Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017340

Vragen van het lid Omtzigt (CDA) aan de Staatssecretaris van Financiën over de financiële curatele van de Belastingdienst (ingezonden 24 oktober 2016).

Antwoord van Staatssecretaris Wiebes (Financiën) (ontvangen 31 oktober 2016).

Vraag 1

Kunt u de volgende nog (gedeeltelijk) openstaande vragen één voor één beantwoorden:

  • de door de vaste commissie van Financiën gestelde schriftelijke vragen, zoals vastgesteld in de procedurevergadering, die op 16 september 2016 aan u zijn gestuurd met het verzoek ze binnen een week te beantwoorden (vragen van de leden van de CDA-fractie, nummers 6, 7, 8, 9, 11 en 16);

  • de vragen met betrekking tot de uitstroom in het over de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën en de Nationale schuld gestarte schriftelijk overleg van 26 september 2016, namelijk de vragen 7, 10 en 11 (Kamerstuk 34 550 IX, nr. 8);

  • de vragen die op 8 september 2016 gesteld zijn door de commissie Financiën over het bereikte akkoord over de uitstroom van de Belastingdienst en over de brief inhoudende de beantwoording van de onbeantwoorde vragen tijdens het algemeen overleg Belastingdienst van 1 juni 2016, en dan met name de vragen over pleegkinderen en de inkomensverklaringen buitenland?

Antwoord 1

Hierna heb ik de betreffende vragen van 16 september 2016 en 26 september 2016 separaat beantwoord. De vragen uit het schriftelijk overleg van 8 september 2016 heb ik voor zover deze betrekking hebben op de uitstroom reeds met mijn brief van 4 oktober 2016 beantwoord, voor zover deze niet reeds waren beantwoord met de beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Omtzigt die ik op 14 september jl. naar uw Kamer heb gestuurd. Voor de vragen waarop de antwoorden samenhangen met het precieze aantal vertrekkende en in Switch instromende medewerkers op basis van de regeling en waar deze uitstroom plaatsvindt, geldt nog steeds dat deze worden beantwoord zodra dit aantal definitief vaststaat.

A. Vragen van 16 september 2016

Vraag 6

Vanaf wanneer is er tijdens de onderhandelingen gesproken over een beperking van de stimuleringspremie voor medewerkers die bijna met pensioen gaan?

Antwoord 6

In het conceptvoorstel dat in het technisch overleg met de centrales vertegenwoordigd in het GOBD op 17 november 2015 aan de orde was, was voor het eerst opgenomen en voorgesteld dat medewerkers die zich zouden aanmelden voor de regeling en die minder dan 18 maanden voor hun AOW-gerechtigde leeftijd zitten op het moment van uitstroom, een naar rato vermindering van de stimuleringspremie zouden krijgen indien zij zouden kiezen voor variant B. In het conceptvoorstel van 20 november 2015 is genoemde beperking uitgebreid naar variant A. Voor medewerkers die willen vertrekken met de B-variant gold de beperking vanaf de start van de regeling op 1 februari 2016 en voor medewerkers die met de A-variant willen vertrekken gold de beperking met ingang van 1 juli 2016. Dit is uiteindelijk ongewijzigd vastgelegd in het op 7 december 2015 bereikte akkoord dat op 14 januari 2016 formeel is ondertekend.

Vraag 7

Is bij de onderhandelingen over de vertrekregeling gesproken over de eindheffing die verschuldigd zou zijn over de vertrekregeling?

Antwoord 7

Over de kosten van de regeling is, voor zover ik heb kunnen nagaan, tijdens de onderhandelingen over het afsluiten van de regeling niet gesproken, dus ook niet over de kosten van een eventuele eindheffing (RVU-heffing). Dat er een RVU-heffing verschuldigd zou kunnen zijn, is mogelijk wel door de in het GOBD vertegenwoordigde centrales genoemd, maar dit is niet vastgelegd als een onderwerp van gesprek. In ieder geval is in de GOBD-verslagen geen opmerking van de centrales hierover te vinden.

