Vragen van het lid Jadnanansing (PvdA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over een blinde vrouw die werd gediscrimineerd door het ROC in Nijmegen (ingezonden
29 juli 2016).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 17 augustus
2016).
Vraag 1
Welke consequenties verbindt u aan de uitspraak van het College voor de Rechten van
de Mens in de zaak van een 28-jarige vrouw, namelijk dat het ROC in Nijmegen zich
schuldig heeft gemaakt aan discriminatie door te weigeren deze blinde vrouw onderwijs
te geven?1
Antwoord 1
Aangezien ik geen partij ben in deze zaak verbind ik hier geen consequenties aan.
Vraag 2
Kan het kloppen dat hier slechts een topje van de ijsberg zichtbaar wordt, aangezien
de meeste jongeren die een dergelijke weigering overkomt, de zaak niet aanhangig zullen
maken bij het College voor de Rechten van de Mens.
Antwoord 2
Aangezien hier geen cijfers over beschikbaar zijn, kan ik geen uitspraken doen om
dit te bevestigen of te ontkennen.
Vraag 3
Meent u dat het ROC in Nijmegen ten principale enige grond heeft voor zijn standpunt
dat het VAVO-onderwijs aan een blinde dusdanige aanpassingen vergt dat het een «onevenredige
belasting» zou zijn voor de school en er niet genoeg mensen en middelen zouden zijn
voor het afnemen van toetsen en examens? Zo ja, welke gronden betreft het dan?2
Antwoord 3
Uit de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens maak ik op dat het ROC
Nijmegen (nog) niet duidelijk heeft gemaakt welke inzet van mensen en middelen nodig
is als de blinde vrouw wel tot de opleiding zou worden toegelaten en waarom dat een
onevenredige belasting zou zijn. Maar ook als die onderbouwing er wel zou zijn, is
het niet aan mij om die te beoordelen; dat oordeel kan alleen de rechter uitspreken.
Ik teken daarbij aan dat de rijksbijdrage die het ROC ontvangt ook bedoeld is om voorzieningen
voor leerlingen met een beperking te treffen. Daarnaast kan een ROC voor ambulante
begeleiding van studenten met een visuele beperking een beroep doen op de zogenoemde
cluster-1 instellingen zoals Bartiméus en Viso.
Vraag 4
Stelt het u gerust dat het betrokken ROC zegt dat de uitspraak van het College voor
de Rechten van de Mens reden is om nog eens kritisch te kijken naar het onderzoek
dat ze uitvoeren op het moment dat een persoon met een beperking zich aanmeldt? Waarom
(niet)?
Antwoord 4
Ja, dat stelt mij gerust. Het toont in mijn ogen aan dat het ROC Nijmegen de uitspraak
van het College voor de Rechten van de Mens serieus neemt. ROC Nijmegen heeft mij
gemeld een zorgvuldige toelatingsprocedure voor te staan en in de toekomst alleen
te besluiten tot weigering van personen met een beperking als er sprake is van onevenredige
belasting van het ROC, blijkend uit een gedegen onderbouwing van de weigeringsbeslissing.
Vraag 5
In hoeverre biedt het wetsvoorstel inzake een vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht
tot het beroepsonderwijs zo’n jongere straks soelaas, indien een ROC hem of haar weigert
onderwijs te geven?3
Antwoord 5
Met genoemd wetsvoorstel wordt een toelatingsrecht geïntroduceerd voor iedere student
die een mbo-opleiding op niveau 2, 3 of 4 wil volgen en die de juiste vooropleiding
heeft. De casus waar uw vragen betrekking op hebben, betreft de toelating tot een
VAVO-opleiding, hetgeen een vmbo-tl, havo- of vwo-opleiding kan zijn. Daar ziet het
voorgestelde toelatingsrecht niet op.
Maar ook zonder dit wetsvoorstel is weigering op grond van handicap of chronische
ziekte verboden, zoals ook blijkt uit de uitspraak van het College voor de Rechten
van de Mens. Deze uitspraak is gebaseerd op de Wet gelijke behandeling op grond van
handicap of chronische ziekte (WGB/hcz). Deze wet verbiedt onderscheid op grond van
handicap of chronische ziekte bij het verlenen van toegang tot het onderwijs. Dat
betekent dat een handicap of chronische ziekte geen weigeringsgrond tot het onderwijs
mag zijn. Verder is de school op basis van deze wet verplicht desgevraagd doeltreffende
aanpassingen te verrichten voor een gehandicapte of chronisch zieke student, tenzij
dat een onevenredige belasting vormt voor de instelling.
Per 1 augustus 2009 geldt de WGB/hcz voor al het onderwijs in Nederland.
Vraag 6
Kunt u deze vragen beantwoorden vóórdat de Kamer het plenaire debat over bovengenoemd
wetsvoorstel voortzet?
X Noot
2VAVO: Voortgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs
X Noot
3Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele andere wetten ter invoering
van een vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het beroepsonderwijs,
Kamerstuk 34 457.