Vragen van het lid Kuiken (PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de
onveiligheid van «Internet of Things» in Nederland (ingezonden 31 oktober 2017).
Antwoord van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 28 november
2017) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 487
Vraag 1
Kent u de berichten «Hackers krijgen ruim baan van u»1 en «Sophos-onderzoek onthult IoT-risico’s: Nederland «gevoelig» met 4e plaats wereldwijd»?2
Vraag 2 en 3
Hoe komt het dat Nederland zo slecht scoort voor betreft de beveiliging van «smart-home»-componenten,
zoals draadloze raamcontacten, rookmelders, automatische deuropenings- of vergrendelingssystemen
en camerasystemen? Waarom is dit in bijna alle andere landen ter wereld beter?
Was u al eerder op de hoogte van de in de berichten genoemde beveiligingsrisico’s?
Zo ja, waar blijkt dat uit?
Antwoord 2 en 3
Nederland scoort in verhouding tot andere landen hoog op het gebied van connectiviteit,
het aantal burgers dat toegang tot het internet heeft en gebruikt en daar de vaardigheid
voor heeft (CSBN 2017). Dat brengt met zich mee dat het aantal IoT-gebruikers in Nederland
naar verhouding eveneens hoog is. Naar aanleiding hiervan is de toenemende dreiging
vanuit IoT reeds genoemd in het Cyber Security Beeld Nederland (CSBN) 2017. Het CSBN
wordt jaarlijks vastgesteld door de NCTV en biedt inzicht in de belangen, dreigingen,
weerbaarheid en daarmee samenhangende ontwikkelingen op het gebied van cybersecurity
over de periode mei 2016 tot en met april 2017. Hieruit blijkt ook dat een intensivering
van het beleid om deze onveiligheid te bestrijden noodzakelijk is. Zowel de Europese
Commissie (EC) als het kabinet onderkennen de noodzaak hiertoe. De EC beziet in dat
kader de mogelijkheden van certificering van IoT apparaten. Het kabinet werkt aan
de opstelling van een roadmap veilige hard en software, zie verder antwoord 4.
Vraag 4
Deelt u de mening dat door de genoemde beveiligingsrisico’s «er kans [is] dat cybercriminelen
die op zoek zijn naar je geld en data makkelijk kunnen binnendringen»? Zo ja, wat
doet u concreet om deze risico’s te verkleinen of wat gaat u daar aan doen? Zo nee,
waarom deelt u die mening niet?
Antwoord 4
Naast menselijk handelen zijn kwetsbaarheden in hard- en software een achilleshiel
van cybersecurity. Om te bevorderen dat IoT-apparaten beter worden beveiligd, stelt
het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in samenspraak met het Ministerie
van Justitie en Veiligheid en andere departementen en private partijen een roadmap
veilige hard- en software op. Hierin wordt bezien welke combinatie van instrumenten
effectief bijdragen aan de veiligheid van (het gebruik) van hard- en software. Om
onder andere de samenhang met de in het regeerakkoord aangekondigde cybersecuritystrategie
te behouden, zal de roadmap voorjaar 2018 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
Het creëren van awareness door middel van voorlichting is en blijft essentieel. Het
publiek-private initiatief www.veiliginternetten.nl en de jaarlijkse bewustwordingscampagne Alert Online dragen bij aan het gezamenlijk
vergroten van de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving in het digitale domein.
De website www.veiliginternetten.nl is het kanaal om gebruikers bewust te maken van verschillende kwetsbaarheden. Daarbij
wordt nauw samengewerkt met het NCSC. De website is daarmee een neutrale en betrouwbare
plaats om informatie en handelingsperspectieven te vinden.
Bovendien is in het Regeerakkoord structureel 95 miljoen euro gereserveerd voor cybersecurity.
De middelen worden onder andere ingezet voor de uitbreiding van personele capaciteit
en ICT-voorzieningen en verdeeld over de departementen Justitie en Veiligheid (NCTV),
Defensie (MIVD), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (AIVD), Buitenlandse Zaken,
Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken en Klimaat. Een deel van dit geld zal
op bredere voorlichtingcampagnes op dit onderwerp worden ingezet.
Vraag 5
Zijn u aangiftes bekend van particulieren of bedrijven die slachtoffer zijn geworden
van hackers die misbruik hebben gemaakt van slecht beveiligde webinterfaces van «Internet-of-Things»-apparatuur?
Zo ja, om hoeveel aangiften gaat het? Bezit de politie voldoende expertise om daar
mee om te gaan?
Antwoord 5
Aangiften van particulieren en bedrijven die het slachtoffer zijn van cybercriminelen
worden onder meer geregistreerd als computervredebreuk (hacking) of als het ontoegankelijk
maken van een geautomatiseerd werk (bijvoorbeeld in het geval van ransomware, of een
DDoS-aanval). Of bij het binnendringen of het ontoegankelijk maken door criminelen
gebruik is gemaakt van slecht beveiligde IoT-apparatuur wordt niet als zodanig geregistreerd.
In algemene zin geldt dat in het geval van een lage digitale weerbaarheid het risico
om slachtoffer te worden van cybercrime toeneemt. Cybercriminelen kiezen immers meestal
de weg van de minste weerstand teneinde maximaal effect te kunnen sorteren. IoT-apparaten
vertonen daarbij relatief vaak kwetsbaarheden die misbruikt kunnen worden. Hierbij
kunnen IoT-apparaten doelwit zijn, maar ook ingezet worden als middel, bijvoorbeeld
als onderdeel in een DDoS-aanval.
De politie heeft in de afgelopen jaren haar digitale expertise en de capaciteit voor
de aanpak van cybercrime uitgebreid. Met de beschikbaar gestelde gelden uit de Miljoenennota
en het Regeerakkoord vindt vanaf 2018 een verdere versterking plaats.