Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de AIVD (ingezonden 8 juni 2026).

Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 26 juni 2026)

Vraag 1

Kunt u de onderstaande simpele ja-nee-vragen ook met «Ja» of «Nee» beantwoorden? Zo nee, waarom lukt dat niet?

Antwoord 1

Waar dat kan, zal ik de vragen met ja of nee beantwoorden. Wanneer een nadere toelichting op zijn plaats is, zal ik die geven.

Vraag 2

Kan de AIVD journalisten inzetten als «agent»? Ja of nee?1

Antwoord 2

Ja. Op grond van artikel 41 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) heeft de AIVD de bevoegdheid tot het inzetten van agenten. Een agent is een natuurlijk persoon die op basis van vrijwilligheid wordt ingezet en aangestuurd om gericht informatie te verzamelen die voor de taakuitvoering van de AIVD van belang is. De AIVD kan hiervoor iedereen benaderen, dus ook journalisten.

Vraag 3

Bent u ermee bekend dat de voorloper van de AIVD, de BVD, in de Nederlandse media artikelen liet afdrukken die waren geschreven door de BVD?2

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Gebeurt dit nog steeds? Met andere woorden, worden er in de Nederlandse media door journalisten (of redacties) artikelen afgedrukt die eigenlijk afkomstig zijn van de AIVD? Ja of nee?

Antwoord 4

Nee. Als de AIVD iets publiekelijk aan de orde wil stellen doet de dienst dat door een publicatie, zoals het jaarverslag. Het onder voorwendsel laten plaatsen van een journalistiek artikel met als doel de publieke opinie of het openbare debat te beïnvloeden is niet aan de orde.

Vraag 5

Oefent de AIVD op enige wijze invloed uit op datgene wat Nederlandse journalisten in de Nederlandse media zeggen of schrijven? Ja of nee?

Antwoord 5

Nee. De AIVD kan wel, bijvoorbeeld door middel van achtergrondgesprekken of het beantwoorden van vragen, nadere duiding geven aan journalisten op fenomenen die de AIVD onderzoekt. Dat gebeurt ook op verzoek van de journalist.

Vraag 6

Los van of de AIVD wel of niet journalisten gebruikt om artikelen te laten verschijnen in de Nederlandse media, mag de AIVD dit doen? Met andere woorden heeft de AIVD hiervoor de juridische bevoegdheid? Ja of nee?

Antwoord 6

Nee. De Wiv 2017 voorziet niet specifiek in een dergelijke bevoegdheid.

Vraag 7

Vindt u het «als onze hoeder van onze democratie» vanuit democratisch oogpunt acceptabel als een buitenlandse inlichtingendienst, in het geheim, dus zonder dat het duidelijk is dat deze buitenlandse inlichtingendienst erachter zit, Nederlandse journalisten gebruikt om in de Nederlandse media artikelen te plaatsen? Ja of nee?

Antwoord 7

Nee. De vrije pers is een pijler van onze democratische rechtsorde. Het is van wezenlijk belang dat journalisten onafhankelijk en op betrouwbare wijze hun werk kunnen doen.

Vraag 8

Vindt u het «als onze hoeder van onze democratie» vanuit democratisch oogpunt acceptabel als onze eigen inlichtingendienst, de AIVD, in het geheim, dus zonder dat het duidelijk is dat de AIVD erachter zit, Nederlandse journalisten gebruikt om in de Nederlandse media artikelen te plaatsen? Ja of nee?

Antwoord 8

Nee. Zie mijn antwoorden op vraag 4 en 7.

Vraag 9

Kunt u deze bovenstaande ja-nee-vragen afzonderlijk en binnen de gebruikelijke termijn van drie weken beantwoorden?

Antwoord 9

Ja.


X Noot
1

Kamerstuk 29 924, nr. 263

X Noot
2

NRC, 31 maart 2023, «Nederlandse media drukten artikelen af die waren geschreven door veiligheidsdienst BVD» (www.nrc.nl/nieuws/2023/03/31/nederlandse-media-drukten-artikelen-af-die-waren-geschreven-door-veiligheidsdienst-bvd-a4161052)


X Noot
1

Kamerstuk 29 924, nr. 263

X Noot
2

NRC, 31 maart 2023, «Nederlandse media drukten artikelen af die waren geschreven door veiligheidsdienst BVD» (www.nrc.nl/nieuws/2023/03/31/nederlandse-media-drukten-artikelen-af-die-waren-geschreven-door-veiligheidsdienst-bvd-a4161052)

Naar boven