Vragen van de leden Den Boer en Groothuizen (beiden D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Politie arresteert klokkenluider die klaagde over machtsmisbruik» (ingezonden 16 december 2019).

Mededeling van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 7 januari 2020).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Politie arresteert klokkenluider die klaagde over machtsmisbruik»?1

Vraag 2

Kunt u bevestigen dat twee politieagenten van de eenheid Noord-Holland zijn aangehouden, omdat ze worden verdacht van het lekken van vertrouwelijke politiegegevens aan een krant? Zo niet, wat is er dan aan de hand?

Vraag 3

Kunt u, zodra de stand van het strafrechtelijk onderzoek dat toestaat, toelichten waar de verdenking tegen de verdachte agenten (schending van ambtsgeheim, valsheid in geschrifte, het doen van een valse aangifte, meineed en computervredebreuk) op is gebaseerd?

Vraag 4

Wat vindt u er van dat agenten die mogelijke misstanden melden, vervolgens verdachte kunnen worden? Vindt u dit rijmen met de rol die klokkenluiders hebben? Zo ja, waarom en tot op welke hoogte? Zo niet, wat gaat u hier aan doen?

Vraag 5

Ziet u de spanning tussen het belang dat klokkenluiders informatie over misstanden naar buiten brengen en strafrechtelijke onderzoeken naar klokkenluiders op grond van strafbare feiten als schending van ambtsgeheim?

Vraag 6

Deelt u de mening dat het feit dat een klokkenluider wordt aangehouden, het signaal kan afgeven dat het niet veilig is om binnen de Nationale Politie misstanden te melden? Zo ja, wat gaat u hier aan doen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7

Waar ligt volgens u het onderscheid en de grens tussen het lekken van (vertrouwelijke) informatie uit een organisatie zoals de Nationale Politie en het melden van een vermoedelijke misstand in de zin van de Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie? Hoe wordt voor werknemers dit onderscheid duidelijk gemaakt?

Vraag 8

Hoe kan een klokkenluider volgens u (vermoedelijke) misstanden aankaarten, indien dit mogelijk ook betekent dat vertrouwelijke informatie naar buiten komt? Op welke wijze wordt aan werknemers duidelijk gemaakt hoe hier mee om te gaan? Is hier überhaupt (voldoende) aandacht voor volgens u?

Vraag 9

Worden klokkenluiders bij de Nationale Politie volgens u voldoende gehoord? Waar blijkt dat uit? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten?

Vraag 10

Waaruit blijkt dat het voor klokkenluiders bij de Nationale Politie veilig is om hun klachten aan te kaarten? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten?

Vraag 11

In hoeverre acht u het team Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK) van de politie voldoende onafhankelijk en in staat om met dergelijke gevoelige kwesties zoals klokkenluiders om te gaan, bijvoorbeeld gelet op het feit dat een klacht gedaan bij het VIK is uitgelekt naar collega’s? Hoe staat het in dit kader met de instelling van een interne ombudsman binnen de Nationale Politie en het inrichten van een onafhankelijk meldpunt voor agenten? Kunt u een actuele stand van zaken geven? 1)

Vraag 12

Vreest u dat de omgang met de meldingen van misstanden en de latere aangifte van het lekken als gedragseffect kunnen hebben dat minder mensen interne kritiek durven te uiten of de interne klokkenluidersprocedure zullen volgen? Zo nee, waarom niet? Kunt u in uw antwoord tevens ingaan op de uitvoering van de motie-van Nispen c.s. over de negatieve gevolgen van strafrechtelijke onderzoeken naar klokkenluiders?2

Vraag 13

Hoe kijkt u aan tegen de aangifteplicht van artikel 162 Wetboek van Strafvordering in samenhang met het belang klokkenluiders te beschermen? Hoe reflecteert u op dit wetsartikel in het licht van deze casus?

Vraag 14

Ziet u mogelijkheden om bij de implementatie van de nieuwe Europese richtlijn over klokkenluiders (beter) rekening te houden met dit spanningsveld?

Vraag 15

Ziet u overeenkomsten tussen deze zaak en de zaak waarbij strafrechtelijk onderzoek is verricht naar een klokkenluider in de WODC-affaire? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Vraag 16

Hoe beoordeelt u de omgang met klokkenluiders bij de Nederlands overheid in bredere zin? Kunt u daarbij in ieder geval expliciet ingaan op de zaken van de klokkenluiders bij de Nationale Politie, het WODC en de IND? In hoeverre ziet u een verband tussen deze zaken?

Vraag 17

Herinnert u zich uw antwoorden op vragen van de leden van Nispen en Groothuizen over het tappen van de klokkenluider in de WODC-affaire?3

Kunt u reflecteren op uw antwoord van vraag 14? Bent u van mening dat de interne procedures voor het melden van vermoedens van misstanden momenteel optimaal functioneren? En bent u tevens van mening dat de «belangrijke verbeteringen die zijn doorgevoerd ten aanzien van de interne procedures voor het melden van misstanden» in de praktijk ook echt voor verbeteringen hebben gezorgd? Zo ja, op welke wijze?

Vraag 19

Kunt u al deze vragen separaat beantwoorden?

Vraag 20

Kunt u deze vragen zo snel als mogelijk beantwoorden?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Den Boer en Groothuizen (beiden D66), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Politie arresteert klokkenluider die klaagde over machtsmisbruik» (ingezonden 16 december 2019) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Naar boven