Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over
het extreem doorfokken van dieren in de vee-industrie voor verhoogde productie (ingezonden
20 januari 2017).
Antwoord van Staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) (ontvangen 1 maart 2017).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het rapport «Grenzeloos gesleutel aan dieren», waaruit blijkt
dat fokbedrijven zichzelf de komende jaren als doel hebben gesteld om plofkippen nog
harder te laten groeien, zeugen nog meer tepels te geven en koeien nog meer melk te
laten produceren?1
Antwoord 1
Een dergelijke richting acht ik zeer ongewenst. Ik denk overigens dat de ontwikkelingen
in markt en maatschappij bepalend zullen zijn. Gelet op de veranderende publieke opinie
en de wijzigingen in de vraag van consument en retail, zou een dergelijke richting
mij verbazen, omdat die contrair is aan de beweging van markt en maatschappij.
Vraag 2
Bent u bekend met de huidige welzijnsproblemen bij kippen die veroorzaakt worden door
extreem doorfokken op snelle groei en hoge eiproductie, zoals chronische pijn, excessief
verenpikken, kannibalisme en broze botten?
Antwoord 2
Mij is bekend dat fokken op enkel productieverhoging nadelige effecten kan hebben.
Als gevolg van wijzigingen in de vraag van consumenten en retail in Noordwest-Europa
naar welzijnsvriendelijkere pluimveevleesconcepten hebben fokkerijorganisaties fokprogramma’s
opgezet voor trager groeiende robuuste vleeskuikens. De fokkerijprogramma’s in de
legpluimveesector zijn gericht op robuustere legkippen die langer eieren kunnen produceren.
Vraag 3
Bent u bekend met de huidige welzijnsproblemen bij koeien die veroorzaakt worden door
extreem doorfokken op hoge melkproductie, zoals verminderde vruchtbaarheid, uierontsteking
en kreupelheid?
Antwoord 3
Hoge productie in relatie tot welzijn en gezondheid van de koe heeft de aandacht van
mij en van de melksector. In de brief van 14 juli 2015, waarin mijn voorganger vragen
beantwoordt over de gevolgen van de stijging van de Nederlandse melkproductie (Kamerstuk
33 979, nr. 99), is aangegeven dat er de laatste jaren steeds meer aandacht is voor de balans tussen
de melkgift en het algehele welzijn van de koe. Via initiatieven als de Duurzame Zuivelketen
wordt in onderzoeken en de praktijk gewerkt aan het verminderen en voorkomen van welzijnsproblemen.
De tendens is om in fokprogramma’s, naast inzet op hoge productie, ook in te zetten
op verbetering van (uier-)gezondheid en verbetering van het beenwerk. Dus mede gericht
op meer duurzaamheid en langere levensduur. Het is ook in het belang van de veehouder
dat productieverhoging niet leidt tot onaanvaardbare problemen zoals uierontsteking,
klauwgezondheid of verminderde vruchtbaarheid. Monitoringsgegevens laten zien dat
de levensduur van koeien toeneemt, het celgetal daalt terwijl antibioticagebruik in
de afgelopen jaren ook fors (met meer dan 20%) is afgenomen.
Vraag 4
Bent u bekend met de huidige welzijnsproblemen bij varkens die veroorzaakt worden
door extreem doorfokken op groei, mager vlees en meer biggen per moedervarken, zoals
botziekten, hartproblemen en hogere sterfte?
Antwoord 4
Ik weet dat fokken op enkel productieverhoging nadelige effecten kan hebben. Vorig
jaar heeft de stuurgroep bigvitaliteit, die onder voorzitterschap van de Producenten
Organisatie Varkenshouderij (POV) opereert, het plan van aanpak bigvitaliteit aangeboden.
Ik heb u hierover per brief geïnformeerd (Kamerstuk 28 286, nr. 884).
Vraag 5 en 6
Deelt u de mening dat de sector niet in staat blijkt om het dierenwelzijn te borgen
door grenzen te stellen aan het fokken van dieren? Zo ja, bent u bereid uw eerdere
standpunt te herzien dat de verantwoordelijkheid voor een maatschappelijk aanvaardbare
fokkerij bij de sector zelf ligt (Kamerstuk 28 286, nr. 859)? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven waarom u het advies van de Raad van Dieraangelegenheden om dieren
via regelgeving te beschermen tegen doorfokken naast u heeft neergelegd?2
Antwoord 5 en 6
In mijn brief van 22 april 2016 (Kamerstuk 28 286, nr. 859) heb ik mijn reactie gegeven op de zienswijze «Fokkerij en voortplantingstechnieken»
van de Raad voor Dierenaangelegenheden. Voor mijn antwoord op uw vraag verwijs ik
dan ook naar deze brief.
Vraag 7
Bent u bereid om alsnog in actie te komen door duidelijke grenzen te stellen aan de
productie per dier? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zoals ik eerder heb aangegeven, vind ik een fokrichting die gericht is op productieverhoging,
zonder aandacht voor het voorkomen van de genoemde bijwerkingen, zeer onwenselijk.
Ik verwacht van betrokken partijen in de keten concrete stappen om de door u gesignaleerde
problemen tegen te gaan en dierenwelzijn te verbeteren. Zij zijn daarvoor primair
verantwoordelijk. Mocht dat onvoldoende resultaat opleveren of mocht sprake zijn van
nieuwe ongewenste ontwikkelingen, ligt scherpere overheidsinterventie in de rede.