Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-20162524

Vragen van de leden Van Bommel (SP) en Sjoerdsma (D66) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het niet uitvoeren van de motie Servaes inzake een internationaal verbod op kernwapens (ingezonden 9 mei 2016).

Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 13 mei 2016).

Vraag 1

Herinnert u zich de motie Servaes c.s., ingediend op 28 april tijdens het debat over het burgerinitiatief Teken tegen Kernwapens, waarin uw wordt opgeroepen om u binnen de VN Open Ended Working Group (OEWG) actief in te zetten voor doeltreffende maatregelen, waaronder de start van onderhandelingen over een internationaal verbod op nucleaire wapens?1 Herinnert u zich ook dat in dezelfde motie de regering tevens wordt verzocht om ook andere lidstaten van het NAVO-bondgenootschap bij deze onderhandelingen te betrekken?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Herinnert u zich de vragen van het lid Sjoerdsma over de uitvoering van deze motie gesteld tijdens het debat: «Ik begrijp dat deze werkgroep maandag begint. We gaan nu niet stemmen over deze motie. De motie heeft nog geen meerderheid. De Minister behandelt deze motie alsof zij een meerderheid heeft. Neemt hij de motie over? Of zegt de Minister: oordeel Kamer, maar weet dat ik maandag wel aan de slag ga met deze motie»? Herinnert u zich ook uw antwoord: «Het is dat laatste»?

Antwoord 2

Als reactie op de motie Servaes cs. (Kamerstuk 34 419, nr. 11) heb ik tijdens het debat gesteld dat de motie een internationaal verbod op nucleaire wapens betreft en het NPV in de overwegingen oproept tot onderhandelingen te goeder trouw over effectieve maatregelen voor het einde aan de nucleaire wapenwedloop, nucleaire ontwapening en een verdrag inzake algemene en complete ontwapening. Daarnaast heb ik aangegeven de motie te steunen, met dien verstande dat het Nederlandse kabinet deze motie zal uitvoeren in de context van de ontwapeningsstappen zoals voorzien in artikel 6 van het NPV.

Vraag 3 en 8

Is het u bekend dat in een gesprek tussen leden van de Noorse delegatie, PAX medewerkers, Noorse campaigners en de Nederlandse delegatie, de Nederlandse delegatie stelde dat de Nederlandse delegatie geen instructie vanuit uw ministerie heeft gekregen naar aanleiding van het debat? Is het u verder bekend dat leden van de Nederlandse delegatie aan andere NAVO lidstaten aangeven dat de motie Servaes c.s. geen enkele invloed zal hebben op de Nederlandse positie tijdens de OEWG?2

Op welke wijze zal de regering uitvoering geven aan de motie-Servaes c.s., gezien de vele voorstellen om te beginnen met onderhandelingen over een kernwapenverdrag?

Antwoord 3 en 8

De OEWG kent drie inhoudelijke bijeenkomsten. Voorafgaand aan de eerste bijeenkomst (22 tot 26 februari 2016) heeft de Nederlandse delegatie de instructie ontvangen om zich, conform de motie Sjoerdsma (Kamerstuk 33 783, nr. 19), actief en constructief in te zetten voor effectieve maatregelen op het gebied van nucleaire ontwapening. Ook tijdens het begin van de tweede bijeenkomst (2 tot 13 mei 2016) heeft de delegatie conform deze instructie gehandeld. De Nederlandse delegatie heeft twee interventies gehouden waarin concrete voorstellen werden gedaan voor effectieve maatregelen op het gebied van nucleaire ontwapening. Daarnaast heeft Nederland een presentatie gehouden en een vraag- en antwoordsessie geleid over de onderwerpen transparantie en verificatie.

De Nederlandse delegatieleider stelde, naar aanleiding van een vraag van PAX over de motie Servaes c.s., dat een kernwapenverbod pas in de tweede week van de huidige OEWG-bijeenkomst aan bod komt en dat hiervoor nog nadere instructies zullen volgen. Deze aanvullende instructies zijn inmiddels verstuurd. De uitkomsten van het debat met uw Kamer over het burgerinitiatief van PAX zijn hierin verwerkt, inclusief de motie Servaes c.s. en mijn reactie daarop. Zie ook het antwoord op vraag 2 hierboven.

