Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en Veiligheid en Justitie over bedreigingen en geweld tegen de Hizmet gemeenschap
in Nederland (ingezonden 18 juli 2016).
Antwoord van Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de Minister
van Veiligheid en Justitie (ontvangen 11 oktober 2016)
Vraag 1
Kent u het bericht1 waarin wordt bevestigd dat dit weekend in Nederland culturele centra en mensen doelwit
zijn geweest van geweld door Erdogan aanhangers?
Vraag 2
Herkent u de signalen dat dit het werk zou zijn van «Turkse nationalisten uit het
kamp van Erdogan» en heeft u meldingen gekregen uit Rotterdam, Deventer en Zaandam
of andere regio's? Wat heeft u tot nu toe hier tegen gedaan?
Antwoord 2
Kortheidshalve verwijzen wij u naar de Kamerbrief van de Minister van Buitenlandse
Zaken van 21 juli 2016 (Kamerstuk 34 300-V, nr. 76) betreffende «reactie op verzoek van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken
en voor Europese Zaken om een brief over de situatie in Turkije», het verslag van
een schriftelijk overleg verzonden aan de Tweede Kamer op 26 juli 2016 2016 (Kamerstuk
34 300-V, nr. 77) en de Kamerbrief van 12 september 2016 (Kamerstuk 32 824, nr. 148) betreffende «Spanningen Turks Nederlandse gemeenschap».
Vraag 3
Herinnert u zich mijn vragen over de stand van het onderzoek naar de toedracht over
de aanval op de Turkse moskee in Dordrecht juni 2016, waarin ondermeer is gevraagd
naar patronen van groeperingen, in plaats van incidenten verricht door enkelingen?
Vraag 4
Heeft u intussen georganiseerd dat organisaties en individuen die doelwit zijn van
dergelijke geweldplegers en geweld melding en aangifte doen en u deze meldingen centraal
verzamelt? Bijvoorbeeld met een specifieke registratiecode?
Antwoord 4
Na de couppoging in Turkije heeft zich een piek voorgedaan in het aantal aangiften
en meldingen van Turkse Nederlanders van bedreiging, intimidatie en geweld. Slachtoffers
worden nadrukkelijk opgeroepen om melding en/of aangifte te doen. De meldingen die
niet direct strafrechtelijke aanknopingspunten bieden, versterken niettemin de informatiepositie
van de politie. Gezien de grote concentratie van aangiften in de eenheid Rotterdam
is besloten om hiervoor tijdelijk een speciaal team in het leven te roepen bij de
politie. Het team richt zich op de opsporing en verzamelt daarvoor kennis en inlichtingen.
Vraag 5 en 7
Heeft u intussen regulier overleg georganiseerd met Turkse, Koerdische en Alevitische
organisaties en hoe steunt u lokale initiatieven daartoe, zoals die van de gemeente
Rotterdam? En gaat u, gelet op de ontwikkelingen in Turkije en de effecten op onze
wijken, met de Hizmet gemeenschap in overleg over de verslechterde veiligheidssituatie
in Nederland? Hoe en welke bescherming kunt u vanuit de overheid bieden?
Hoe beschermt u de instellingen die bedreigd worden door onder meer op Facebook Turkstalige
samenstellers van adreslijsten van onderwijsorganisaties en culturele instellingen
die gelieerd zijn aan de Hizmetbeweging en hoe steunt u daarbij gemeentelijke inspanningen
als die in Rotterdam?
Antwoord 5 en 7
Lokale bestuurders dragen in de eerste plaats verantwoordelijkheid voor de lokale
veiligheidssituatie en kunnen maatregelen nemen indien daar aanleiding voor bestaat.
Wanneer lokale bestuurders behoefte hebben aan ondersteuning, dan kan de Expertise
unit Sociale Stabiliteit van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hierin
voorzien. Wel wordt vanuit de nationale overheid nauw contact onderhouden met Turks-Nederlandse
maatschappelijke organisaties en gemeenten waar spanningen spelen of dreigen.
Met betrekking tot het overleg met Turkse, Koerdische, Alevitische en aan de Gülen-beweging
gelieerde organisaties verwijzen wij u naar het verslag van een schriftelijk overleg
verzonden aan de Tweede Kamer op 26 juli 2016 (Kamerstuk 34 300-V, nr. 77) en naar de Kamerbrief van 30 september j.l. (Kamerstuk 32 824, nr. 160) inzake het laatste spanningenoverleg van 14 september j.l.
Vraag 6 en 8
Wat gaat u doen om om deze daders van geweldsdelicten op te sporen?
Hoe gaat u optreden tegen het haatzaaien, oproepen tot geweld en het plegen van intimidatie
en bedreigingen op sociaal-media zoals Facebook en twitter? Bent u bereid om de sociaal-media
bedrijven aan te spreken op hun verantwoordelijkheid?
Antwoord 6 en 8
Indien er voldoende aanknopingspunten bestaan, wordt door de politie een strafrechtelijk
onderzoek gestart onder leiding van het Openbaar Ministerie.
Zowel op nationaal niveau als op EU-niveau heeft het afgelopen jaar een dialoog plaatsgevonden
met de sociaal-media bedrijven. Na een expertmeeting over online hate speech, eind
vorig jaar, op het Ministerie van SZW, met Twitter, Facebook en Youtube, zijn er afspraken
gemaakt over een betere samenwerking van deze bedrijven met het Meldpunt internetdiscriminatie
MiND. Onlangs hebben de Europese Commissie en Facebook, Twitter en Youtube een Code
of Conduct voor het tegengaan van online hate speech afgesloten.