Vraag 2, 3 en 4
Wat vindt u van het feit dat nu wederom is aangetoond dat president Assad een gifgasaanval
heeft gepleegd?
Welke consequenties verbindt u aan dit rapport van de Organisatie voor het Verbod
op Chemische Wapens (OPCW)?
Op welke wijze gaat u deze afschuwelijke oorlogsmisdaad aan de orde stellen in de
VN-veiligheidsraad?
Antwoord 2, 3 en 4
Het gaat hier om berichten die in de media zijn verschenen. Deze berichten kan de
OPCW niet bevestigen, hetgeen het prematuur maakt om hier directe consequenties aan
te verbinden. Wel bevestigen de berichten de verdenking dat het Syrische regime bij
voortduring chemische wapens heeft gebruikt tegen haar bevolking en vormen ze reden
te meer voor het kabinet om Syrië in de VN-veiligheidsraad, bij de OPCW en in andere
internationale fora krachtig te (blijven) veroordelen voor het gebruik van chemische
wapens.
Antwoord 5
Het kabinet is van mening dat een duurzame oplossing van het conflict niet kan worden
bereikt terwijl Assad aan de macht blijft. Er dient een politieke oplossing voor het
conflict te worden gevonden binnen de kaders van VN-veiligheidsresolutie 2254. Naast
de inzet om accountability en naleving van internationaal recht te bevorderen, steunt
het kabinet daarom het VN-geleide proces in Genève. Nederland financiert informele
dialogen tussen verschillende Syrische groepen (zogenoemde track-II-bijeenkomsten),
en steunt ook de Syrische Vrouwenadviesraad, die het team van VN-gezant Staffan de
Mistura adviseert.
Antwoord 6
Het gebruik van chemische wapens is onder internationaal recht onder geen beding geoorloofd,
de inzet van deze wapens mag dan ook nooit onbestraft blijven. Het kabinet zet zich
daarom, zowel binnen als buiten de VN-Veiligheidsraad, samen met gelijkgezinde landen
in om het gebruik van chemische wapens in Syrië te stoppen. In de Veiligheidsraad,
noch in de Uitvoerende Raad van de OPCW kan tot nu toe een meerderheid worden gevonden
die bereid is Syrië te veroordelen voor het – aangetoonde – gebruik van gifgas. Het
is derhalve nog niet gelukt om in internationaal verband directe consequenties te
verbinden aan het bewezen gebruik van aanvallen met chemische wapens. Het kabinet
blijft zich hiervoor echter inspannen.
Om toch zoveel mogelijk druk op Syrië uit te oefenen, steunt het kabinet een aantal
initiatieven die het streven naar accountability ondersteunen. Nederland behoort tot
de groep landen die het recent gelanceerde Franse initiatief ondersteund heeft voor
een internationaal partnerschap tegen de straffeloosheid van het gebruik van chemische
wapens.
Ook heeft Nederland in 2016 de oprichting gesteund van het IIIM, het International,
Impartial and Independent Mechanism to Assist in the Investigation and Prosecution
of Persons Responsible for the Most Serious Crimes under International Law Committed
in the Syrian Arab Republic since March 2011. Dit niet alleen met een financiële bijdrage
van in totaal 2,5 miljoen euro, maar ook door het faciliteren van een expertmeeting
in Nederland. Het IIIM verzamelt, analyseert en bewaart bewijs van schendingen van
humanitair oorlogsrecht en mensenrechten en bereidt dossiers voor ten behoeve van
mogelijke strafrechtelijke vervolging.
Voorts steunt Nederland de Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic die door de Mensenrechtenraad is ingesteld.
Nederland blijft daarnaast pleiten voor doorverwijzing door de VN-Veiligheidsraad
van de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof, omdat het Syrische regime
tot nu toe niet in staat is gebleken of bereid lijkt te zijn geweest zelf strafrechtelijk
onderzoek in te stellen. Echter, ook hiervoor is vooralsnog geen meerderheid te vinden
in de Veiligheidsraad.
In EU-verband steunt het kabinet de maatregelen die door de Raad van de EU met betrekking
tot Syrië worden genomen zolang de repressie tegen burgers aanhoudt. Het gaat hierbij
onder meer om een olie-embargo, beperkingen op bepaalde investeringen, bevriezing
van de tegoeden van de Syrische centrale bank binnen de EU en beperkingen op de uitvoer
van materiaal en technologie die kunnen worden gebruikt voor binnenlandse repressie
of voor toezicht op of interceptie van internetcommunicatie of telefoongesprekken.
Daarnaast onderhoudt de EU een lijst van personen (uit Syrië) voor wie een reisverbod
geldt en van wie de tegoeden zijn bevroren wegens de gewelddadige repressie tegen
de burgerbevolking, met inmiddels zo’n 240 personen en 67 entiteiten.