Vragen van lid Leijten (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat de Europese Commissie zich mengt in de opleiding Europese Studies (ingezonden 8 augustus 2018).

Antwoord van Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 3 oktober 2018)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 3164

Vraag 1

Bent u verbaast te leren dat de Europese Commissie meer invloed lijkt uit te oefenen op het curriculum van de opleidingen Europese Studies in Nederland dan hun ondersteunende bevoegdheid toelaat?1 Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 1

Ik heb geen signalen vanuit de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), noch van de Inspectie van het Onderwijs, dat de kwaliteit of vrijheid van onderwijs en onderzoek in het geding zouden zijn bij de opleidingen Europese Studies. Vanuit de Europese Unie zijn verschillende budgetten beschikbaar voor verschillende doelen. (zie ook antwoord op vraag2.

Vraag 2

Wat betekent volgens u «Europeanisering» in de context van hoger onderwijs?3 Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 2

«Europeanisering» kan als onderdeel van internationalisering gezien worden, waarbij de focus ligt op het opdoen van kennis over de uitdagingen waar Europa mee te maken heeft. Het gaat dus om het ontwikkelen van de Europese dimensie in onderwijs. Ik vind het van belang dat burgers die straks hun werk in een internationale en Europese context verrichten, of dat nou vanuit het binnen- of buitenland is, daar goed op toegerust zijn. Professionals uit verschillende domeinen hebben kennis nodig van EU-processen en -regels en dienen daar ook kritisch en onafhankelijk op te kunnen reflecteren. Dit is in de jaren »90 ook de achtergrond geweest voor het oprichten van het Jean Monnet programma.

Vraag 3

Vindt u dat dit «Europeaniseren» een opdracht dient te zijn van Europese onderzoeksubsidies, zoals het Jean Monnet-programma?

Antwoord 3

De Europese Unie stelt budget beschikbaar met verschillende doelen. Het programma Horizon2020 is hét Europese subsidieprogramma voor onderzoek en innovatie in Europa. Het programma biedt kansen voor iedere organisatie of ondernemer die actief is in onderzoek, technologische ontwikkeling of innovatie. De totale omvang van het programma is € 70 miljard (2014–2020). «Europeaniseren» is geen doelstelling binnen het Horizon2020 programma.

Naast Horizon2020 bestaat het programma Erasmus+, het subsidieprogramma van de EU voor onderwijs, training, jeugd en sport. De totale omvang van het programma is € 14,7 miljard (2014–2020). Het biedt mensen van alle leeftijden de kans om kennis en ervaring op te doen of te delen bij organisaties in verschillende landen. Erasmus+ richt zich voor het grootste deel op het bevorderen van mogelijkheden voor mobiliteit over de grens heen en ondersteunt daarnaast strategische partnerschappen tussen organisaties uit verschillende landen.

Het Jean Monnet programma is een onderdeel van het Erasmus+ programma en heeft als doel de kwaliteit van (hoger)onderwijs- en onderzoeksactiviteiten op het gebied van EU-studies, in het bijzonder op het gebied van de Europese integratie, wereldwijd te bevorderen. In het kader van EU-studies wordt heel Europa bestudeerd met bijzondere aandacht voor de interne en externe aspecten van het Europese integratieproces. Het Jean Monnet programma helpt studenten en jonge arbeidskrachten onder andere toe te rusten met kennis over EU-onderwerpen die belangrijk zijn voor het academische en beroepsmatige leven. Een andere doelstelling is om de dialoog tussen de academische wereld en beleidsmakers te bevorderen om EU beleidsvoering te verbeteren. Beide veronderstellen een open, kritische oftewel academische houding. Ik heb geen aanwijzing dat daarbij geen ruimte zou zijn voor een kritisch geluid met betrekking tot de EU.

Vraag 4

Kunt u een overzicht geven van alle projecten van het Jean Monnet-programma in Nederland over de afgelopen tien jaar in Nederland? Kunt u daarbij specificeren om wat voor activiteiten het gaat (leerstoel, studieprogramma’s, lezingen, enz) en hoeveel subsidie daarvoor van de Europese Commissie komt?

Antwoord 4

In bijlage 1 vindt u een overzicht van de Jean Monnet projecten vanaf 2009 waar een Nederlandse organisatie bij betrokken was. Indien bekend is de hoogte van de toegewezen subsidie bijgevoegd.

