Vragen van de leden Van Toorenburg en Geurts (beiden CDA) aan de Minister van Veiligheid
en Justitie over het bericht «Reddingsbrigade kan straks werk niet meer doen» (ingezonden
20 april 2016).
Antwoord van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 11 mei 2016).
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van het bericht «Reddingsbrigade kan straks werk niet meer doen»?1
Vraag 2
Is het waar dat er verschil van mening is over de financiering van Reddingsbrigade
Nederland vanaf 2017 tussen uw ministerie en de veiligheidsregio’s? Zo ja, wat is
uw inzet?
Antwoord 2
Vanaf begin 2014 hebben mijn ambtsvoorganger en ik het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio’s
meerdere malen gewezen op het aflopen van een tijdelijke overeenkomst (2011–2015)
tussen mijn ministerie, het Nationaal Rampenfonds en de Reddingsbrigade Nederland.
Het is de verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s om te voorzien in voldoende
hulpverleningscapaciteit bij crises en rampen op en rond het water (Wet veiligheidsregio’s,
art.2.
De Reddingsbrigade Nederland kan hier een bijdrage aan leveren, bijvoorbeeld op het
gebied van evacuatie bij overstromingen. Ik heb de Reddingsbrigade Nederland een eenmalige
bijdrage verstrekt voor 2016. Hiermee bied ik de veiligheidsregio’s en de Reddingsbrigade
Nederland een extra jaar de gelegenheid om alsnog tot structurele afspraken te komen.
Zoals ook door de Kamer verzocht, dring ik er bij het Veiligheidsberaad en de regio’s
op aan dat er een oplossing gevonden wordt.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het risico op overstroming in Nederland groot is en dat de Nationale
Reddingsbrigade met ruim 1000 speciaal opgeleide en geoefende vrijwilligers bij uitstek
gespecialiseerd is in het bij overstroming hulp bieden en mensen evacueren?
Antwoord 3
Ik onderschrijf de noodzaak van voldoende reddingcapaciteit bij (dreigende) overstromingen.
Ik heb veel waardering voor het werk en de inzet van de vele vrijwilligers van Reddingsbrigade
Nederland. Het is de verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s om te voorzien
in voldoende hulpverleningscapaciteit bij crisis en rampen op en rond het water. Reddingsbrigade
Nederland kan hier een bijdrage aan leveren. Naast deze organisatie zijn ook andere
publieke en private organisaties actief op dit gebied. Het is aan de veiligheidsregio’s
om te bepalen in hoeverre zij gebruik willen maken van de kennis en kunde van Reddingsbrigade
Nederland.
Vraag 4
Is het waar dat de Nationale Reddingsbrigade zich gedwongen ziet de Nationale Reddingsvloot
te ontmantelen als er vóór eind mei geen overeenstemming over de financiering is?
Antwoord 4
Ik deel de zorg die Reddingsbrigade Nederland heeft over de continuïteit van de Reddingsvloot
als gevolg van het uitblijven van zekerheid over de financiering na 2016. Ik heb dit
de voorzitter van Reddingsbrigade Nederland meegedeeld en tevens laten weten dat de
waterhulpverlening een taak is van de veiligheidsregio’s. Ik heb mede naar aanleiding
van de aangenomen motie, Kamerstuk 30 821, nr. 31, ingediend door de leden Tellegen (VVD) en Kooiman (SP), het Veiligheidsberaad uitgenodigd
om vóór eind mei in overleg te gaan om te bevorderen dat er een oplossing komt voor
de toekomstige financiering.
Vraag 5
Deelt u de mening dat de specifieke kennis en capaciteit van de Nationale Reddingsbrigade
in het kader van de samenwerking met de veiligheidsregio’s buiten kijf staat?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 6
Is het waar dat de kennis en kunde van deze vrijwilligers volgens een recent rapport
bij geen enkele andere hulpdienst in ons land in deze omvang en georganiseerde paraatheid
beschikbaar is?
Antwoord 6
Het is de verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s om te voorzien in voldoende
hulpverleningscapaciteit bij crisis en rampen op en rond het water. Reddingsbrigade
Nederland kan hier een bijdrage aan leveren. Naast deze organisatie zijn ook andere
publieke en private organisaties actief op dit gebied. Het is aan de veiligheidsregio’s
om te bepalen in hoeverre zij gebruik willen maken van de kennis en kunde van Reddingsbrigade
Nederland.
Vraag 7
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat de Nationale Reddingsvloot wordt ontmanteld
en kennis, kunde en inzet van de betrokken vrijwilligers teloor gaan?
Antwoord 7
Na het aflopen van een tijdelijke overeenkomst (2011–2015) tussen mijn ministerie,
het Nationaal Rampenfonds en Reddingsbrigade Nederland, heb ik Reddingbrigade Nederland
voor 2016 eenmalig een bijdrage toegekend. Hiermee heb ik Reddingsbrigade Nederland
en de veiligheidsregio’s een extra jaar de gelegenheid geboden om te komen tot structurele
afspraken.
Om dit te bevorderen heb ik het Veiligheidsberaad uitgenodigd hierover vóór eind mei
in overleg te treden.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Tellegen (VVD),
ingezonden 20 april 2016 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 2505).
X Noot
1RTL-Nieuws, 16 april 2016
X Noot
2RTL-Nieuws, 16 april 2016.