Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over data en normen windturbines op land (ingezonden 21 mei 2026).

Mededeling van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 19 juni 2026)

Vraag 1

Kunt u aantonen dat de jaargemiddelde geluidsnorm (Lden) een aantoonbare relatie heeft met feitelijke hinder en slaapverstoring van omwonenden?

Vraag 2

Op welke recente datasets zijn de gehanteerde bron-hinderrelaties gebaseerd, en zijn deze representatief voor moderne windturbines van >150 meter?

Vraag 3

Kunt u voorbeelden geven van Nederlandse veldstudies waarin modelberekeningen zijn gevalideerd met gemeten hinder bij omwonenden?

Vraag 4

Hoe is in de planMER rekening gehouden met nachtelijke piekbelasting en hinderincidenten per nacht en per seizoen?

Vraag 5

Erkent u dat gemiddelde meetdata piekgeluid en hinderincidenten onvoldoende zichtbaar maken?

Vraag 6

Kunt u aantonen dat de voorgestelde normen minimaal hetzelfde beschermingsniveau bieden als afstandsnormen zoals in Denemarken?

Vraag 7

Kunt u onderbouwen dat de nieuwe normering leidt tot gelijke of lagere feitelijke hinder dan de Handreiking industrielawaai (1998)?

Vraag 8

Waarom is geen volwaardige vergelijking gemaakt tussen de huidige normering en alternatieven, zoals strengere afstandsnormen of andere meetmethoden?

Vraag 9

Hoe is geborgd dat effecten van slijtage en veroudering van windturbines zijn meegenomen in de beoordeling van hinder en geluid?

Vraag 10

Kunt u uitsluiten dat de normering vooral gebaseerd is op modelaannames zonder voldoende empirische onderbouwing bij omwonenden?

Vraag 11

Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

Mededeling

Met de brief van 21 mei 2026 jl. (kenmerk 2026Z10546) heeft het lid Vermeer van de fractie van BBB mij nadere vragen gesteld over het onderwerp data en normen windturbines op land. Zoals door de Minister van KGG toegezegd in het commissiedebat hernieuwbare energie op 15 april jl., zal uw Kamer binnenkort een brief ontvangen met het kabinetstandpunt ten aanzien van de milieunormen voor windturbines op land. Gezien de inhoudelijke samenhang zult u dan ook de beantwoording van de hierboven genoemde vragen ontvangen.

Naar boven