Vraag 5

Deelt u de mening dat de informatie over de financieringsstromen van de Europese onderwijsactiviteiten voor iedereen toegankelijk moeten zijn en niet alleen in een onleesbaar Excel bestand in het Engels?4 Bent u bereid te onderzoeken op welke manieren transparantie over financiële bijdragen zo goed mogelijk kan worden gegarandeerd?

Antwoord 5

Nederland is voorstander van maximale transparantie en toegankelijkheid van informatie, uiteraard binnen de bestaande (privacy)wetgeving. Het delen van informatie, zoals financieringsstromen en uitkomsten van de Erasmus+ projecten, vergroot ook de impact van Erasmus+. Nederland zet zich in voor het verlagen van de administratieve lasten en maximale openheid van gegevens tijdens het huidige Erasmus+ programma (2014–2020) en bij het toekomstige Erasmusprogramma (2021–2027).

Vraag 6

Is het normaal in het Nederlands hoger onderwijs dat leerstoelhouders door geldschieters verplicht worden om zich te mengen in het publiek debat, zoals het geval is bij het Jean Monnet-programma? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 6

Er zijn drie academische taken: onderzoek, onderwijs en kennisverspreiding. Nederlandse hoogleraren worden standaard geacht hun kennis en expertise in het publieke debat te brengen. Veel Nederlandse hoogleraren doen dat met verve.

Een Jean Monnet Chair is een leerstoel voor universiteitsdocenten met een specialisatie in EU-studies. Leerstoelhouders dienen als hoofdactiviteit drie jaar lang minimaal 90 uur per academisch jaar onderwijs te geven. Onder de additionele activiteiten valt onder andere het deelnemen aan conferenties, seminars/webinars en workshops, gericht op zowel beleidsmakers op lokaal, regionaal en nationaal niveau als het maatschappelijk middenveld. Het deelnemen aan het publiek en wetenschappelijk debat is een reguliere activiteit voor elke leerstoelhouder, niet alleen voor houders van de Jean Monnet Chair. Dit past in het breder beschikbaar stellen van wetenschappelijke kennis, zoals dat een onderdeel is van de academische taken.

Vraag 7

Deelt u de mening dat in het onderwijs er geen inhoudelijke sturing mag worden gegeven als voorwaarde voor financiering? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Ja. Externe financiering kan worden ingezet voor de bevordering van kennis over een specifiek onderwerp. Dit mag echter nooit ten koste gaan van de academische vrijheid.

Vraag 8

Erkent u dat het lastig is om kritisch te rapporteren over de eigen geldschieter? Zo ja, ziet u dan ook het gevaar van dit soort voorwaarden van het Jean Monnet-programma op objectief onderwijs?

Antwoord 8

De wetenschap dient vrij en onafhankelijk te kunnen opereren, dat kan ook in thematische programma’s, samenwerking met bedrijven etc. Hiervoor bestaan duidelijke protocollen en integriteitsregels. De wetenschapper wordt hierin gesteund door zijn instelling.

Jean Monnet-acties zijn erop gericht excellentie in onderwijs en onderzoek te bevorderen op het gebied van EU-studies over de hele wereld en de dialoog tussen de academische wereld en beleidsmakers te stimuleren. Beide veronderstellen een open, kritische oftewel academische houding. Ik heb geen aanwijzing dat daarbij geen ruimte zou zijn voor een kritisch geluid over de EU of richting de Europese Unie, of dat bovengenoemde protocollen en integriteitsregels niet gerespecteerd zouden worden.

Vraag 9

Deelt u de mening dat de doelstelling van «Europeaniseren» inhoudelijk sturend is en daarom een perverse prikkel geeft? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9

Zie beantwoording vraag 2

Vraag 10

Vind u het harmoniseren van de opleiding Europese Studies in de Europese Unie wenselijk? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 10

Ik ben in de eerste plaats een voorstander van academische vrijheid en respecteer de autonomie van afzonderlijke instellingen bij het bepalen van curricula. Harmonisatie van de opleiding Europese Studies in de Europese Unie is alleen wenselijk zolang er naar gedeelde waarden en gezamenlijke definities wordt gezocht.

