Vragen van het lid Becker (VVD) aan de Minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid
over de beïnvloeding van Nederlanders in Nederland door Turkse lobbyorganisatie gelieerd
aan AK-partij (ingezonden 15 maart 2018).
Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 30 april
2018). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1821.
Vraag 1
Kent u het bericht «Nederturken klaarstomen voor carrière»?1
Vraag 2
Wat is de Union of European Turkish Democrats (UETD) voor organisatie, welke rechtsvorm
heeft het en welke rol en grootte heeft de organisatie in Nederland? Hoeveel Nederlanders
met een Turkse achtergrond zijn lid en hoeveel afdelingen zijn er inmiddels?
Antwoord 2
UETD Nederland is naar eigen zeggen een vereniging die zich ten doel stelt de participatie
en emancipatie van Turkse Nederlanders te bevorderen. De vereniging heeft ongeveer
900 leden en beschikt over afdelingen in Rotterdam, Amsterdam, Arnhem, Utrecht, Den
Haag, Eindhoven en Oss. De vereniging is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.
Vraag 3
Is het waar dat de UETD gelieerd is aan de AK-partij van president Erdogan? Kunt u
inzicht geven in de financiering van de UETD en ook aangeven of de organisatie nationale
en/of lokale subsidie ontvangt en zo ja welke dat zijn?
Antwoord 3
Het UETD-bestuur geeft aan dat er geen formele banden zijn met de AK-partij. Desalniettemin
wordt de organisatie algemeen gezien als Europese organisatie die gelieerd is aan
de AK-partij. Vast te stellen valt dat de organisatie activiteiten ontplooit die bijdragen
aan de belangen van de AK-partij. Dit blijkt onder andere uit de activiteiten van
de UETD waarbij Turkse politici, bijvoorbeeld parlementariërs van de AK-partij, deelnemen
aan bijeenkomsten van de UETD NL. UETD NL heeft verklaard géén subsidies te ontvangen
uit binnen – of buitenland en dat financiering van haar activiteiten plaatsvindt door
middel van contributiegelden van individuele leden en donateurs.
Vraag 4
Is het waar dat de UETD betrokken was bij het conflict tussen Nederlandse Turken na
de couppoging in Turkije, waarbij «vermeende Gülen-aanhangers» werden geïdentificeerd
en zwartgemaakt, hetgeen soms leidde tot heftige ruzies op scholen en schoolpleinen
tussen groepen ouders? Zo ja, is hierover namens de Nederlandse overheid met de UETD
gesproken en op welke wijze?
Antwoord 4
Het bestuur van UETD NL geeft aan dat zij hun leden nooit hebben geadviseerd om op
dergelijke wijze betrokken te zijn bij conflicten na de couppoging in Turkije. Vanuit
het rijk heeft er een gesprek plaatsgevonden met de UETD over hun activiteiten, financiering
en relatie met de AK-partij.
Vraag 5, 6
Bent u bekend met het feit dat vorig jaar zeventig jongeren zijn klaargestoomd door
de UETD om in Nederland de politiek in te gaan en dat zij inmiddels op verschillende
lijsten van politieke partijen staan? Zo ja, wat vindt u hiervan? Onder welke wetgeving
vallen deze activiteiten en (hoe) vindt hierop toezicht plaats?
Ziet u een risico in het feit dat de UETD Nederlanders met Turkse achtergrond op hun
Turkse loyaliteit aanspreekt en hen vraagt deze ook in de Nederlandse politiek in
te zetten? Zo ja, wat doet u eraan om dit risico terug te dringen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5, 6
De UETD geeft aan dat zij workshops organiseren voor Turks-Nederlandse jongeren over
onder andere het Nederlandse en Turkse politieke bestel. Als het gaat om politieke
participatie dan bepalen politieke partijen in Nederland wie er kandidaat kan zijn
voor verkiezingen. Uiteraard is het daarbij van belang dat politieke partijen ook
nagaan of de potentiele kandidaten zonder last politieke functies kunnen vervullen.
Vraag 7
Hoe voorkomt u in wet- en regelgeving dat ongewenste buitenlandse beïnvloeding en
het tegenwerken van integratie kan plaatsvinden door organisaties als de UETD? Welke
rol spelen de Nederlandse veiligheids- en inlichtingendiensten en welke mogelijkheden
heeft het kabinet om in te kunnen grijpen als er sprake zou zijn van activiteiten
of oproepen die ingaan tegen de Nederlandse rechtsstaat, het belang van Nederland
of die integratie tegenwerken? Bent u bereid van die mogelijkheden gebruik te maken?
Antwoord 7
In de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 maart 2018 over ongewenste buitenlandse inmenging
(Kenmerk 2223363) is toegelicht hoe het kabinet omgaat met ongewenste buitenlandse
inmenging.
Vraag 8
Bent u bereid deze vragen binnen vier weken te beantwoorden, zodat de antwoorden betrokken
kunnen worden bij het nog te plannen plenaire debat over de vermeende jihadpreek in
Hoorn die door Turkije zou zijn gedicteerd en de intimidatie van Turkse Nederlanders
door de Turkse regering?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid De Graaf (PVV),
ingezonden 15 maart 2018 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1930).
X Noot
1Telegraaf 12 maart 2018