Vragen van het lid KoşerKaya (D66) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport en de Staatssecretaris van Economische Zaken inzake het bericht dat visverwerkers
oude vis oplappen met verboden middelen met waterstofperoxide (ingezonden 26 november
2015).
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december
2015).
Vraag 1
Klopt het bericht «Visverwerkers lappen oude vis op met verboden middelen met waterstofperoxide»?1
Antwoord 1
De titel van het bericht refereert aan de opvatting van een voedingsmiddelentechnoloog
dat de betreffende praktijk zou voorkomen. De NVWA kan dit vermoeden niet bevestigen,
maar neemt het signaal wel serieus en besteedt hier bij de controles aandacht aan.
Vraag 2
Hoe kan een dergelijke gebruik van ontsmettingsmiddelen blijkbaar zowel een publiek
geheim zijn als onttrokken worden aan het toezicht van de Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit (NVWA)? Kunt u uitsluiten dat dit met capaciteitsgebrek te maken heeft?
Zo ja, welke onderbouwing heeft u daarvoor?
Antwoord 2
Het is een verwoording van de aangehaalde voedingsmiddelentechnoloog dat de inzet
van waterstofperoxide in de visindustrie een «publiek geheim» is. Dit suggereert dat
de inzet van waterstofperoxide illegaal is; dit is niet het geval. Waterstofperoxide
kan als technische hulpstof bij de productie van vis (als ontslijmingsmiddel) worden
ingezet. De NVWA is bekend met dit gebruik en ziet er op toe dat het gebruik van technische
hulpstoffen veilig is.
Wat volgens het artikel onttrokken wordt aan het toezicht van de NVWA is mogelijk
illegaal gebruik van middelen om «oude vis op te lappen». De NVWA kent de signalen
over dergelijk gebruik, maar kan dat vanuit haar eigen waarnemingen niet bevestigen.
Wel zal zij de komende tijd meer aandacht aan dit mogelijke gebruik geven. Er zijn
geen capaciteitsproblemen die de NVWA belemmeren deze extra aandacht te geven.
Vraag 3
Wanneer is besloten om het middel Mucusol en/of andere ontsmettende middelen met waterstofperoxide
toe te laten of te gedogen voor het ontslijmen en/of ontsmetten van vis? Welke redenen
lagen daaraan ten grondslag? Betrof dit een bedrijfsspecifieke of sectorbrede toestemming?
Antwoord 3
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 2 van de vragen
door het Kamerlid Van Gerven (ingezonden 20 november 2015). In aanvulling hierop meld
ik u dat het geoorloofd zijn van Mucusol als ontslijmingsmiddel geldt voor alle bedrijven
en alle formuleringen van producten met waterstofperoxide, zolang het gebruik kan
worden aangemerkt als technische hulpstof en het gebruik daarvan veilig is.
Vraag 4
Waarom gaat de NVWA pas vanaf volgend jaar controleren? Hoeveel vertraging zit er
in dit geval en in het algemeen tussen het opvangen van signalen en het overgaan tot
toezicht?
Antwoord 4
De controle van de NVWA is continu; er is geen sprake van dat de NVWA pas in 2016
zou beginnen met controleren. Wel is het juist dat extra nadruk op het toezien op
het juiste gebruik van waterstofperoxide (en andere stoffen met een decontaminerende
werking) in 2016 in het reguliere werkproces van de NVWA wordt opgenomen. Dit laat
onverlet dat de NVWA ook in de resterende tijd in 2015 in haar toezicht aandacht aan
dit punt geeft.
Vraag 5
Heeft het gebruik van middelen met waterstofperoxide per definitie een ontsmettend
effect, zoals voedingsmiddelentechnologen en de Consumentenbond zeggen, of zijn er,
zoals de NVWA blijkbaar van oordeel was, wijzen waarop het gebruikt kan worden voor
ontslijmen zonder dat het een ontsmettend effect heeft?
Antwoord 5
Waterstofperoxide heeft in werkzame concentraties altijd een decontaminerend effect;
ook de NVWA is zich hiervan bewust. De mate waarin dit effect optreedt kan variëren,
afhankelijk van de formulering en concentratie waarin het wordt gebruikt. Voor de
overheid was bij het in dit geval geoorloofd-verklaren van waterstofperoxide niet
de afwezigheid van een decontaminerend effect bepalend, maar de werkzaamheid van de
stof als ontslijmingsmiddel en de veiligheid van het gebruik.
Vraag 6
Kunt u uitsluiten dat er vis ter consumptie beschikbaar is gesteld die daarvoor niet
in aanmerking zou zijn gekomen als deze niet met het middel Mucusol of andere ontsmettingsmiddelen
behandeld was? Zo nee, waarom niet en welk risico is er geweest voor de volksgezondheid?
Antwoord 6
Nee, dat kan ik niet uitsluiten. De NVWA onderzoekt of van dergelijk illegaal gebruik
sprake is. Het gebruik van waterstofperoxide voor het ontslijmen van vis resulteert
niet in een gevaar voor de volksgezondheid.
Bij het gebruik van andere middelen zou dit anders kunnen liggen. Onderzoek van de
NVWA zal moeten aantonen of illegale behandelingen plaatsvinden en of deze praktijken
gevaar voor de volksgezondheid zouden kunnen opleveren.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Gerven
(Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 820).
X Noot
1«Visverwerkers lappen oude vis op met verboden middelen met waterstofperoxide», Omroep
Gelderland, 19 november 2015.