Vraag 11

Deelt u de mening dat de competenties die studenten leren tijdens de opleiding Europese Studies en die worden vastgesteld in het «Tuning» document zouden moeten worden vastgesteld op nationaal niveau, aangezien daar de bevoegdheid ligt? Zo nee, waarom niet?5

Antwoord 11

Zie voor een toelichting op het Tuning project het antwoord op vraag 12. Het is belangrijk te stipuleren dat in de Tuning filosofie de autonomie van instellingen en diversiteit van programma’s vooropstaat. Dit sluit aan bij mijn opvatting dat het primair de verantwoordelijkheid is van afzonderlijke instellingen om het curriculum vast te stellen. Zij bepalen de leeruitkomsten en de te hanteren onderwijsvormen. Hierbij moet worden aangetekend dat het hoger onderwijs opereert in een internationale context. De eisen worden geformuleerd door de docenten en wetenschappers die actief zijn in het betreffende vakgebied, niet door overheden. Het genoemde Tuning document, Reference Points for the Design and Delivery of Degree Programmes in European Studiesmoet worden gezien als een bijdrage bij het bepalen van de standaard, en sluit aan bij de doelstelling uit het Bologna Proces dat onderwijsprogramma’s «compatible and comparable» zouden moeten zijn. «Reference points» moeten hier worden verstaan als richtinggevende – niet bindende – aanwijzingen. Dit is ook wenselijk als basis voor studentenmobiliteit, bijvoorbeeld in het kader van het Erasmus+-programma.

Vraag 12

Kunt u mij uitleggen wat de Europese Commissie bedoeld met «morele ondersteuning» van de totstandkoming van dit «Tuning» document? En wat vindt u daarvan?

Antwoord 12

Het Tuning project is een initiatief dat is voortgekomen uit de hoger onderwijswereld zelf. Het beoogde (en beoogt nog steeds) het hoger onderwijs en in het bijzonder academici en studenten een (prominente) rol te geven in de implementatie van het Bologna Proces. Tuning heeft tot doel hoger onderwijs en onderwijsprogramma’s te innoveren, dat wil zeggen beter aan te laten sluiten op de maatschappelijke vraag, en (inter)nationaal beter op elkaar af te stemmen.

Het project Tuning Educational Structures in Europe, dat geheel autonoom van de Europese Commissie opereerde, genoot financiële steun van de Europese Commissie (directoraat-generaal Onderwijs en cultuur (EAC)) van 2001 tot 2008. Voordat de Europese Commissie (Directoraat-Generaal voor Onderwijs en Cultuur) overging tot subsidiering van het Tuning project in 2001 heeft zij zich ervan vergewist dat de ideeën die ten grondslag lagen aan het project breed werden gedragen door het HO in de diverse Europese landen en door de nationale overheden. De Commissie dekte ca. 50% van de feitelijke kosten, de rest van de benodigde financiën kwam van de deelnemende hoger onderwijsinstellingen. Het primaire doel van het project: het verbeteren van de kwaliteit van hoger onderwijsprogramma’s door handvatten te ontwikkelen voor de modernisering van die programma’s en daarnaast zogenaamde internationaal vastgestelde «reference points for the design and delivery for degree programmes» te maken. In het kader van Tuning zijn referentie-raamwerken ontwikkeld voor dertien vakgebieden, w.o. Europese Studies, maar ook Geschiedenis, Natuurkunde, Wiskunde, Verpleegkunde, Bedrijfskunde enz. Binnen zogenaamde thematische netwerken werden nog veel meer van deze raamwerken gemaakt, o.a. voor de kunsten, theater, muziek. Elk raamwerk was de uitkomst van de discussie van internationale groepen van wetenschappers en docenten.

De Commissie speelde bij de totstandkoming, behalve aangaande het faciliteren van het proces, inhoudelijk geen enkele rol. De morele steun die de Commissie geeft aan het Tuning project, interpreteer ik in die zin dat de Commissie de totstandkoming van het Tuning project ziet als een goed voorbeeld en er ook op die manier aan zal refereren. Ik heb daar geen bezwaar tegen.

Vraag 13

Deelt u de mening dat de indicatie dat studenten gedurende de opleiding Europese Studies juist meer pro-Europees worden, laat zien dat er mogelijk sprake is van subjectief onderwijs?6 Zo nee, waarom niet? Bent u bereid dit verder te onderzoeken?

