het ontbreken van informatie geen wetenschappelijk advies voor is, wil de Commissie een automatische vangstreductie van 25 procent toepassen. In voorgaande jaren werden de vangstmogelijkheden voor deze categorie bestanden nog stapsgewijs gereduceerd tot werkelijke vangstniveaus. Voorts stelt de Commissie voor om de besluitvorming over enerzijds de autonome EU-bestanden en anderzijds de samen met derde landen beheerde bestanden in twee verschillende maanden te laten plaatsvinden (respectievelijk november en december).

Ik kan instemmen met het voornemen van de Commissie met betrekking tot het bereiken van MSY in 2015, maar acht bij de verdere uitwerking en toepassing van het MSY-principe een zorgvuldige wetenschappelijke onderbouwing noodzakelijk, waarbij ook de maatschappelijke organisaties en industrie betrokken zijn.

Voor wat betreft het beheer van soorten waarvoor geen wetenschappelijk advies bestaat wil ik, in samenwerking met de Commissie en andere lidstaten, de eerder ingezette verkenning van alternatieve richtsnoeren voor het beheer van soorten continueren vóórdat eventueel wordt besloten af te wijken van de aanpak die in de afgelopen jaren gebruikelijk was.

Verder ben ik blij met de transparantie over het besluitvormingsproces, maar zie ik geen meerwaarde in de ingrijpende opsplitsing tussen de besluitvorming over autonome EU-bestanden en over de samen met derde landen beheerde bestanden. Hoewel ik er voorstander van ben om waar mogelijk besluitvorming in een eerder stadium dan tijdens de Raad van december te laten plaatsvinden, zie ik in dit specifieke geval te veel onderlinge relaties tussen bestanden in beide onderhandelingsonderdelen om ze goed te kunnen splitsen. Bovendien geef ik er de voorkeur aan over dergelijke ingrijpende wijzigingen te besluiten in het kader van de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid.

(mogelijk) Follow-up EHEC-uitbraak

De Commissie zal mogelijk informatiegeven over de maatregelen die tot nu toe genomen zijn in het kader van de EHEC-besmettingen. In de Raad zal naar verwachting de marktsituatie opnieuw worden besproken. Ook zal mogelijk worden bekeken of verdere maatregelen noodzakelijk zijn.

Zoals reeds aangekondigd in en ondersteund door uw Kamer zal ik samen met mijn Belgische collega aandacht vragen voor een vergoeding («suppletie») voor ondernemers die onder de zeer moeilijke marktomstandigheden producten verkocht hebben tegen zeer lage prijzen (en hun producten dus niet uit de markt hebben genomen). Mogelijk zullen ook andere lidstaten aandacht vragen voor aanvullende regelingen. Daarbij zal ook met name naar de handel moeten worden gekeken onder andere als gevolg van de importstop van de Russische Federatie.

Diversen

Makreelvisserij door IJsland en de Faeröer

(Informatie van de Ierse delegatie)

Ierland heeft de situatie in het internationale makreelbeheer geagendeerd.

Aanleiding hiervoor is het uitblijven van maatregelen door de Commissie om IJsland en de Faeröer te bewegen tot een overeenkomst met de EU en Noorwegen te komen over de vangsthoeveelheden voor makreel.

Voor 2010 en voor 2011 heeft IJsland unilateraal een onevenredig groot quotum vastgesteld van respectievelijk 130 000 en 146 000 ton (meer dan 1/5 van de door de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) geadviseerde totale vangsthoeveelheid). IJsland voert aan dat het makreelbestand meer en meer migreert naar de IJslandse wateren. Ook de Faeröer hebben voor 2010 en 2011 unilateraal een onevenredig groot quotum vastgesteld van respectievelijk 85 000 ton en 130 000 ton. Het vaststellen van hoge unilaterale quota door IJsland en de Faeröer brengt het duurzaam beheer van het makreelbestand in gevaar.

Tijdens een speciale bijeenkomst van het Europese Economische Ruimte Joint Committee (januari 2011) heeft de Commissie aangegeven maatregelen tegen IJsland te overwegen. Met de Faeröer is er in maart 2011 opnieuw een overlegronde geweest zonder dat een akkoord bereikt werd. IJsland is eerder uit de onderhandelingen gestapt. Een akkoord lijkt steeds verder weg.

