Vragen van de leden Bushoff, Slagt-Tichelman en Westerveld (allen GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Medische Zorg en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de topsalarissen van zorgbestuurders (ingezonden 13 maart 2024).

Antwoord van Minister Helder (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 23 april 2024).

Vraag 1

Is het uw beeld dat de hogere beloningen voor interim-bestuurders ten opzichte van de Wet normering topinkomens (WNT) geheel herleidbaar zijn naar de bijzonderheden van interim-vervulling, zoals u die in de eerdere beantwoording heeft opgenoemd (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2023–2024, nr. 1143)?

Antwoord 1

Hierover zijn geen gegevens beschikbaar, maar ik heb geen reden om eraan te twijfelen dat de norm die de eerste twaalf kalendermaanden van de functievervulling geldt voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking passend is voor de bijzonderheden van interim-vervulling in die eerste twaalf kalendermaanden1. Vanaf de dertiende kalendermaand geldt de reguliere norm die ook voor topfunctionarissen met dienstbetrekking geldt.

Vraag 2

Vindt u het eerlijk dat externe adviseurs buiten de normering van de WNT vallen? Zo ja, waarom?

Antwoord 2

Bepalend voor de vraag of de WNT-normen van toepassing zijn, is niet de wijze van aanstelling, maar of de functionaris kwalificeert als topfunctionaris (of niet). Daarmee vallen ook topfunctionarissen zonder dienstbetrekking onder de WNT, ongeacht de gekozen juridische vorm op basis waarvan de functie wordt vervuld. Of iemand nu in dienstbetrekking is aangesteld of een andere vorm van een dienstverband heeft, op inhuurbasis werkt als ZZP-er, op detacheringsbasis of op wat voor manier dan ook.

Vraag 3

Wat vindt u ervan dat bestuurders in de publieke sector functies stapelen en hierdoor alsnog ruim boven de WNT-norm uitkomen?

Antwoord 3

In de WNT is de anticumulatiebepaling opgenomen. Dat betekent dat de bezoldigingen van dezelfde bestuurder die in dienstbetrekking is bij twee of meer WNT instellingen bij elkaar opgeteld moeten worden, waarbij het totaal van de bezoldiging niet boven de bezoldigingsnorm mag uitkomen. Deze anticumulatiebepaling geldt voor leidinggevende topfunctionarissen met een dienstbetrekking en niet voor functies als voorzitter of lid van een toezichthoudend orgaan of topfunctionaris zonder dienstbetrekking2.

Vraag 4

Welke conclusies verbindt u aan het feit dat de zelfregulering via de Governanecode zorg als het gaat om declaratieafspraken niet wordt nageleefd3?

Antwoord 4

Alvorens ik conclusies kan trekken ga ik eerst met de voorzitters van de betrokken branche- en beroepsorganisaties (BoZ, NVZ, NFU, NVZD en NVTZ) in gesprek. Zoals al eerder aangegeven vind ik het betreurenswaardig dat de afspraken met betrekking tot de vergoeding van onkosten uit de Governancecode Zorg niet goed worden nageleefd.

Vraag 5

Kunt u onderbouwen waarom u niet voor een wettelijke plicht wil kiezen, om naleving van regels te verzekeren?

Antwoord 5

Het is in de eerste plaats een aangelegenheid tussen bestuurders en toezichthouders om afspraken te maken over de vergoeding van onkosten door de raad van bestuur. Zij hebben met elkaar afgesproken, in de Governancecode Zorg, dat zij het beleid rondom onkostenvergoedingen en de gemaakte declaraties openbaar maken. Dat zij zich niet aan hun eigen afspraken houden vind ik teleurstellend. Wel ben ik blij dat de NVZ, NVTZ en NVZD hun leden hebben opgeroepen om alsnog inzicht te geven in de gemaakte declaraties van raden van bestuur. Het is de geijkte weg om eerst met partijen in gesprek te gaan en hen de kans te geven dit alsnog te regelen.

Vraag 6

Welke waarde heeft de Governancecode zorg, als deze niet wordt nageleefd?

