Vragen van het lid Tellegen (VVD) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over
het bericht «Reddingsvloot strandt» (ingezonden 20 april 2016).
Antwoord van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 11 mei 2016).
Vraag 1
Hoe beoordeelt u de berichten uit het artikel «Reddingsvloot strandt»?1
Antwoord 1
Zoals ook door de Kamer is verzocht dring ik er bij het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio’s
op aan dat er een oplossing wordt gevonden voor de financiering na 2016 van de Nationale
Reddingsvloot. Ik heb hiertoe op 28 april jl. een brief gestuurd aan het Veiligheidsberaad.
Ik heb het Veiligheidsberaad uitgenodigd om hierover voor eind mei in overleg te treden.
Vraag 2
Bent u het eens met de stelling dat de ramp- en crisisactiviteiten van de Reddingsbrigade
Nederland van essentieel belang zijn voor de nationale veiligheid in het geval van
calamiteiten op het water en dus moet blijven bestaan?
Antwoord 2
Ik heb grote waardering voor het werk en de inzet van de vele vrijwilligers van de
Reddingsbrigade Nederland bij de waterhulpverlening. Het is de verantwoordelijkheid
van de veiligheidsregio’s om te voorzien in voldoende hulpverleningscapaciteit bij
crises en rampen op en rond het water. De Reddingsbrigade Nederland kan hier aan bijdragen.
Naast deze organisatie zijn ook andere publieke en private organisaties actief op
dit gebied.
Vraag 3
Hoe komt het dat er op dit moment nog geen duidelijkheid is over de financiering na
2016 van deze taken van de Reddingsbrigade Nederland? Klopt het dat veiligheidsregio’s
voor de Reddingsbrigade Nederland bedoeld geld hebben gebruikt voor andere doeleinden,
waardoor er nu financieringsproblemen zijn?
Antwoord 3
Vanaf begin 2014 hebben mijn ambtsvoorganger en ik bij het Veiligheidsberaad en de
veiligheidsregio’s aandacht gevraagd voor het aflopen van een tijdelijke overeenkomst
(2011–2015) tussen mijn ministerie, het Nationaal Rampenfonds en de Reddingsbrigade
Nederland. Tot op heden heeft dit niet geleid tot afspraken tussen de veiligheidsregio’s
en de Reddingsbrigade Nederland, ondanks een éénmalige bijdrage van mij voor 2016
aan de Reddingsbrigade Nederland om dit jaar tot afspraken te komen tussen de veiligheidsregio’s
en de Reddingsbrigade Nederland.
Vraag 4
Bent u het eens met de stelling dat veiligheid niet in het geding mag komen door bestuurlijk
gesteggel? Zo ja, hoe gaat u er voor zorgen dat er ook na 2016 financiering komt voor
onder andere het onderhoud van de boten en het materiaal, waardoor de ramp- en crisisactiviteiten
voortgezet kunnen worden?
Antwoord 4
De financiële middelen waarover de regio’s beschikken zijn afkomstig uit bijdragen
van gemeenten en van het Rijk. Deze bijdragen dienen te worden besteed aan de taken
van de veiligheidsregio’s die in de Wet veiligheidsregio’s zijn opgenomen. De nadere
toedeling van deze bijdragen over deze taken wordt aan de regio’s overgelaten.
Vraag 5
Kloppen de berichten dat de Reddingsbrigade Nederland op dit moment al meer capaciteit
nodig heeft om in het geval van een overstroming voldoende adequaat te kunnen handelen?
Zo ja, wat bent u van plan hieraan te doen?
Antwoord 5
Het uitblijven van afspraken tussen de veiligheidsregio’s en de Reddingsbrigade Nederland
kan en mag er niet de oorzaak van zijn dat de waterhulpverleningstaak in het geding
komt. Ik ga met het Veiligheidsberaad in overleg om er op aan te dringen dat er een
einde komt aan de bestuurlijke impasse en dat er een oplossing gevonden wordt, mede
naar aanleiding van de aangenomen motie 30 821, nr. 31, ingediend door de leden Tellegen (VVD) en Kooiman (SP).
Vraag 6
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat de Reddingsbrigade Nederland nu en in de toekomst
in staat blijft de ramp- en crisisactiviteiten voort te zetten? Bent u hierover in
overleg met de Minister van Infrastructuur en Milieu?
Antwoord 6
De hulpverlening in geval van overstromingen is een taak van de veiligheidsregio’s.
De regio’s hebben de verantwoordelijkheid om hier voldoende op te zijn voorbereid,
teneinde adequaat te kunnen handelen.
Vraag 7
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat de Reddingsbrigade Nederland nu en in de toekomst
in staat blijft de ramp- en crisisactiviteiten voort te zetten? Bent u hierover in
overleg met de Minister van Infrastructuur en Milieu?
Antwoord 7
Na het aflopen van een tijdelijke overeenkomst (2011–2015) tussen mijn ministerie,
het Nationaal Rampenfonds en de Reddingsbrigade Nederland heb ik de Reddingbrigade
Nederland in 2016 eenmalig een bijdrage toegekend. Hiermee hebben de Reddingsbrigade
Nederland en de veiligheidsregio’s een extra jaar de gelegenheid om te komen tot structurele
afspraken. Om dit te bevorderen ben ik in overleg met de betrokken partijen. Ook is
er overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.