Vragen van het lid De Roon (PVV) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over illegale
bouwactiviteiten in Judea en/of Samaria, gefinancierd door Nederland en/of de Europese
Unie (ingezonden 17 maart 2016).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister voor
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 2 mei 2016).
Vraag 1
Kent u het bericht «Outrage as EU claims diplomatic immunity after using OUR aid money
to «meddle in the Middle East» by building on disputed West Bank land»?1
Vraag 2, 3 en 4
Erkent u dat Israël naar internationaal recht bestuursbevoegd is in area C (het door
Israël bestuurd gebied) in Judea en Samaria? Zo neen, waarom niet?
Waarom financiert de Nederlandse overheid of de Europese Unie bouwactiviteiten voor
of door Palestijnen in area C waarvoor geen bouwvergunning is afgegeven door de bevoegde
Israëlische autoriteiten?
Vormen dit soort acties van Nederland en de Europese Unie een inbreuk op de Oslo-akkoorden?
Zo neen, waarom niet?
Antwoord 2, 3 en 4
Nederland en de EU financieren projecten ten behoeve van de Palestijnse bevolking.
De EU financiert bijvoorbeeld meerdere projecten waarbij Palestijnen humanitaire bijstand
krijgen om te kunnen overleven op de plek waar zij wonen. Palestijnse gemeenschappen
staan onder grote druk van gedwongen verhuizing naar andere delen van de Westelijke
Jordaanoever, onder meer door stelselmatige afwijzingen van bouwvergunningen. Als
gevolg van het ontbreken van de vergunningen staan de gemeenschappen bloot aan een
verhoogd risico op sloop van hun huizen en tenten en andere basisvoorzieningen.
Deze voorzieningen voor de Palestijnse bevolking zijn in lijn met het internationaal
recht. Area C maakt onderdeel uit van de door Israël bezette gebieden. Israël heeft
als bezettende mogendheid op basis van het bezettingsrecht specifieke
verplichtingen jegens de Palestijnse bevolking. Zo is gedwongen verplaatsing van de
burgerbevolking van het bezette gebied of vernieling niet toegestaan. Als bezettende
mogendheid is het Israël op basis van het bezettingsrecht verboden roerende of onroerende
goederen te vernielen, behoudens in de gevallen waarin militaire operaties een zodanige
vernieling volstrekt noodzakelijk maken. Het is aan Israël om aan te tonen dat sprake
is van een dergelijke uitzondering. Op basis van de beschikbare informatie lijken
deze vernielingen niet onder deze uitzondering te vallen.
In de Oslo akkoorden was voorzien dat Israël voor een periode van 5 jaar de verantwoordelijkheid
voor civiel bestuur en veiligheid in Area C zou hebben, maar deze laten Israëls verplichtingen
op basis van het bezettingsrecht onverlet.
Vraag 5 en 7
Hoeveel geld heeft Nederland en hoeveel geld heeft de Europese Unie daaraan uitgegeven
in de afgelopen vijf jaren?
Hoeveel geld heeft Nederland en hoeveel geld heeft de Europese Unie in de afgelopen
vijf jaren uitgegeven aan het opnieuw financieren van bouwwerken ter vervanging van
bouwwerken die eerder door de bevoegde Israëlische autoriteiten illegaal waren verklaard
en afgebroken?
Antwoord 5 en 7
De EU heeft in de periode 2011–2015 € 65.337.311,00 uitgegeven aan humanitaire projecten
in de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Het Nederlandse ontwikkelingsprogramma
is onder meer gericht op vergroten van de Palestijnse voedselzekerheid en toegang
tot water. Programma’s die hieraan bijdragen worden grotendeels in Area C uitgevoerd.
De totale Nederlandse uitgaven aan deze doelstellingen in 2011–2016 zijn € 19.160.964.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het verspilling van geld van de Nederlandse belastingbetaler
is om bouwwerken te financieren, waarvan u weet of redelijkerwijs kunt vermoeden dat
die door de bevoegde Israëlische autoriteiten als illegaal zullen of kunnen worden
bestempeld en mitsdien het risico lopen afgebroken te worden?
Vraag 8
Hoe vaak wilt u zich stoten aan dezelfde steen?
Antwoord 8
Verbetering van de levensomstandigheden voor Palestijnen vergroot hun perspectief
op een beter leven en draagt bij aan een klimaat waarin aan duurzame vrede gewerkt
kan worden. Het ontwikkelingsprogramma wordt onder bijzondere omstandigheden uitgevoerd,
te weten de bezetting. Hieraan zijn bepaalde risico’s verbonden. Bij de opzet van
het programma wordt een afweging gemaakt tussen de risico’s en het beoogde resultaat.
De kans op interventies van het Israëlische leger is een van de risico’s die is meegenomen
in de afwegingen.
Vraag 9
Wie zijn de Nederlandse diplomaten die, naast Peter Mollema, zijn afgebeeld op de
foto’s in bovengenoemd bericht?
Antwoord 9
Het betreft medewerkers van de Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah.
Vraag 10
Hoe vaak heeft Nederland in de afgelopen vijf jaren geweigerd om gerechtelijke stukken
van Israëlische justitiële autoriteiten, bestemd voor de Staat der Nederlanden c.q.
voor Nederlandse diplomaten, in ontvangst te nemen?
Antwoord 10
Dat is niet aan de orde geweest.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Bommel,
ingezonden 5 februari 2016 (vraagnummer 2016Z02467) en van het lid Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk) ingezonden 17 maart 2016 (vraagnummer 2016Z05536)