Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het
bericht «EU betaalt nog steeds salaris aan 16 ex-eurocommissarissen» (ingezonden 8 november
2016).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 15 december 2016).
Vraag 1 en 2
Heeft u ook met verontwaardiging kennisgenomen van het feit dat de EU 16 ex-eurocommissarissen
een jaarlijkse toelage van minstens 99.996 euro uitkeert, terwijl een deel daarvan
reeds goedbetaald nieuw werk heeft gevonden?1
Klopt het dat deze informatie pas werd vrijgegeven nadat de Duitse krant Die Zeit
gedreigd had met een gang naar het Europees Hof van Justitie? Wat zegt dit volgens
u over de transparantie en werkwijze van de Europese Commissie?2
Antwoord 1 en 2
De precieze gang van zaken in aanloop naar het vrijgeven van de door Die Zeit gevraagde informatie door de Commissie is het kabinet niet bekend en kan het kabinet
derhalve niet beoordelen. In algemene zin geldt dat transparantie een essentiële voorwaarde
voor goed bestuur is.
Vraag 3 en 4
Kunt u aangeven om welke ex-eurocommissarissen het gaat, en of zij inmiddels wel of
niet een nieuwe betrekking hebben gevonden? Kunt u daarbij ook de hoogte van de toelage
per ex-eurocommissaris aangeven, de onderliggende berekening leveren en ingaan op
de vraag of deze berekening overeenstemt met de Europese regels?
Hebben de eurocommissarissen die een nieuwe functie bekleden volgens de Europese regels
recht op deze toelage, en zo nee, hoe heeft het dan kunnen gebeuren dat zij toch minstens
een ton per jaar incasseren?
Antwoord 3 en 4
Het kabinet verwijst in dezen naar de uitkeringsregeling, de zogenaamde overbruggingstoelage,
voor voormalige hoge EU-ambtsdragers. Eurocommissarissen maken als hoge EU-ambtsdragers
bij beëindiging van hun functie aanspraak op een overbruggingstoelage. Sinds de nieuwe
verordening (voorjaar 2016, nr 2016/300) is de duur van deze overbruggingstoelage
afhankelijk van de duur van de diensttijd in de betreffende functie. De minimale duur
is zes maanden en de maximale duur twee jaar. Op basis van de oude verordening 422/67/EEG,
die nog geldt voor de betreffende voormalige eurocommissarissen, was de aanspraak
op de overbruggingstoelage in alle gevallen drie jaar. Ook de hoogte van de toelage,
zoals opgenomen in de nieuwe verordening, is afhankelijk van de diensttijd in de betreffende
functie. Dit varieert van 45% van het basissalaris bij een diensttijd van korter dan
twee jaar tot 65% bij een diensttijd langer dan 15 jaar.
In het geval een voormalige hoge EU-ambtsdrager een nieuwe bezoldigde functie aanvaardt,
vindt een korting op de overbruggingstoelage plaats, voor het gedeelte dat de bezoldiging
van de nieuwe functie samen met de overbruggingstoelage de bezoldiging van de voormalige
ambtsdrager overschrijdt. Ook bij de aanvaarding van de nieuwe betaalde functie kan
een voormalige hoge EU-ambtsdrager dus recht houden op (een gedeelte van) de overbruggingstoelage.
De voorwaarden van deze verrekening van de overbruggingstoelage met nieuwe inkomsten
is vergelijkbaar met de Nederlandse uitkeringsregeling voor politiek ambtsdragers.
In de media circuleren verschillende namen van oud-Commissarissen, die de Commissie
niet met de lidstaten gedeeld heeft. Op basis van deze berichtgeving kan het kabinet
geen uitspraken doen over de bedragen die per individu zijn uitgekeerd.
Vraag 5 en 6
Hoe effectief is dit toelagesysteem om belangenverstrengeling te voorkomen volgens
u?
Deelt u de mening dat dergelijke situaties het draagvlak onder de Europese Unie ernstig
ondermijnen?
Antwoord 5 en 6
Het kabinet hecht aan de Europese regeling die een overbruggingstoelage voor hoge
EU-ambtsdragers mogelijk maakt. Mede met het oog op eventuele belangenverstrengeling
heeft de Commissie een Code of Conduct opgesteld, waarin onder andere bepalingen zijn
opgenomen over de aard van de bezoldigde functies die voormalig Commissarissen mogen
aanvaarden3. Het is van belang dat deze verplichtingen strikt worden nagekomen. Momenteel wordt
door de Commissie nagedacht over aanpassing van de «code of coduct» in nauwe samenspraak
met het Europees parlement.
Vraag 7
Bent u van mening dat deze overgangsregeling niet functioneert en aangepast moet worden?
Zo ja, op welke wijze gaat u zich daarvoor inzetten? Zo nee, kunt u uw antwoord onderbouwen?
Antwoord 7
Over de voorwaarden van de overgangsregeling voor voormalige hoge EU ambtsdragers,
waaronder eurocommissarissen, wordt op Europees niveau gesproken. In dat verband is
tijdens het Nederlandse voorzitterschap in de eerste helft van 2016 van de Raad van
Ministers van de Europese Unie een nieuwe verordening (2016/300) tot vaststelling
van de geldelijke regeling van de hoge ambtsdragers aangenomen, die van toepassing
is op nieuwe eurocommissarissen. Met deze verordening is de uitkeringsduur verkort
en zijn andere vergoedingen voor hoge EU-ambtsdragers verlaagd4. Voor deze versoberingen heeft Nederland zich al langere tijd ingezet. Daarnaast
zal Nederland zich blijven inzetten voor versobering van vergoedingen voor hoge EU-ambtsdragers.
X Noot
3Zie Commissiestuk PO/2011/2877