Vragen van het lid RemcoDijkstra (VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Milieu inzake de quickscan van het PBL en ECN (ingezonden 7 september 2015)
Antwoord van Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 15 september
2015)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
en Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) getiteld: «Quick Scan mogelijke aanvullende
maatregelen emissiereductie 2020 ten behoeve van Urgenda-klimaatzaak»?1
Vraag 2
In wiens opdracht is de quickscan verricht? Wanneer is opdracht daartoe gegeven? Wie
heeft de inhoud van de onderzoeksopdracht vastgesteld? Met welke reden? Welke maatregelen
zijn niet onderzocht?
Antwoord 2
Ter voorbereiding van het kabinetsbesluit over het vervolg ten aanzien van de uitspraak
van de rechtbank in de zaak Urgenda/Staat, zijn half juli per e-mail enkele vragen
gesteld aan het PBL.
Het PBL heeft zelf besloten de huidige Quick Scan ten behoeve van het maatschappelijke
debat uit te brengen.
Vraag 3 en 4
Hoe verhoudt zich dit rapport tot de brief die u 1 september jl. stuurde en waarin
u aankondigt dat het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) «Effectiviteit IBO
CO2-reductiemaatregelen» (IBO CO2) bouwstenen voor aanvullende maatregelen moet aanleveren?2
Kunt u een oordeel over de inhoud van de quickscan geven? Wat gaat u met dit rapport
doen? Neemt u afstand van de inhoud van de quickscan?
Antwoord 3 en 4
In de brief van 1 september jongstleden is aangegeven dat het kabinet eerst een aantal
lopende onderzoeken afwacht, die bouwstenen aanleveren voor aanvullende maatregelen.
Eén van die onderzoeken is het IBO.
De Quick Scan van PBL en ECN geeft een breed scala aan technisch mogelijke, aanvullende
maatregelen om de emissies van broeikasgassen verder te reduceren. Zoals PBL en ECN
zelf aangeven wordt hierin geen rekening gehouden met maatschappelijk en politiek
draagvlak, noch met juridische houdbaarheid. Daarnaast geeft de Quick Scan slechts
een hele grove indicatie van de maatschappelijke kosten en de extra overheidsuitgaven
die met het nemen van aanvullende maatregelen samenhangen.
Om die reden kunnen geen conclusies getrokken worden ten aanzien van aanvullende maatregelen.
Het kabinet zal dit rapport van het PBL en ECN wel betrekken bij de lopende onderzoeken.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het een lacune is dat de quickscan de indirecte, maatschappelijke
kosten niet meeneemt daar de hardwerkende Nederlander deze kosten uiteindelijk moet
gaan opbrengen? Wat zouden de indirecte, maatschappelijke kosten van deze 53 maatregelen
zijn?
Antwoord 5
Het feit dat de Quick Scan de indirecte, maatschappelijke kosten niet meeneemt is
één van de redenen waarom op grond daarvan geen conclusies getrokken kunnen worden
ten aanzien van aanvullende maatregelen. Om hier een uitspraak over te kunnen doen
is gedegen onderzoek nodig, zoals het IBO CO2.
Vraag 6
Wordt er in het IBO CO2 rekening gehouden met de indirecte, maatschappelijke kosten van mogelijke maatregelen?
Zo nee, bent u bereid alvorens het IBO CO2 naar de Tweede Kamer te sturen, dit te voorzien van een rekensom van de indirecte,
maatschappelijke kosten?
Antwoord 6
In het IBO wordt geen volledige maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd van
elke denkbare beleidsmaatregel. Wel wordt uitgegaan van de nationale kosten uit de
milieukostenmethodiek. Deze beproefde methode wordt door ECN en PBL al jaren toegepast
en geeft een indruk van het saldo van directe kosten én baten vanuit maatschappelijk
kostenperspectief. De kosten omvatten kapitaalkosten, bedienings- en onderhoudskosten,
baten van vermeden energiegebruik, effect op aankoop of verkoop van CO2-rechten in het Europese emissiehandelssysteem en voor transport ook reistijdverlies.
De kosten worden uitgedrukt in jaarlijkse kosten en kunnen dan ook gebruikt worden
om in combinatie met de jaarlijkse effecten de kosteneffectiviteit van maatregelen
te berekenen, uitgedrukt als euro per eenheid gerealiseerd effect (ton CO2eq).
Vraag 7
Via welke brieven en op welke momenten wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de
stand van zaken van het Nederlandse klimaat- en energiebeleid?
Antwoord 7
Op het gebied van Klimaat zult u in oktober nader geïnformeerd worden over de inzet
voor de Klimaattop in Parijs. Daarnaast wordt u de komende maanden ook geïnformeerd
over de Nationale Energieverkenning 2015 (oktober 2015), de voortgangsrapportage van
de borgingscommissie Energieakkoord (november 2015) en het Energierapport 2015 (december
2015)3.
Vraag 8
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het debat over de uitspraak van de rechter in
de zaak Urgenda?