Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister voor Rechtsbescherming over het
bericht dat honderden advocaten de afgelopen jaren zijn gestopt (ingezonden 27 augustus
2018).
Antwoord van Minister Dekker (Rechtsbescherming) (ontvangen 18 september 2018).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht «Meer werkdruk, minder geld: de sociale advocatuur
wankelt»?1
Antwoord 1
Ik heb van de inhoud van het desbetreffende item in de uitzending van Nieuwsuur kennis
genomen.
Vraag 2
Bent u ervan geschrokken dat nu blijkt dat de afgelopen jaren 343 sociaal advocaten
zijn gestopt omdat de werkdruk te hoog was en de vergoeding te laag? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, waarom heeft u tot nu toe, sinds het verschijnen van het rapport van
de commissie-Van der Meer, niet ingegrepen?
Antwoord 2
De cijfers van de Raad voor Rechtsbijstand met betrekking tot het aantal rechtsbijstandverleners
dat per jaar actief is in het stelsel, zijn mij bekend. Het totale aantal advocaten
dat toevoegingen deed is in 2017 ten opzichte van 2016 met 2% gedaald, van 7.410 naar
7.260. In dezelfde periode nam het aantal toevoegingen met 6,8% af van 445.705 naar
415.618. Deze cijfers wijzen erop dat deze afname niet verontrustend is, omdat voor
een goede werking van het stelsel voldoende rechtsbijstandverleners in het stelsel
werkzaam zijn.
Vraag 3 en 6
Erkent u nog steeds dat sociaal advocaten nu geen redelijke vergoeding krijgen? Waarom
moeten sociaal advocaten wachten op uw plannen om tot minder zaken te komen, tot zij
een redelijke vergoeding zullen krijgen?
Wanneer komt u eindelijk tot het besluit hardwerkende idealisten, die een cruciale
rol spelen in onze rechtsstaat, een redelijke vergoeding te geven?
Antwoord 3 en 6
De opdracht uit het regeerakkoord luidt dat het stelsel van rechtsbijstand wordt herzien
langs de lijnen van de rapporten van de commissie-Wolfsen en de commissie-Van der
Meer binnen de bestaande budgettaire kaders. Zoals aangekondigd in mijn brief van
27 november 20172 en tijdens het dertigledendebat over gesubsidieerde rechtsbijstand in uw Kamer op
1 februari jl.3, ben ik hierover in gesprek met professionals in en rond het stelsel van gesubsidieerde
rechtsbijstand. Ik streef ernaar om, binnen de kaders van het regeerakkoord, een stelsel
vorm te geven waarin de rechtzoekende een snelle, laagdrempelige en adequate oplossing
van zijn of haar geschil wordt geboden én waarin de betrokken professional een adequate
vergoeding ontvangt. Daarbij zet ik bij het vormgeven van de toegang tot recht de
belangen van rechtszoekenden voorop en vervolgens zoeken we een passende wijze om
ook recht te doen aan de noodzaak om de rechtsbijstandverlener een adequate vergoeding
te bieden.
Ik voel de urgentie om op korte termijn veranderingen tot stand te brengen. Het rapport
van de Commissie-Van der Meer identificeerde al waar de urgentie op dit moment het
grootst is, namelijk in het familierecht. Mijn ambitie is om met voorrang op dat rechtsgebied
de grootste knelpunten aan te pakken. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan het aanpakken
van de perverse prikkels die geïdentificeerd zijn bij de bekostiging van scheidingszaken:
die zijn nu niet altijd gericht op het vinden van de beste oplossing, maar op het
soms onnodig voortzetten van procedures. Ik hecht er wel aan dat de stappen die op
korte termijn gezet worden in de richting van zijn van het toekomstig stelsel dat
ik voorsta. Daarom vraagt de exacte manier waarop die stappen gezet worden nog uitwerking.
Vraag 4
Deelt u de observatie van de heer Buruma dat het juist voor het vertrouwen in de rechtsstaat
van groot belang is te zorgen dat de sociaal advocatuur overeind blijft? Welke conclusie
verbindt u daaraan?
Antwoord 4
De (sociale) advocatuur speelt een belangrijke rol in de bescherming van rechtstatelijke
waarden en het garanderen van toegang tot recht voor iedereen. Uiteraard moet het
verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand, in zaken waarin bijstand door een advocaat
de beste oplossing biedt voor het probleem, voldoende aantrekkelijk zijn om op termijn
genoeg kwalitatief goede advocaten aan het stelsel te blijven binden.
Vraag 5
Schrikt u ervan dat bevlogen idealistische advocaten, zoals Inge Hidding, zeer serieus
overwegen te stoppen, nadat eerder bijvoorbeeld Marije Jeltes besloot te stoppen?
Voelt u zich hier verantwoordelijk voor door het jarenlang bezuinigen op de gesubsidieerde
rechtsbijstand en het nu al zo lang niets doen met de duidelijke conclusie van de
commissie-Van der Meer dat er geld bij zal moeten teneinde tot een redelijke vergoeding
te komen waardoor dit belangrijke beroep in onze rechtsstaat voldoende blijft bestaan?
Antwoord 5
Tijdens de door mij gevoerde gesprekken heb ik ook kennisgemaakt met verschillende
hardwerkende, bevlogen, betrokken en kundige sociaal advocaten en heb ik kennis kunnen
nemen van de manier waarop zij hun praktijk vormgeven. Ik heb ook de eerder door de
Vereniging Sociale Advocatuur Nederland en door andere sociaal-advocaten geuite signalen
over de onhoudbaarheid van de vergoedingen in het huidige stelsel gehoord. Zoals aangegeven
bij vraag 3, is het mijn intentie om op korte termijn de grootste knelpunten in het
familierecht aan te pakken. Over de verdere uitwerking van de modernisering van het
stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, zal ik uw Kamer binnenkort informeren.
X Noot
1Nieuwsuur, 24 augustus 2018