Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020730

Vragen van het lid Kuiken (PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat tientallen jeugdzorgorganisaties failliet dreigen te gaan (ingezonden 22 oktober 2019).

Antwoord van Minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 14 november 2019).

Vraag 1 en 2

Kunt u een overzicht bieden van de voorwaarden waaraan zorgaanbieders moeten voldoen om in aanmerking te komen voor noodsteun om liquiditeitsproblemen te verhelpen, zoals eerder verleend aan jeugdzorgorganisatie Juzt?1

Kunt u toelichten waar deze € 3 miljoen aan liquiditeitssteun werd gevonden op de begroting?

Antwoord 1 en 2

Zoals ook aangegeven in de brief «Doorontwikkeling beleid rond zorgaanbieders in financiële problemen»2 die op 11 oktober aan uw Kamer is toegestuurd, zijn zorgaanbieders zelf verantwoordelijk voor hun bedrijfsvoering. Van hen wordt verwacht dat ze tijdig maatregelen nemen om eventuele financiële problemen te voorkomen en, wanneer dit niet lukt, met betrokken stakeholders te zoeken naar een oplossing. Zorgverzekeraars, Wlz-uitvoerders en gemeenten hebben een zorgplicht en zijn verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van passende zorg. Wanneer betrokken partijen inclusief toezichthouders (IGJ, Nederlandse Zorgautoriteit en/of Jeugdautoriteit) er niet in slagen om tot een oplossing te komen om de continuïteit van zorg te borgen, kan VWS ingrijpen. VWS roept de betrokken partijen dan aan tafel en spreekt hen aan om hun rol te pakken. Het doel is dat partijen komen tot een gezamenlijk herstructureringsplan, waarin de continuïteit van zorg centraal staat. VWS kan hierbij indien nodig ondersteuning bieden, bijvoorbeeld in de vorm van projectondersteuning, (financiële) expertise of tijdelijk extra bestuurskracht.

In zeer uitzonderlijke situaties kan de betrokkenheid van VWS verder gaan. Als er sprake is van zo’n uitzonderlijke situatie waarbij de betrokken partijen de problemen niet redelijkerwijs zelf kunnen oplossen, andere ondersteuning vanuit VWS onvoldoende uitkomst biedt en de continuïteit van zorg in gevaar blijft, dan kunnen wij ook zelf een financiële bijdrage leveren aan het herstructureringsplan. Aan deze financiële steun zijn voorwaarden verbonden:

De betrokken partijen hebben aangetoond dat zij de bestaande problemen niet redelijkerwijs zonder onze steun kunnen oplossen.

Een externe deskundige heeft het plan gevalideerd en bevestigd dat het effectief, doelmatig en toekomstbestendig is.

Alle betrokken partijen committeren zich aan het plan en dragen er maximaal aan bij. Dat kan financieel, bijvoorbeeld in de tariefstelling, maar ook op een andere manier, bijvoorbeeld door het verleggen van patiëntenstromen. Dit om zeker te stellen dat het belang van de continuïteit van een organisatie door de omgeving niet alleen met de mond wordt beleden, maar ook daadwerkelijk terug te zien is in een serieuze bijdrage van die partijen als bewijs van hun commitment.

De uitvoering van het plan en de besteding van de middelen worden gemonitord door een onafhankelijke partij.

Personeel en cliënten(raden) moeten worden betrokken bij de uitvoering van het herstructureringsplan.

Wanneer het plan gericht is op het in stand houden van de instelling, dan is het van belang dat de oorzaken van de financiële problemen, zowel financieel als organisatorisch, daadwerkelijk worden aangepakt. Dit betekent dat ook gekeken wordt naar de rol en eventuele aansprakelijkheid van (voormalige) bestuurders en interne toezichthouders.

Iedere casus uniek en afhankelijk van regionale omstandigheden. In de praktijk is maatwerk nodig. De hier geschetste uitgangspunten moeten daarom niet worden gezien als een blauwdruk, maar als richtinggevend voor ons handelen in voorkomende gevallen.

VWS heeft zorgbreed geen specifiek budget voor het steunen van instellingen in financiële nood. We zien dat de financiële gezondheid van diverse specialistische jeugdhulpaanbieders precair is. Grote veranderingen zijn daarvan soms de reden, zoals afbouw van huidige grootschalige capaciteit die gepaard gaat met opbouw van nieuwe kleinschalige, gezinsgerichte vormen van gesloten jeugdhulp. Om liquiditeitssteun voor jeugdhulpaanbieders mogelijk te maken, wordt begin 2020 de eerder aangekondigde subsidieregeling voor het verstrekken van subsidie voor continuïteit van cruciale jeugdhulp gepubliceerd. Voor deze regeling is € 20 miljoen beschikbaar gesteld vanuit het gemeentefonds. Subsidie wordt slechts verstrekt in uitzonderlijke, acute situaties, waarin de aanbieder en de (veelheid van) samenwerkende gemeenten onvoldoende slagen in het borgen van de continuïteit van cruciale jeugdzorg. Op basis van een continuïteitsplan dient aangetoond te worden dat met de subsidie, in de vorm van liquiditeitssteun, de continuïteit gegarandeerd is. En ook moet aangetoond worden hoe uiterlijk na een jaar de liquiditeitssteun terugbetaald kan worden. De Jeugdautoriteit adviseert over het toekennen van subsidie. Vooruitlopend op deze subsidieregeling is in het specifieke geval van jeugdhulpaanbieder Juzt € 3 miljoen liquiditeitssteun toegekend.

Vraag 3

Kan worden vastgesteld dat het vanaf nu standaard beleid is om dergelijke steun te verlenen aan jeugdzorgorganisaties in geval van liquiditeitsproblemen?

Antwoord 3

Jeugdzorgaanbieders komen alleen in aanmerking voor liquiditeitssteun wanneer zorgcontinuïteit daadwerkelijk en acuut in gevaar is. Voorwaarde voor deze steun is, zoals ook aangegeven in mijn antwoord op vraag 1 en 2, dat betrokken partijen tot een plan zijn gekomen om deze continuïteit op de korte en lange termijn toch te kunnen borgen en zij dit redelijkerwijs niet zonder liquiditeitssteun van VWS kunnen uitvoeren.

Vraag 4

Waarom verleent u enkel liquiditeitssteun wanneer een grote organisaties failliet dreigt te gaan, maar implementeert u geen structurele oplossingen voor de algehele problematiek in de jeugdzorg?

Antwoord 4

In de Kamerbrief van 7 november jl. hebben de Minister voor Rechtsbescherming en ik u geïnformeerd over onze plannen om structureel te komen tot een betere organisatie van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daarnaast heeft het kabinet bij voorjaarsnotabesluitvorming in € 1.020 miljoen extra uitgetrokken voor de uitvoering van de Jeugdwet (€ 420 mln. in 2019, € 300 mln. in 2020 en € 300 mln. in 2021).

Onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming is het beschikbaar stellen van € 20 miljoen uit de extra middelen, voor het verlenen van liquiditeitssteun als de continuïteit van cruciale zorg in gevaar dreigt te komen. Dit is niet gekoppeld aan de omvang van de instelling.