Vraag 8

Bent u ooit gewaarschuwd voor het feit dat deze regeling een verkapte prepensioenregeling zou zijn en dat er dus een eindheffing zou kunnen volgen? Zo ja, wanneer en door wie?

Antwoord 8

Uit het feitenrelaas dat ik uw Kamer op 11 oktober jl.1 heb toegestuurd, blijkt dat ik op de hoogte ben gesteld van (een risico op) de RVU-heffing op 26 januari 2016. Zowel op basis van de stukkenstroom als mijn herinneringen kan ik niet vaststellen dat ik eerder gewaarschuwd ben dat er een RVU-heffing zou kunnen volgen.

Vraag 9

Op welke momenten bent u geïnformeerd over het verloop van de onderhandelingen over de vrijwillige vertrekregeling? En op welke momenten bent u gewaarschuwd over het verloop van die onderhandelingen?

Antwoord 9

Uit het feitenrelaas dat ik uw Kamer op 11 oktober jl. heb toegestuurd, blijkt dat er geen besluitvormende stukken over de totstandkoming van de regeling aan mij zijn voorgelegd. In reguliere overleggen tussen mij en de Belastingdienst werden de onderhandelingen soms genoemd, maar niet inhoudelijk besproken. Van een waarschuwing vooraf is geen sprake geweest.

Vraag 11

Bij welke onderdelen van de Belastingdienst zijn de discontinuïteitsrisico’s die veroorzaakt worden door vrijwillig vertrek, het grootst? Bij welke onderdelen van de Belastingdienst heeft meer dan 20% van de medewerkers gekozen voor vrijwillig vertrek? Wat betekent het grote aantal vertrekkende collega’s voor de perspectieven en werkzaamheden van de medewerkers die bij de Belastingdienst blijven werken?

Antwoord 11

Het eerste deel van deze vraag heb ik beantwoord met mijn brief van heden.2 In mijn brief van 4 oktober 20163 heb ik de rest van de vraag beantwoord.

Vraag 16

Tot slot hebben de leden van de CDA-fractie nog enkele vragen over de reorganisatie in het algemeen. Hoeveel mensen die bij Switch zouden gaan werken, blijven in hun oude functie werken?

Antwoord 16

In mijn eerder aangehaalde brief van 4 oktober 2016 heb ik aangegeven dat ik de vragen waarop de antwoorden samenhangen met het precieze aantal vertrekkende en in Switch instromende medewerkers op basis van de regeling en waar deze uitstroom plaatsvindt, zal beantwoorden zodra dit aantal definitief vaststaat. Dat geldt ook voor deze vraag. Deze beantwoording zal ik voor het einde van het jaar naar uw Kamer sturen, zoals ik in de brief van vandaag heb aangegeven.

B. Vragen over de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën en de Nationale schuld van 26 september 2016

Vraag 7

Welk bedrag is gereserveerd voor SWITCH? Hoeveel medewerkers zijn er inmiddels in Switch ingestroomd?

Antwoord 7

In de investeringsagenda is € 648 miljoen gereserveerd voor Switch. Op de verschillende kosten die samenhangen met en het precieze aantal vertrekkende en in Switch instromende medewerkers op basis van de regeling zal ik nader ingaan zodra dit aantal definitief vaststaat.

Vraag 10

Klopt het dat bij normale reorganisaties de stimuleringspremie nooit hoger kan zijn dan bijvoorbeeld 80% van het inkomen dat je nog zou kunnen verdienen tot je pensioendatum maar dat bij de reorganisatie van de Belastingdienst dit plafond niet aanwezig was voor iedereen die voor 30 juni 3016 besloot gebruik te maken van de regeling?

Antwoord 10

Nee, de in de vraag geschetste beperking van de hoogte van de stimuleringspremies kent het ARAR niet. Bij reorganisaties binnen het Rijk die onder het huidige ARAR vallen, bestaat een dergelijke beperking niet.