Antwoord 6

De Governancecode Zorg is een belangrijk instrument van zelfregulering. De afspraken omvatten verschillende onderwerpen die verder gaan dan alleen de openbaarmaking van declaraties. Ze geven richting aan de kwaliteit en ontwikkeling van het bestuur en toezicht. Dit bleek ook uit de evaluatie van de agenda «Goed Bestuur in de Zorg»4, waarin wordt gesteld dat zelfregulering heeft geleid tot een professionaliseringsslag onder bestuurders en toezichthouders. Zorginstellingen die aangesloten zijn bij hun brancheorganisatie en daarmee de Governancecode Zorg onderschrijven, hebben afgesproken de code na te leven. De Governancecommissie Gezondheidszorg en de brancheorganisaties kunnen individuele zorginstellingen aanspreken op het niet naleven van de code.

Vraag 7

Zijn de signalen, zoals gepubliceerd in het onderzoek van Nieuwsuur, over de slechte naleving van de Governancecode zorg nieuw voor u? Zo nee, welke signalen heeft u eerder ontvangen en welke acties heeft u hier aan verbonden?

Antwoord 7

Eind 2015, begin 2016 is er ook aandacht geweest voor het openbaar maken van de declaraties van zorgbestuurders. Een groot deel van de zorgbestuurders weigerde toen inzage te geven in de declaraties na een uitvraag van RTL Nieuws. In reactie daarop heeft de toenmalige Minister van VWS een oproep gedaan aan bestuurders om transparant te zijn over de gemaakte onkosten. Aanvullend heeft een rondetafelgesprek plaats gevonden met een aantal bestuurders van zorgorganisaties en de voorzitters van alle branche- en beroepsorganisaties5. Dit heeft geleid tot aanpassing van de Governancecode Zorg in 2017, waarin de betreffende passage over transparantie van declaraties en onkosten is opgenomen.

Vraag 8

Vindt u het een goede zaak dat het mogelijk is dat ziekenhuisbestuurders, die zelf niet voldoen aan de afspraken van de Governancecode zorg, tegelijkertijd toezichthouder zijn bij andere ziekenhuizen op dezelfde code?

Antwoord 8

Zowel toezichthouders als bestuurders van ziekenhuizen hebben zich gecommitteerd aan de Governancecode Zorg. Raden van toezicht zijn verantwoordelijk voor het opstellen en openbaar maken van het beleid rondom declaraties en controleren de naleving daarvan. Bestuurders dienen dit beleid na te volgen en transparant te zijn over hun declaraties. Personen die zowel een bestuurlijke als toezichthoudende rol vervullen, zullen zich in beide rollen aan de gemaakte afspraken moeten houden.

Vraag 9

Hoe staat het met uw voornemen voor een koerswijziging als het gaat om regulering, toezicht en handhaving op het gebied van ongewenste beïnvloeding (Kamerstuk 32 012, nr. 50)? In hoeverre is wettelijk verplichte registratie in het transparantieregister onderdeel van deze nieuwe koers?

Antwoord 9

In het afgelopen jaar heb ik de mogelijkheden voor de voorgenomen koerswijziging verder onderzocht. Ik werk momenteel aan een brief over de voortgang van dit traject. Ik verwacht deze brief in april aan uw Kamer te kunnen aanbieden. Onderdeel van deze brief is inderdaad een wettelijk transparantieregister, waarbij registratie verplicht wordt.

Vraag 10

Deelt u de mening dat een zelfde koerswijziging wenselijk is als het gaat om declaratiebeleid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen?

Antwoord 10

Ik vind het overhaast om naar aanleiding van het onderzoek van Nieuwsuur wettelijke maatregelen te nemen. Ik ga eerst met de BoZ, NVZ, NVZD en NVTZ in gesprek om te kijken hoe transparantie rondom declaraties bevorderd kan worden.


X Noot
1

Deze bijzonderheden bestaan uit: bijzondere competenties die gevraagd worden, financiële risico’s, en aanvullende kosten (overheid- en bemiddelingskosten).

Staatsblad 2015, 475 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

X Noot
3

Ziekenhuisbestuurders houden zich niet aan declaratie-afspraken (nos.nl)

X Noot
4

Kamerstukken II 2021/22, 32 012, nr. 47

X Noot
5

VGN, GGZ Nederland, NVZ, NFU, Actiz, BoZ, NVZD en NVTZ

Naar boven