Antwoord 13

Ik ben van mening dat er onvoldoende onderbouwing is om te spreken over een indicatie dat studenten gedurende de opleiding Europese Studies juist meer pro-Europees worden. Ik heb geen signalen ontvangen vanuit de NVAO, noch van de Inspectie van het Onderwijs, dat de kwaliteit of vrijheid van onderwijs bij de opleidingen Europese Studies in het geding zou zijn (zie ook beantwoording vraag7.

Vraag 14

Vindt u dat studenten van de opleiding Europese Studies ook in aanraking moeten komen met kritische geluiden over de Europese eenwording? Zo ja, vindt u dat dit voldoende wordt aangeboden?

Antwoord 14

Als stelselverantwoordelijke hecht ik waarde aan de onderzoeks- en onderwijsvrijheid binnen het Nederlandse hoger onderwijs. Het is belangrijk dat studenten in aanraking kunnen komen met verschillende benaderingen van thema’s binnen hun vakgebied. Ik ga echter niet over de specifieke invulling van curricula en vakken. Het is aan de instellingen om te bepalen hoe de curricula eruitzien en het is aan de NVAO om toe te zien op de kwaliteit daarvan. Ik heb geen signalen van de NVAO, noch van de Inspectie van het Onderwijs, dat de opleidingen Europese Studies niet voldoen aan de kwaliteitscriteria.

Vraag 15

Deelt u de mening dat openbaar moet zijn wie welk onderzoek financiert in het hoger onderwijs? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u er in ieder geval voor zorgen dat de financiering vanuit de Europese Commissie openbaar wordt?

Antwoord 15

Zie beantwoording vraag 5

BIJLAGE 1.

Jaar

Projectnaam

EU bijdrage in euro’s1

Deelnemende landen

Naam coördinerende organisatie

Coördinerende land

2018

Jean Monnet Chair EU and the World

50.000,00

NL

UNIVERSITEIT LEIDEN

NL

2017

EU Global Health Law

47.520,00

NL

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

NL

2017

Mobility and Security in Europe

48.510,00

NL

UNIVERSITEIT LEIDEN

NL

2017

European Social Policy and Employment Relations

50.000,00

NL

STICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT BRABANT

NL

2017

Digital Single Market

28.350,00

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2017

Network on Research and Teaching In EU Foreign Affairs

299.500,94

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2017

Cross-border Corporate Mobility in the EU

24.553,50

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2017

European Labour Law Perspectives – Enhancing the Social Pillar

60.000,00

NL

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

NL

2017

Decisions and Dilemmas: Making learning about the EU motivating and motivating

60.000,00

NL

EUROCLIO-DE EUROPESE VERENIGING VOOR GESCHIEDENISONDERWIJSGEVENDEN

NL

2016

The meaning of expulsion in an area of common EU Citizenship

42.131,00

NL

STICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT

NL

2015

Food Politics in the European Union

30.000,00

NL

UNIVERSITEIT UTRECHT

NL

2015

Centre for European Research in Maastricht

99.828,33

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2015

CMR Centre of Excellence in EU Citizenship and Migration

79.911,88

NL

STICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT

NL

2015

Casebook on Judicial Review of Administrative Action: a bottom-up, case-based comparative examination of judicial review systems and how they have been shaped by EU law

38.695,00

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2015

Decisions and Dilemmas: Exploring European Union history through the lens of contemporary issues

57.334,00

NL

EUROCLIO-DE EUROPESE VERENIGING VOOR GESCHIEDENISONDERWIJSGEVENDEN

NL

2015

The Academic Research Network on Agencification of EU Executive Governance

299.694,36

NL, FRA, OOS, LUX, DUI, NOO, ITA, VK

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2015

European Integration, Small States and Health

239.763,26

NL, SLO, IS, EE, MT

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2015

The expansion of the EU-approaches to providing the partner-countries higher education quality assurance Expanding Quality Assurance

264.405,00

HON, ZWE, NL, ROE, BUL

SVEUCILISTE SJEVER

HON

2015

WTO and EU-Russia Cooperation: Legal and Economic Aspects

230.668,00

ROE, NL, OOS, ROE, DUI

MOSCOW STATE INSTITUTE OF INTERNATIONAL RELATIONS UNIVERSITY

ROE

2015

Memory and Securitization in the European Union and Neighbourhood

299.643,20

ROE, NL, DUI, POL, OOS

SOUTHERN FEDERAL UNIVERSITY

ROE

2014

Maastricht European Studies Chair in EU History

47.520,00

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2014

European integration and Health law

44.550,00

NL

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

NL

2014

Jean Monnet Centre of Excellence

100.000,00

NL

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

NL

2014

Decisions and Dilemmas: Learning about the EU from a historical perspective

60.000,00

NL

EUROCLIO-DE EUROPESE VERENIGING VOOR GESCHIEDENISONDERWIJSGEVENDEN

NL

2014

Addressing the Needs of Teaching Education and Research on European Foreign Policy