Nederland zal in de tweede week van deze bijeenkomst van de OEWG in de gelegenheid zijn om uitvoering te geven aan de motie Servaes c.s. Doelstelling daarbij is het identificeren en bewerkstelligen van effectieve juridische maatregelen die de doelstelling van een kernwapenvrije wereld, inclusief een alomvattend, afdwingbaar en verifieerbaar kernwapenverbod, met deelname van de kernwapenbezitters en in overleg met NAVO-bondgenoten, dichterbij kunnen brengen. Nederland zet zich in voor de totstandkoming van een dergelijk verbod en geeft op die manier uitvoering aan zijn verplichtingen onder Artikel VI van het NPV.

Nederland zal in onderling overleg en samenwerking met (NAVO-) bondgenoten opereren. Tijdens informeel overleg heeft de delegatie verslag gedaan aan NAVO-bondgenoten van het debat op 27 april en hen opgeroepen zich net als Nederland actief en constructief op te stellen in de OEWG.

U zult conform mijn eerdere toezegging schriftelijk nader geïnformeerd worden over het verloop van deze tweede sessie van de OEWG.

Vraag 4

Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat de Nederlandse delegatie in de eerste week van de OEWG daardoor geen uitvoering heeft gegeven aan de motie Servaes c.s.?

Antwoord 4

Zoals aangegeven in het antwoord op de vragen 3 en 8 hierboven, stond een kernwapenverbod pas in de tweede week op de agenda van deze OEWG-bijeenkomst. De Nederlandse delegatie heeft in zijn verklaring in het begin van deze tweede week uitvoering gegeven aan de motie Servaes c.s. en zal dat blijven doen.

Vraag 5 en 6

Bent u bereid de Nederlandse delegatie met grote spoed een nieuwe instructie te sturen, te weten dat deze zich binnen de VN Open Ended Working Group (OEWG) actief in dient te zetten voor doeltreffende maatregelen, waaronder de start van onderhandelingen over een internationaal verbod op nucleaire wapens? Bent u tevens bereid de delegatie te instrueren om ook andere lidstaten van het NAVO-bondgenootschap bij deze onderhandelingen te betrekken?

Bent u bereid deze instructie nog voor de start van de tweede en laatste week van deze OEWG sessie (op 9 mei aanstaande) aan de missie in Genève te sturen?

Antwoord 5 en 6

Zoals aangegeven in het antwoord op de vragen 3 en 8 hierboven, is naar aanleiding van het debat in uw Kamer een instructie gestuurd voor de Nederlandse inzet in de OEWG.

Vraag 7

Bent u er van op de hoogte dat 9 landen tijdens de OEWG het voorstel hebben gedaan dat de Algemene Vergadering van de VN in 2017 een onderhandelingsconferentie zou moeten samenroepen om te gaan onderhandelen over een internationaal verbodsverdrag op kernwapens?3 Bent u er tevens van op de hoogte dat 127 VN-lidstaten een zogenaamd VN working paper hebben ingediend waarin zij oproepen om met spoed een nieuw juridisch bindende maatregel in te stellen om kernwapens te verbieden en elimineren? Bent u ervan op de hoogte dat ook de Latijns Amerikaanse en Caribische landen (CELAC)4, een groep eilandstaten in de Stille Oceaanlanden5, Mexico en Nicaragua hebben aanbevolen te beginnen met deze onderhandelingen?

Antwoord 7

Ja. De voorzitter van de OEWG streeft ernaar om op basis van deze – en vele andere voorstellen – met consensus conclusies en aanbevelingen op te stellen. Het is op dit moment nog te vroeg om te beoordelen in hoeverre individuele voorstellen hierin een plaats zullen krijgen.

Vraag 9

Bent u bereid deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden?6

Antwoord 9

Ja.


X Noot
1

Motie van het lid Servaes c.s. over doeltreffende maatregelen om te komen tot een kernwapenvrije wereld, Kamerstuk nr. 34 419 nr. 11, mede ondertekend door de vraagstellers

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2016Z08727&did=2016D18016

X Noot
2

Over dit gesprek op 3 mei jongstleden deed PAX direct verslag aan de indieners

X Noot
6

Over de motie zal vermoedelijk op 17 mei a.s. worden gestemd.