Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over data en normen windturbines op land (ingezonden 21 mei 2026).

Vraag 1

Kunt u aantonen dat de jaargemiddelde geluidsnorm (Lden) een aantoonbare relatie heeft met feitelijke hinder en slaapverstoring van omwonenden?

Vraag 2

Op welke recente datasets zijn de gehanteerde bron-hinderrelaties gebaseerd, en zijn deze representatief voor moderne windturbines van >150 meter?

Vraag 3

Kunt u voorbeelden geven van Nederlandse veldstudies waarin modelberekeningen zijn gevalideerd met gemeten hinder bij omwonenden?

Vraag 4

Hoe is in de planMER rekening gehouden met nachtelijke piekbelasting en hinderincidenten per nacht en per seizoen?

Vraag 5

Erkent u dat gemiddelde meetdata piekgeluid en hinderincidenten onvoldoende zichtbaar maken?

Vraag 6

Kunt u aantonen dat de voorgestelde normen minimaal hetzelfde beschermingsniveau bieden als afstandsnormen zoals in Denemarken?

Vraag 7

Kunt u onderbouwen dat de nieuwe normering leidt tot gelijke of lagere feitelijke hinder dan de Handreiking industrielawaai (1998)?

Vraag 8

Waarom is geen volwaardige vergelijking gemaakt tussen de huidige normering en alternatieven, zoals strengere afstandsnormen of andere meetmethoden?

Vraag 9

Hoe is geborgd dat effecten van slijtage en veroudering van windturbines zijn meegenomen in de beoordeling van hinder en geluid?

Vraag 10

Kunt u uitsluiten dat de normering vooral gebaseerd is op modelaannames zonder voldoende empirische onderbouwing bij omwonenden?

Vraag 11

Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

Naar boven