Vraag 11

Hoeveel ambtenaren hebben een stimuleringspremie gehad die hoger is dan het salaris dat zij nog konden verdienen tot hun AOW-datum?

Antwoord 11

In mijn brief van 4 oktober 2016 heb ik aangegeven dat ik de vragen waarop de antwoorden samenhangen met het precieze aantal vertrekkende en in Switch instromende medewerkers op basis van de regeling en waar deze uitstroom plaatsvindt, zal beantwoorden zodra dit aantal definitief vaststaat. Dat geldt ook voor deze vraag. Deze beantwoording zal ik voor het einde van het jaar naar uw Kamer sturen, zoals ik in de brief van heden heb aangegeven.

C.

De overige in het schriftelijke overleg van 8 september gestelde vragen zal ik separaat op de gebruikelijke manier beantwoorden. Ik verwacht deze antwoorden in de loop van november naar uw Kamer te sturen.

Vraag 2

Kunt u de toegezegde onderzoeken die door de Auditdienst Rijk gedaan zijn en betrekking hebben op de investeringsagenda aan de Kamer doen toekomen?

Antwoord 2

Begin dit jaar heeft het kabinet besloten alle nieuw uitkomende rapporten vanaf 1 juli 2016 voortaan openbaar te maken. De ADR rapporten die betrekking hebben op de periode daarvoor, heb ik op 28 oktober naar uw Kamer gestuurd als bijlagen bij de brief over de continuïteit van de Belastingdienst en andere toezeggingen uit het Algemeen Overleg van 13 oktober jl.

Vraag 3

Heeft de Algemene Rekenkamer een antwoord gestuurd op uw verzoek een onderzoek te doen? Is zij in staat het onderzoek voor december af te ronden?

Antwoord 3

De Algemene Rekenkamer heeft mij per brief van 21 oktober jl. laten weten graag met mij en de Vaste Kamercommissie Financien in overleg te treden om een beter inzicht te krijgen in de gestelde onderzoeksvraag. Ik verwijs naar mijn brief van vandaag waarin ik hier op in ga.

Vraag 4

Kent u het bericht «Curatele leidt tot vacaturestop Belastingdienst»?4

Antwoord 4

Ja

Vraag 5

Klopt het dat er tot ten minste 24 oktober 2016 een verplichtingenstop geldt en dat er geen vacatures vervuld mogen worden?

Antwoord 5

Er heeft van 13 oktober tot 26 oktober 2016 een verplichtingenstop gegolden voor het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen boven de 100.000 euro. In deze periode konden geen arbeidsvoorwaardengesprekken worden gevoerd, tenzij deze al waren ingepland per 13 oktober 2016. Vanaf 26 oktober geldt een regime waarbij aan te gane verplichtingen groter dan € 100.000 (inclusief BTW) door de dienstonderdelen aangeboden worden bij het directoraat-generaal van de Belastingdienst. Deze maatregel geldt ook voor vacatures boven dat bedrag. Het directoraat-generaal van de Belastingdienst zal de verzoeken tot het aangaan van verplichtingen eerst ter goedkeuring voorleggen aan de directie Financieel-Economische Zaken als concerncontroller Financiën en de Inspectie der Rijksfinanciën.

Vraag 6

Klopt het dat de medewerkers van de Belastingdienst geïnformeerd zijn dat er tot nader order geen arbeidsvoorwaardengesprekken gevoerd mogen worden? Tot wanneer geldt dit?

Antwoord 6

Het management binnen de Belastingdienst is geïnformeerd over het niet mogen aangaan van verplichtingen in de bewuste periode. In de periode van de verplichtingenstop konden selectiegesprekken en assessments doorgaan, maar geen arbeidsvoorwaardengesprekken worden gevoerd, tenzij deze al waren ingepland per 13 oktober 2016.

