Vragen van het lid Ploumen (PvdA) aan de Minister voor Medische Zorg en de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de overlast ten gevolge van lachgas (ingezonden
20 juni 2018).
Antwoord van Staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
13 juli 2018).
Vraag 1
Kent u het bericht «Iriszorg: Verbied lachgas verkoop in o.a. Sishalounges»?1
Antwoord 1
Ja, ik heb dit bericht gelezen.
Vraag 2, 3
Wat is de stand van zaken met betrekking tot uw pogingen met de detail- en groothandel
tot afspraken te komen over vrijwillige beperkende maatregelen, zoals een leeftijdsgrens
en/of een maximale hoeveelheid patronen per transactie?2
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het door u aan het Trimbosinstituut gevraagde
onderzoek naar de manier waarop het bestaande preventieaanbod voor scholen, ouders
en uitgaanders kan worden aangevuld voor dit thema?3
Antwoord 2, 3
Ik heb het Trimbos-instituut gevraagd om het bestaande preventie aanbod voor scholen,
ouders en uitgaanders aan te vullen met het thema lachgas en handvatten te ontwikkelen
voor professionals en gemeenten. De materialen zullen voor aankomend schooljaar beschikbaar
zijn.
Ook hebben de afgelopen maanden gesprekken plaatsgevonden met verschillende (branche)
organisaties over vrijwillige beperkende maatregelen rondom de verkoop van lachgaspatronen.
Eerder dit jaar heeft Bol.com al besloten te stoppen met de verkoop van lachgaspatronen.
Uit de gesprekken met het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, de Raad Nederlandse
Detailhandel en Thuiswinkel.org blijkt dat verschillende verkooppunten al verschillende
maatregelen getroffen hebben. Daarbij heeft iedere organisatie zijn eigen beleid ontwikkeld.
Te denken valt aan:
-
– Minder opzichtig of zelfs buiten het zicht in de winkel plaatsen van slagroompatronen;
-
– Een maximum aantal patronen per klant hanteren;
-
– Geen speciale aanbiedingen of korting bij grotere bestellingen;
-
– Geen reclame; en
-
– Het controleren van grote (online)bestellingen die alleen bestaan uit de aanschaf
van lachgasproducten.
Ik vind het positief dat veel partijen al maatregelen hebben getroffen en beleid hebben
ontwikkeld voor de verkoop van lachgas passend bij hun eigen organisatie en afzetmarkt.
Wij ondersteunen deze trend dat meerdere bedrijven het oneigenlijk gebruik van lachgas
als drug helpen terug te dringen, maar het product beschikbaar houden voor de reguliere
toepassing in slagroomspuiten.
Vraag 4
Deelt u de mening van de in het bericht genoemde preventieadviseur dat door het gebruik
van lachgas «de stap om de stap op latere leeftijd naar andere middelen» te nemen
verkleind wordt? Zo ja, uit welk onderzoek blijkt dit en welke conclusies verbindt
u hieraan? Zo nee, waarom deelt u dien mening niet?
Antwoord 4
Mij is geen onderzoek bekend waaruit blijkt dat lachgas een opstapmiddel is naar middelengebruik
op latere leeftijd. Momenteel verken ik of dit zo zou kunnen zijn en of hier eventueel
onderzoek naar gedaan zou moeten worden.
Vraag 5
Acht u naast vrijwillige en preventieve maatregelen de tijd rijp voor het nemen van
meer repressieve maatregelen om het gebruik van lachgas als tegen te gaan? Zo ja,
aan welke maatregelen denkt u? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ik heb recent met (branche)organisaties vrijwillige beperkende afspraken gemaakt over
preventieve maatregelen om het gebruik van lachgas tegen te gaan. Ook heeft het Trimbos-instituut
de preventiematerialen aangevuld met informatie over lachgas. Wij zullen het gebruik
van lachgas onder jongeren blijven monitoren. Wanneer blijkt dat de vrijwillige beperkende
maatregelen en extra inzet op preventie niet het gewenste effect heeft, zal ik mij
beraden op mogelijke extra maatregelen.
Vraag 6
Welke mogelijkheden hebben gemeenten nu al om de verkoop, ook via horecagelegenheden,
en het gebruik van lachgas tegen te gaan?
Antwoord 6
Daar zijn geen algemene maatregelen voor op basis van de Drank- en Horecawet. Wel
hebben gemeenten bevoegdheden als het gaat om de openbare orde en veiligheid. Zij
kunnen controleren of de veiligheid geborgd is in horecagelegenheden. Daarnaast kunnen
zij gebruik onder jongeren ontmoedigen, veelal via de lokale GGD of instelling voor
verslavingszorg.
Vraag 7
Kent u meerdere signalen uit gemeenten waar overlast vanwege lachgas wordt ervaren?
Zo ja, welke signalen zijn dat? Bent u bereid om, bijvoorbeeld in overleg met de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG), deze lokale problematiek in kaart te laten brengen?
Antwoord 7
Tot op heden zijn er geen gemeenten die mij hierover benaderd hebben. Ook van de VNG
heb ik hierover geen signalen ontvangen.