Vragen de leden Lodders en RudmerHeerema (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Burgemeesters op de bres voor kortebaandraverijen» (ingezonden 14 oktober 2019).

Mededeling van Staatssecretaris Snel (Financiën) (ontvangen 29 oktober 2019).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Burgemeesters op de bres voor kortebaandraverijen»?1

Vraag 2

Hoeveel kortebaandraverijen zijn er in Nederland? Kunt u een overzicht geven van de afgelopen tien jaar over de ontwikkeling van het aantal kortebaandraverijen in Nederland?

Vraag 3

Hoeveel van deze kortebaandraverijen zijn immaterieel erfgoed? Bent u zich ervan bewust dat kortebaandraverijen belangrijk zijn voor het behouden van de waarden en functies voor de betrokken gemeenschap? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Deelt u de mening dat de kortebaandraverijen omwille van deze wetswijziging niet mogen omvallen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5

Hoe zijn de gesprekken met de kortebaandraverij verlopen die u tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 20192 heeft toegezegd en waarover u de Kamer voor 1 april zou informeren? Hoeveel gesprekken hebben er plaatsgevonden en wat waren de uitkomsten van de gesprekken?

Vraag 6

Bent u op de hoogte van de negatieve neveneffecten van de Wet Kansspelen op afstand (Wet KOA) op het voortbestaan van de op vrijwilligers draaiende organisaties van kortebaandraverijen?

Vraag 7

Klopt het dat de kortebaandraverijsector al voor de invoering van de wet KOA bij u aan de bel trok over mogelijk desastreuze gevolgen voor de sector? Zo ja, wat heeft u met deze zorgen gedaan? En op welke manier heeft u bepaalde zorgen bij de sector weg kunnen nemen? Zo nee, hoe verklaart u dan de signalen die hierover zijn ontvangen?

Vraag 8

Kloppen de berichten dat de enige aanbieder van weddenschappen op kortebaandraverijen, Runnerz, twijfelt over het blijven aanbieden van deze weddenschappen? Zo ja, bent u in gesprek met Runnerz en op welke manier zet u zich in voor het voortbestaan van de kortebaandraverij in Nederland? Zo nee, waarom is dit niet het geval?

Vraag 9

Wat zijn de consequenties als er geen oplossing komt voor de sector?

Vraag 10

Bent u bereid zich maximaal in te spannen om te komen tot een werkbare oplossing met betrekking tot het voortbestaan van de sector?

Vraag 11

Wordt implementatie op 1 juli 2020 van de Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen, zoals werd verwacht in de memorie van toelichting van het wetsvoorstel3, gehaald?

Vraag 12

Kunt u de vragen één voor één beantwoorden en voor het eerste wetgevingsoverleg over het pakket Belastingplan 2020 op 28 oktober?

Mededeling

De leden Lodders en Rudmer Heerema (beiden VVD) hebben op 14 oktober 2019 vragen aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gesteld over het bericht «Burgemeesters op de bres voor kortebaandraverijen». Het lid Omtzigt heeft op 22 oktober 2019 vragen gesteld over het tarief in box 3 in 2020 en mogelijke schending van het eerste protocol van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De leden hebben voor beide onderwerpen verzocht om deze vragen voor het eerste wetgevingsoverleg inzake het pakket Belastingplan 2020 op maandag 28 oktober te beantwoorden. Hierbij deel ik u mee dat deze vragen niet binnen deze (korte) termijn kunnen worden beantwoord. Ik streef ernaar deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


X Noot
2

Handelingen II, vergaderjaar 2018–2019, nr. 23, item 10, blz. 42.

X Noot
3

Kamerstuk 35 031, nr. 3.

Naar boven