299.132,89

IER, BEL, NOO, FIN, VK, NL

UNIVERSITY COLLEGE DUBLIN, NATIONAL UNIVERSITY OF IRELAND, DUBLIN

IE

2014

From History to Memory Culture: Narratives of the European Council Summits between The Hague (1969), Maastricht (1991), and Lisbon (2009)

98.170,00

DUI, NL

DEUTSCHE SPORTHOCHSCHULE KOLN

DUI

2013

Human security as a new operational framework for enhancing human rights protection in the EU's Security and Migration policies

NB

NL

STICHTING T.M.C ASSER INSTITUUT

NL

2013

Explaining and Understanding Processes of European Integration

NB

NL

UNIVERSITEIT LEIDEN

NL

2013

The EU's External Relations with the Southern Mediterranean in an International Context

NB

NL

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

NL

2012

Jean Monnet Chair: EU Single Market Law and Fundamental Rights

NB

NL

UNIVERSITEIT UTRECHT

NL

2012

Jean Monnet Chair: European Trade Law in the Overseas Territories

NB

NL

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

NL

2012

Information and Research Activities: Flexibility or Disintegration? Differentiation of the Rights and Obligations of the EU States after the Lisbon Treaty and the Euro Crisis

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2012

Information and Research Activities: Commercial power Europe: advancing societal and environmental goals through trade relations

NB

NL

STICHTING T.M.C ASSER INSTITUUT

NL

2012

Jean Monet Chair in European Public Health

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2012

Jean Monnet Chair of Economic Analysis of European Law

NB

NL

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

NL

2011

Jean Monnet Chair in EU Law

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2011

Jean Monnet Centres of Excellence: Maastricht Centre for European Administrative Governance

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2011

Jean Monnet Chair: European and Transnational Governance

NB

NL

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

NL

2011

Jean Monnet Module in EU law: State Aid and Public Procurement in the European Union

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2011

Multilateral Research Groups: EU – East Asia relations in the emerging multi-polar world

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2010

Information and Research Activities: The role and legitimacy of EU agencies in their external relations

NB

NL

NEDERLANDS INSTITUUT VOOR INTERNATIONALE BETREKKINGEN, Clingendael

NL

2010

European Module: EU Law Foundations-The Institutional Functioning of the EU

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2010

Research activities Centre for the Law of EU External Relations (CLEER)

NB

NL

STICHTING T.M.C ASSER INSTITUUT

NL

2010

Jean Monnet Centres of Excellence: The post-Lisbon challenges of Europe

NB

NL

UNIVERSITEIT LEIDEN

NL

2010

Multilateral Research Groups: Decision-Making in the European Union Before and After Lisbon (DEUBAL)

NB

NL

UNIVERSITEIT LEIDEN

NL

2010

Jean Monnet Chair in European Institutional Politics

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2009

European and National Administrative Law: bridging two worlds

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2009

Research activities: Centre for the Law of EU External Relations (CLEER)

NB

NL

STICHING T.M.C. ASSER INSTITUUT

NL

2009

Jean Monnet Chair: Challenges of European Politics

NB

NL

UNIVERSITEIT LEIDEN

NL

2009

Information and Research Activities: European Integration between Trade and Non-Trade

NB

NL

UNIVERSITEIT MAASTRICHT

NL

2009

Jean Monnet Chair: Reflecting on Europe's Borders: Movement of persons and the rule of law

NB

NL

RADBOUD UNIVERSITY NIJMEGEN

NL

2009

European Module: Ontstaan en Ontwikkeling van de EU

NB

NL

UNIVERSITEIT LEIDEN

NL

X Noot
1

Het bedrag betreft de beurs toegewezen na de selectieprocedure en is indicatief. Wijzigingen tijdens het project zijn niet meegenomen in dit bedrag.

Naar boven