Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017874

Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over Nederlandse bedrijven die door de staat New York op een zwarte lijst zijn geplaatst (ingezonden 9 december 2016).

Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 23 december 2016).

Vraag 1

Kent u het bericht «Staat New York zet Nederlandse bedrijven op zwarte lijst om Israël»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is het waar dat vier Nederlandse bedrijven in de Amerikaanse staat New York op een zwarte lijst zijn geplaatst omdat zij Israël zouden boycotten? Zo nee, wat zijn dan de feiten?

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Is het waar dat ook andere staten in de VS zo’n lijst hanteren met een of meer Nederlandse bedrijven erop of voornemens zijn een dergelijke lijst op te stellen? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 3

In totaal hebben 26 staten in de VS Boycott, Divestment and Sanctions (BDS)-wetgeving aangenomen of in voorbereiding. Naast New York heeft voor zover bekend ook de staat Illinois een dergelijke lijst opgesteld, waar Nederlandse bedrijven op staan.

Vraag 4

Deelt u de opvatting dat de in het artikel genoemde Nederlandse bedrijven Israël niet boycotten en daarom ten onrechte op de zwarte lijst terecht gekomen zijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

De betrokken Nederlandse bedrijven hebben aangegeven dat er geen sprake is van een boycot van Israël. Het kabinet ziet geen enkele reden om hieraan te twijfelen.

Vraag 5

Bent u bereid contact op te nemen met onder andere de staat New York om toe te lichten dat de Nederlandse bedrijven ten onrechte op de lijst terecht gekomen zijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

De Nederlandse Ambassadeur in de Verenigde Staten heeft de kwestie aan de orde gesteld bij de autoriteiten van de staat New York. In het gesprek heeft de Ambassadeur gewezen op de reacties van de vier betrokken Nederlandse bedrijven, waarin zij aangeven dat er geen sprake is van een boycot van Israël, en het kabinetsbeleid toegelicht. De autoriteiten van de staat New York verklaarden bereid te zijn kennis te nemen van de bezwaren van de betrokken bedrijven en op basis daarvan over te gaan tot een early review van hun plaatsing op de lijst.

Het kabinet benadrukt tegen een boycot van Israël te zijn en te streven naar versterking van de economische betrekkingen met Israël binnen de grenzen van 1967. De Nederlandse overheid ontmoedigt al jaren economische relaties met bedrijven in Israëlische nederzettingen in bezet gebied. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de Kamerbrief met de beantwoording van de feitelijke vragen van de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken over de evaluatie van de bilaterale samenwerkingsfora met Israël en de Palestijnse Gebieden van 22 april 2015 (Kamerstuk nr. 23 432-396, antwoord op vragen 26, 27, 42, 45, 65, 90, 91 en 94). Het is uiteindelijk aan bedrijven zelf om te bepalen welke activiteiten zij ontplooien en met welke partners zij samenwerken. In het kader van internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen wordt van Nederlandse bedrijven verwacht dat zij onder eigen verantwoordelijkheid, met inachtneming van de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, tot een afgewogen besluit komen waarover zij bereid zijn publiekelijk verantwoording af te leggen.


X Noot
1

Staat New York zet Nederlandse bedrijven op zwarte lijst om Israël, https://www.nrc.nl/nieuws/2016/12/06/nederlandse-bedrijven-om-israel-op-zwarte-lijst-van-staat-new-york-5678340-a1535310, 6 december 2016.