Vragen van het lid Bisschop (SGP) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de opstelling van Rijkswaterstaat inzake de oeverbestorting in de Oosterschelde (ingezonden 13 april 2017).

Mededeling van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 24 april 2017).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Hoop kreeftenvissers de grond ingeboord»?1

Vraag 2

Is de veronderstelling juist dat de reactie van Rijkswaterstaat niet in lijn is met de antwoorden op eerder gestelde vragen, waarin werd aangegeven dat een «ecotoplaag» aangebracht zal worden met «breuksteen van voldoende grootte waarin de kreeften kunnen leven en voedsel kunnen vinden»?2

Vraag 3

Is de veronderstelling juist dat «ruggetjes van grove stortsteen» absoluut onvoldoende leef-, schuil- en foerageermogelijkheden voor kreeften geven?

Vraag 4

Kunt u precies aangeven hoe u er daadwerkelijk voor gaat zorgen dat kreeften in de Oosterschelde voldoende leef-, schuil- en foerageermogelijkheden krijgen?

Mededeling

Op 13 april ontving ik Kamervragen van het lid Bisschop (SGP) Milieu over de opstelling van Rijkswaterstaat inzake de oeverbestorting in de Oosterschelde. De gestelde termijn van de Tweede Kamer voor de beantwoording van de vragen is 4 mei 2017.

Tot mijn spijt kunnen deze vragen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Voor een zorgvuldige beantwoording vraagt het verzamelen van de informatie meer tijd.

Ik streef er naar uw Kamer zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


X Noot
1

PZC, 31 maart 2017

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 1444

Naar boven