Vragen van de leden Verhoeven (D66) en Van Nispen (SP) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de aanstaande voorkeurspeiling onder gedetineerden voor de vaststelling van het aanbod van geestelijke verzorging binnen justitiële inrichtingen (ingezonden 24 maart 2017).

Nader antwoord van Minister Dekker (Rechtsbescherming) (ontvangen 10 januari 2018).

Vraag 1

Klopt het dat vanaf april 2017 een nieuwe voorkeurspeiling uitgaat binnen alle justitiële inrichtingen waarop de verdeling van geestelijke verzorging zal worden gebaseerd? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens de voorkeurspeiling onder gedetineerden te laten uitvoeren?

Vraag 2

Deelt u de opvatting dat het bij de voorkeurspeiling van belang is zo duidelijk mogelijk te krijgen wat de behoefte is van de gedetineerden aan geestelijke bijstand, te meer omdat die bijstand kan bijdragen aan resocialisatie? Zo ja, hoe geeft u daaraan invulling in de voorkeurspeiling?

Vraag 3

Herinnert u zich de Kamervragen naar aanleiding van een onderzoek van de Radboud Universiteit waaruit blijkt dat een groter aandeel van de gedetineerden dan uit de voorkeurspeiling bleek, niet godsdienstig is en bovendien niet alle gelovige gedetineerden specifiek behoefte hebben aan godsdienstige geestelijke verzorging?1 Hoe wordt bij de aanstaande voorkeurspeiling rekening gehouden met de behoefte van gedetineerden aan niet-godsdienstige geestelijke verzorging? Op welke wijze is voor gedetineerden in de voorkeurspeiling straks kenbaar dat naast het godsdienstige aanbod, het humanisme (als enige) een niet-godsdienstig aanbod betreft?

Vraag 4

Bent u ten behoeve van maximale duidelijkheid, bereid om in de voorkeurspeiling een nadere omschrijving achter humanisme toe te voegen, namelijk «niet-godsdienstig» zodat voor gedetineerden duidelijk is dat naast het aanbod van godsdienstige geestelijke verzorging, het humanisme (als enige in het aanbod) geen godsdienst betreft maar een levensovertuiging? Zo nee, kunt u toelichten waarom die toevoeging volgens u niet mogelijk is terwijl bijvoorbeeld bij de Joodse geestelijke verzorging wel twee verduidelijkende omschrijvingen zijn toegevoegd, namelijk «liberaal/traditioneel»?

Vraag 5

Kunt u de Kamer bij beantwoording van deze vragen dan wel apart per brief nader informeren over de invulling en uitkomst van de voorkeurspeiling?

Nader antwoord

Bij de beantwoording van Kamervragen van de heer Van Nispen op 14 april 2017 over de voorkeurspeiling onder gedetineerden2 heb ik uw Kamer toegezegd u te informeren over de uitslag van de voorkeurspeiling. Die toezegging doe ik hierbij gestand.

De Voorkeurspeiling is een peiling onder gedetineerden waarbij gevraagd wordt welke vorm van geestelijke verzorging hun voorkeur heeft. De uitslag wordt gebruikt om de voorkeur voor geestelijke verzorging in beeld te brengen en betreft geen categorisering tot welke religie of levensbeschouwing men zich rekent.

De peiling is uitgevoerd door bureau Inview Veldwerk. De afdeling Audit van DJI heeft toezicht gehouden op het onderzoek en heeft geconcludeerd dat het onderzoek zorgvuldig is verlopen. De onderzoekers hebben 92% van alle ingeslotenen kunnen benaderen en 79% hiervan heeft deelgenomen aan de voorkeurspeiling. Ik ben door DJI geïnformeerd over dit proces en de resultaten.

Resultaten ten opzichte van de voorkeurspeiling 2008–2010

Voorkeur

Voorkeurspeiling 2008–2010

Voorkeurspeiling 2017

% Rooms-katholiek (pastor)

28,72%

25,96%

% Protestants-christelijk (dominee/pastor)

22,00%

15,26%

% Joods-liberaal/joods traditioneel (rabbijn)

1,87%

2,33%

% Humanistisch (raadsman/raadsvrouw)

12,36%

12,56%

% Islamitisch (imam)

27,09%

36,25%

% Hindoe (pandit)

3,30%

1,88%

% Boeddhistisch

2,60%

2,27%

% Grieks- of Russisch orthodox

2,06%

3,49%

De voorkeurspeiling is richtinggevend bij het verdelen van de totale formatie van geestelijk verzorgers. Op die manier wordt het recht van gedetineerden op de geestelijke verzorging die hun voorkeur geniet, gegarandeerd. De Dienst Justitiële Inrichtingen zal komende maanden de nieuwe verdeling effectueren.


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 1261

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 1621

Naar boven