Vraag 7

Klopt het dat alle events per direct afgeblazen zijn, zelfs als deze al helemaal georganiseerd waren?

Antwoord 7

De verplichtingenstop heeft slechts betrekking op het niet aangaan van verplichtingen in de genoemde periode. Eerder aangegane verplichtingen worden hierdoor niet geraakt. Er is door mij geen opdracht gegeven tot het annuleren van reeds georganiseerde bijeenkomsten als gevolg van de instelling van het voorafgaand toezicht. Het is mij bekend dat – in het licht van het onder verscherpt toezicht plaatsen van de Belastingdienst – van een aantal bijeenkomsten opnieuw tegen het licht gehouden zijn waarna besloten is deze uit te stellen, op een andere (soberder) wijze te organiseren of te annuleren.

Vraag 8

Klopt het dat alle employability-dagen in het kader van de ontwikkeling van medewerkers geschrapt zijn?

Antwoord 8

Er is door mij geen opdracht gegeven om employability dagen te schrappen. Het is mij bekend dat – in het licht van het onder verscherpt toezicht plaatsen van de Belastingdienst – een eerder geplande themaweek over employability is opgeschort.

Vraag 9

Kunt u aangeven op welke wijze het stilleggen van het aannemen van nieuwe medewerkers, het schrappen van ontwikkelingsactiviteiten voor het personeel en het stilleggen van operationele activiteiten bijdraagt aan de continuïteit van de Belastingdienst?

Antwoord 9

De genoemde zaken die tijdens deze korte periode zijn opgeschort, hebben geen invloed op de continuïteit van de Belastingdienst.

Vraag 10

Leiden deze maatregelen zoals de vacaturestop tot meer continuïteitsproblemen omdat het vertrek van veel medewerkers zo niet kan worden opgevangen? Tot wanneer duurt elk van deze noodmaatregelen?

Antwoord 10

De stop op het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen boven de 100.000 euro gold in de periode van 13 oktober tot 26 oktober. Deze periode is te kort om tot continuïteitsproblemen te leiden, te meer omdat bepaalde wervingsactiviteiten gewoon zijn doorgegaan, zoals blijkt uit het antwoord op vraag 6. Vanaf 26 oktober moet het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen (inclusief vacatures) met een budgettaire omvang van meer dan € 100.000 voorafgaand toestemming krijgen van de directie Financieel-Economische Zaken als concerncontroller Financiën en de Inspectie der Rijksfinanciën.

Vraag 11

Kunt u aangeven op welke wijze door de Belastingdienst bepaald moet worden of een bepaalde verplichting al dan niet onder de grens van € 100.000 valt en er dus tekenbevoegdheid is?

Antwoord 11

Er is een proces ingeregeld waarbij aan te gane verplichtingen groter dan € 100.000 (inclusief BTW) door de dienstonderdelen aangeboden worden bij het directoraat-generaal van de Belastingdienst. Deze zal de verzoeken tot het aangaan van verplichtingen eerst ter goedkeuring voorleggen aan de directie Financieel-Economische Zaken als concerncontroller Financiën en de Inspectie der Rijksfinanciën. Zoals ik uw Kamer aangaf in mijn brief van 11 oktober jl.5zal het mandaatbesluit daarop aangepast worden.

Vraag 12

Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor 31 oktober aanstaande, beantwoorden?

Antwoord 12

Ja.


X Noot
1

Bijlage bij Kamerstuk 31 066, nr. 307.

X Noot
2

Brief over de toezeggingen AO Belastingdienst 13 oktober 2016, nog geen Kamerstuknummer.

X Noot
3

Kamerstuk 31 066, nr. 301.

X Noot
4

Financieel Dagblad 14 oktober 2016, «Curatele leidt tot vacaturestop Belastingdienst», https://fd.nl/economie-politiek/1171431/verplichtingen-en-vacaturestop-belastingdienst.

X Noot
5

Kamerstuk 31 066, nr. 307.