Vragen van het lid Omtzigt (CDA) aan de Minister van Financiën over zijn uitspraak dat hij voortaan wel alle documenten aan de Kamer zal sturen, als daarom gevraagd wordt (ingezonden 16 november 2015).

Antwoord van Minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 8 december 2015).

Vraag 1

Herinnert u zich dat u vrijdag 30 oktober jl. in reactie op vragen over het enquêterapport over de Fyra en onvolledige informatie gezegd heeft: «Als de Kamer voortaan alles wil hebben, ik vind het prima.»

Antwoord 1

Ja

Vraag 2

Bent u op de hoogte van artikel 68 van de Grondwet dat luidt: «De Ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.»?

Antwoord 2

Ja

Vraag 3

Bent u op de hoogte van het feit dat volgens de regering dit recht toekomt aan een individueel Kamerlid en zich ook uitstrekt tot documenten en niet slechts tot informatie over die documenten (Kamerstuk 28 362, nr. 2)?

Antwoord 3

Ja

Vraag 4

Onderschrijft u het regeringsbeleid in Kamerstuk 28 362, nr. 2 volledig? Zo nee, kunt u dan precies aangeven op welke punten niet?

Antwoord 4

Ja

Vraag 5

Kunt u precies aangeven hoe ver de uitzonderingsgrond in artikel 68 Grondwet, belang van de staat, reikt?

Antwoord 5

Het inlichtingenrecht van de Kamer is vastgelegd in artikel 68 Grondwet. Ik verwijs u naar Kamerstuk 28 362, nr 2 waarin het kabinet zijn visie hierop geeft. Daarbij wordt ook ingegaan op de reikwijdte van de uitzonderingsgrond. Op verzoek van de voorzitter van de Tweede Kamer, gedaan na het wetgevingsoverleg over de Raming van de Tweede Kamer voor 2016, gaat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties momenteel na of actualisering van deze notitie noodzakelijk is.

Vraag 6

Bent u bereid om alle stukken die deze kabinetsperiode gevraagd zijn door ten minste een Kamerlid maar niet aan de Kamer gestuurd zijn per ommegaande aan de Kamer te doen toekomen (tenzij de uitzonderingsgrond in artikel 68 Grondwet zich daartegen verzet)?

Vraag 7

Heeft u behoefte aan een lijst met stukken die u nog zou moeten verschaffen, of kunt u zich goed herinneren hoe vaak en welke stukken door het kabinet niet aan de Kamer gestuurd zijn?

Vraag 8

Bent u bereid in dit overzicht niet te vergeten:

  • a. de Nederlandse zienswijze over het Eurowob-verzoek van de Telegraaf inzake de naheffing (die onder geen beding onder diplomatiek verkeer valt, zoals de regering beweert) (Kamerstuk 34 023, nr. 11),

  • b. de remuneratierapporten van de NS over 2013 en 2014 en het verslag van de aandeelhoudersvergadering van de NS in maart 2015, evenals de daar behandelde documenten en de gevraagde informatie in de Kamervragen 2015/2016, nummer 2015Z20306),

  • c. de correspondentie met de Europese Commissie over coco’s, inclusief alle correspondentie en gespreksverslagen (formeel en informeel) over staatssteunaspecten hierin?

Antwoord 6, 7 en 8

Het verstrekken van inlichtingen aan de Kamer geschiedt altijd binnen het kader van artikel 68 van de Grondwet. Ik zie artikel 68 Grondwet als één van de hoekstenen van de parlementaire democratie, gelet op de controlefunctie van het parlement. Om die reden verstrek ik alle inlichtingen die nodig zijn om u die functie te kunnen laten vervullen, tenzij het belang van de Staat zich daartegen verzet. Over de wijze van informatieverstrekking treed ik, waar nodig, met u in discussie.

De door u gevraagde stukken zijn door het kabinet getoetst aan de Grondwet, en over de uitkomst hiervan is uw Kamer ingelicht. Voor een heroverweging of het opstellen van een lijst zie ik dan ook geen aanleiding.

Ten aanzien van onderdeel 8b verwijs ik u naar de antwoorden op de Kamervragen 2015/2016 met nummer 2015Z20306. In aanvulling op de antwoorden op deze Kamervragen het volgende. De door u gevraagde remuneratierapporten zijn als onderdeel van het jaarverslag van NS openbaar. In de AvA d.d. 4 maart 2015 zijn de volgende agendapunten besproken: 1) Het verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2014; 2) Vaststelling van de jaarrekening over het boekjaar 2014; 3) Verlening van decharge aan de leden van de RvB en RvC; 4) Bestemming van de winst over 2014, 5) de strategie van Abellio en 6) De rondvraag. De eerste vier punten hebben betrekking op het jaarverslag van NS over het boekjaar 2014, dat is terug te vinden onder www.nsjaarverslag.nl. Het verslag van de Raad van Bestuur staat op pag. 12 van het jaarverslag. De jaarrekening vindt u onder hoofdstuk 13 van het jaarverslag. In de antwoorden op eerdere Kamervragen (2015Z20306, ingezonden 30 oktober 2015) ben ik al dieper op het verlenen van de decharge ingegaan. De bestemming van de winst kunt u terugvinden op pag. 17 van het jaarverslag. Het agendapunt over Abellio ging over de toekomstige strategie van dit onderdeel van de NS. In het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen 2014 is hierover vermeld dat de strategie van Abellio herijkt zal worden en dat de Kamer over de nieuwe strategie van NS zal worden geïnformeerd. Onder de rondvraag werd gemeld dat de ACM onderzoek deed (zie voor verdere toelichting Kamervragen 2015/2016 met nummer 2015Z20306), NS bezig was stukken te verstrekken aan de Parlementaire Enquêtecommissie Fyra, dat de onderhandelingen over een nieuwe CAO gestart zouden worden en tot slot deelde de aandeelhouder mee in afwachting te zijn van een nieuw deelnemingenrapport van de Algemene Rekenkamer.

Vraag 9

Kunt u deze vragen binnen twee weken beantwoorden?

Antwoord 9

Het is helaas niet gelukt om de vragen binnen twee weken te beantwoorden. Wel is het gelukt om binnen de termijn van drie weken te antwoorden.

Naar boven