Ik maak me ernstig zorgen over het beheer van het makreelbestand. Duurzaam beheer moet voorop staan. Er kan niet zonder meer worden ingestemd met de zeer grote claims van IJsland en de Faeröer. Ik zal Ierland steunen in een eventuele oproep aan de Commissie om effectieve en proportionele maatregelen te nemen om zo IJsland en de Faeröer te bewegen tot een akkoord te komen.

High Level Conference on the future of the Common Fisheries Policy

(Informatie van de Nederlandse delegatie)

Ik zal aandacht vragen voor het verslag van de High Level Conference on the future of the Common Fisheries Policy, door Nederland georganiseerd van 9 tot en met 11 maart in Noordwijk. Ik heb uw Kamer eerder geïnformeerd over de uitkomsten van deze conferentie1. Ik zal in de Raad benadrukken dat alle deelnemers aan de conferentie het eens waren over de noodzaak tot hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (status quo is geen optie), waarbij een besluitvormingsprocedure met meer decentrale elementen moet worden nagestreefd, overheidsfondsen ten goede moeten komen van innovatie en verduurzaming en de EU een taak heeft in het informeren van consumenten over duurzaamheid, mede om meer marktwerking te stimuleren.

Ik zal verder opnieuw aandacht vragen voor het duurzaam beheer van visbestanden – middels minder schadelijke visserijtechnieken en een einde aan het overboord zetten van ongewenste vangsten – en voor het belang van meer verantwoordelijkheid voor de visserijsector. Duurzaamheid en economische rentabiliteit zijn wat mij betreft onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Overig

Onderhandelingsmandaat voor een visserijprotocol tussen EU en Gabon

(A-punt)

De Raad zal als A-punt, dus zonder discussie, het onderhandelingsmandaat voor de Commissie inzake de vernieuwing van het visserijprotocol met Gabon vaststellen. Op basis van het lopende protocol krijgen tonijnvissers toegang tot de Exclusieve Economische Zone van Gabon. Dit protocol loopt af op 2 december 2011. Het mandaat voor de onderhandelingen over een nieuw protocol heeft mijn steun; het voldoet aan de eisen die ik stel aan het externe visserijbeleid van de EU. Het schrijft onder meer voor dat een nieuw protocol een mensenrechtenclausule dient te bevatten en het geeft de opdracht aan de Commissie om bij de onderhandelingen rekening te houden met wetenschappelijke adviezen en aan te dringen op implementatie van een duurzaam visserijbeleid dat bijdraagt aan de ontwikkeling van het partnerland.

Verlenging van het visserijprotocol tussen de EU en Marokko

De Commissie heeft de lidstaten verzocht om instemming met een verlenging van het visserijprotocol (met één jaar) tussen de EU en Marokko. De Commissie heeft onlangs een akkoord daarover bereikt met Marokko. Omdat het uitonderhandelde protocol aansluit bij het onderhandelingsmandaat dat de Raad in februari jl. verstrekte aan de Commissie, ben ik voornemens in te stemmen met het protocol, zoals ik dat eerder ook deed met het onderhandelingsmandaat. Op dit moment ligt het protocol in het Coreper voor aan de lidstaten. In geval van snelle overeenstemming zal het als A-punt geagendeerd worden voor de Raad van 28 juni a.s.

Op basis van eerdere aan uw Kamer gemelde overwegingen, zoals ik uw Kamer eerder heb gemeld2, steun ik het onderhandelingsmandaat waarbij alle belangen zijn afgewogen, ook die van de Westelijke Sahara. Niet instemmen met het voorgestelde mandaat zou betekenen dat er geen overeenkomst gesloten zou worden, en daar heeft niemand belang bij, ook de lokale bevolking niet. Zonder partnerschap zijn er immers ook geen middelen beschikbaar ten gunste van die groep. In het onderhandelingsmandaat is mede op aandringen van Nederland opgenomen dat Marokko tussentijds dient te rapporteren over de mate waarin de beschikbaar gestelde EU-fondsen ten goede komen aan de verschillende regionale bevolkingsgroepen. De visserijactiviteiten mogen lopende de verlengde overeenkomst niet toenemen.

Dit jaar moet benut worden om met Marokko afspraken te maken over een nieuwe, verbeterde meerjarenovereenkomst, waarin goede afspraken gemaakt worden, ook voor de lokale bevolking.

Ik zet me daarvoor in langs de lijn van de Nederlandse visie op het nieuwe Gemeenschappelijk Visserijbeleid en in lijn met de motie Polderman/Irrgang (TK 21 501-32, 392).

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 201, nr. 12.

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 21 501-32, nr. 440.

Naar boven