Vragen van het lid Bisschop (SGP) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over
het opspuiten van de Roggenplaat in de Oosterschelde (ingezonden 3 maart 2017).
Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu)
(ontvangen 22 maart 2017).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het voornemen van Rijkswaterstaat om de Roggenplaat op te
spuiten als compensatie voor verkeerde oeverbestorting in de Oosterschelde en de kritiek
daarop?1
Antwoord 1
Ja dit is mij bekend.
Vraag 2
Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de oeverbestorting en
het voornemen voor extra zandsuppletie?
Antwoord 2
Momenteel worden de vergunningaanvragen voorbereid voor de extra zandsuppletie op
de Roggenplaat. Ook de vergunningaanvragen voor het herstel van de aangebrachte vooroeverbestorting
en het aanbrengen van een ecotoplaag, om de biodiversiteit ter plekke te verbeteren,
zijn nagenoeg gereed. Voornemen is om deze vergunningen in mei 2017 in te dienen bij
Bevoegd Gezag.
Vraag 3
Waarom is bij de oeverbestorting fijn grind gestort en afgeweken van het oorspronkelijke
plan?
Antwoord 3
In het oorspronkelijke plan zouden de vooroeverbestortingen met staalslakken kunnen
worden uitgevoerd. Ten tijde van de uitvoering van het werk waren echter onvoldoende
staalslakken beschikbaar op de markt. De aannemer heeft toen gekozen voor ander materiaal.
Vraag 4
Is de veronderstelling juist dat fijn grind geen habitat en voedsel biedt voor kreeften
en dat ophoging van de Roggenplaat geen compensatie hiervoor is?
Antwoord 4
Het aangebrachte fijne zeegrind op de vooroevers blijkt geen materiaalsoort waar te
zijn kreeften zich graag op of in vestigen en het is geen goede basis voor hun leefgebied:
door de kleine holten hebben ze weinig tot geen schuilmogelijkheden. De kreeftenvissers
worden tegemoet gekomen door het aanbrengen van een ecotoplaag (breuksteen van voldoende
grootte waarin de kreeften kunnen leven en voedsel kunnen vinden) op de in 2014/2015
aangebrachte vooroeverbestorting.
De ophoging van de Roggenplaat staat los van de compensatie voor de kreeftenvissers
(zie antwoord op vraag 6).
Vraag 5
Is de veronderstelling juist dat het opspuiten van de Roggenplaat grote risico's met
zich meebrengt voor nabijgelegen mosselpercelen?
Antwoord 5
Om risico’s op nabij gelegen mosselpercelen zoveel mogelijk uit te sluiten, zijn mogelijke
ecologische en morfologische aspecten van de compensatie onderzocht. Hierbij is rekening
gehouden met de afstand tot de nabij gelegen mosselpercelen. Tijdens de uitvoering
vindt monitoring plaats, om zeker te zijn dat geen nadelige effecten optreden.
Vraag 6
Waarom heeft Rijkswaterstaat gekozen voor «compensatie» in de vorm van het opspuiten
van de Roggenplaat, terwijl dat voor kreeften geen compensatie is en het nadelen heeft
voor mosselpercelen?
Antwoord 6
De compensatieplicht komt voort uit de uitspraak van de Raad van State d.d. 30 juni
2015 op de vernietiging van het habitattype «grote ondiepe kreken en baaien» en staat
los van de compensatie voor de kreeftenvissers. Door gerenommeerde bureaus (Imares
en Bureau Waardenburg) zijn meerdere alternatieven onderzocht, om aan de compensatieplicht
tegemoet te komen. Aan de hand van kritische weegfactoren is de compensatie op de
Roggenplaat als beste alternatief naar voren gekomen. Zie tevens mijn antwoorden op
vragen 4 en 5.
Vraag 7
In hoeverre is het mogelijk om fijn grind te vervangen, dan wel op die plaatsen volwaardige
habitats voor kreeften te creëren?
Antwoord 7
Bovenop het fijne grind van de vooroeverbestorting wordt een ecotoplaag aangebracht,
die geschikt is voor kreeften om te foerageren. Vervanging van fijn grind is daarom
niet nodig.
Vraag 8
Erkent u het belang van de kreeften- en mosselvisserij voor de Zeeuwse economie?
Antwoord 8
Ja dat erken ik.
Vraag 9
Bent u bereid om in overleg met betrokken visserijorganisaties te bezien hoe de habitats
voor kreeften daadwerkelijk verbeterd kunnen worden en hoe mosselpercelen gespaard
kunnen worden?
Antwoord 9
Sinds 2016 is er structureel overleg met de kreeftenvissers, om in gezamenlijkheid
tot een oplossing te komen, zijnde de ecotoplaag. Tevens wordt over andere bestortingen,
zoals bij de vooroevers van Kattendijke / Wemeldinge, overleg gevoerd met vooral de
mossel- en kreeftenvissers.
In het kader van de reeds voorgenomen zandsuppletie van 200 ha op de Roggenplaat in
2015, is er intensief overleg met de mosselsector en de individuele mosselkwekers.
De voorgenomen compensatie van de vooroevers middels extra zandsuppletie van ca. 11,2
ha op de Roggenplaat wordt onderdeel van deze al lopende overleggen.