Vragen van de leden Van Veen en Veldman (beiden VVD) aan de Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap over het artikel «Financiële zorgen Fort Pannerden vanwege monumentstatus»
(ingezonden 4 april 2016).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 25 april
2016).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Financiële zorgen Fort Pannerden vanwege monumentstatus»?1
Vraag 2
Klopt het dat de monumentenstatus van Fort Pannerden wordt herzien? Kunt u de reden
hiervoor toelichten? Welke partijen zijn betrokken bij de totstandkoming van dit besluit?
Antwoord 2
Het klopt dat de monumentenstatus van Fort Pannerden opnieuw wordt bezien. Een voorstel
tot uitbreiding van de bescherming van Fort Pannerden is voor advies voorgelegd aan
de provincie Gelderland, de gemeente Lingewaard en de Raad voor Cultuur. Van alle
drie deze instanties is een positief advies ontvangen. De eigenaar en andere belanghebbenden
zijn in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op het voornemen.
Met het voorstel wordt uitvoering gegeven aan de Beleidsregel aanwijzing beschermde
monumenten 2009 (Stcrt. 2009, nr. 1). Daarin is aangekondigd dat via een aanwijzingsprogramma de bescherming van de verschillende
onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zal worden verbeterd. De uitvoering
van dit aanwijzingsprogramma nadert zijn afronding.
Vraag 3
In hoeverre bent u van mening dat de genoemde wijziging noodzakelijk is? Kunt u uw
antwoord toelichten?
Antwoord 3
De huidige bescherming, die dateert uit 1971, doet onvoldoende recht aan de verschillende
waarden die het Fort Pannerden vertegenwoordigt. Met het voorgenomen besluit worden
de aanwezige complexonderdelen en hun monumentale waarden expliciet benoemd en geplaatst
binnen het strategische belang van het fort voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Daarnaast is van belang dat het Kabinet het voornemen heeft uitgesproken om de Nieuwe
Hollandse Waterlinie bij UNESCO voor te dragen als werelderfgoed (brief van de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 april 2011, Kamerstuk 32 725, nr. 1). De verbeterde beschrijving en bescherming van de verschillende onderdelen van de
waterlinie draagt eraan bij om een succesvolle nominatie te kunnen doen in het kader
van het Werelderfgoedverdrag
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de waarschuwing van de gemeente Lingewaard dat de herziene monumentenstatus
een gezonde exploitatie van Fort Pannerden mogelijk in de weg staat?
Antwoord 4
In het advies van 22 maart 2016 geven burgemeester en wethouders van Lingewaard aan
dat de gemeente blij is met de voorgelegde uitgebreide omschrijving van het Rijksmonument
Fort Pannerden, een omschrijving die ook recht doet aan de positie en het belang van
Fort Pannerden binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie». Wel geeft de gemeente aan dat
mogelijk onbedoelde beperkingen optreden voor een duurzame exploitatie. In het bijzonder
wordt daarbij gewezen op het voornemen om een zomerterras te realiseren.
Ik deel de zorgen van de gemeente niet. Binnen het nationaal project Nieuwe Hollandse
Waterlinie wordt door de verschillende overheden en eigenaren nauw samengewerkt om
de duurzame herbestemming van dit erfgoed mogelijk te maken. Elders langs de waterlinie
zijn vele voorbeelden te vinden die illustreren dat instandhouding van monumenten
en duurzame exploitatie (juist ook met horeca-voorzieningen) prima samengaan. Denk
daarbij aan de exploitatie van andere rijksbeschermde forten zoals Fort bij Vechten
en het Waterliniemuseum Fort bij Vechten, Fort Altena langs de A27 en het Fort Kijkuit,
dit jaar winnaar van de Europa Nostra prijs.
Een positieve stimulans gaat ook uit van het gegeven dat de status van rijksmonument
toegang geeft tot rijksmiddelen voor instandhouding van het cultureel erfgoed.
Vraag 5
Wordt bij het toekennen of wijzigen van een monumentenstatus rekening gehouden met
het lokale draagvlak en een (blijvend) gezonde exploitatie?
Antwoord 5
Conform de Monumentenwet 1988 worden bij het aanwijzingsbesluit alle ingewonnen adviezen
en ingediende zienswijzen van belanghebbenden meegewogen. Deze afweging vormt een
integraal onderdeel van de motivering van het besluit.
Vraag 6
Ziet u mogelijkheden om de monumentenstatus terug te brengen naar de stenen begrenzing
van het fort zelf? Zo ja, zou u hiertoe bereid zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Bij mijn besluit over de bescherming van het fort zullen alle adviezen worden meegewogen.
Gelet op de positieve strekking van deze adviezen, en mijn beleid ten aanzien van
de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, ligt het niet voor de hand om helemaal
terug te komen op voorgenomen uitbreiding van de bescherming van het fort.
Wel heeft de gemeente Lingewaard in haar advies een minder grote uitbreiding van de
bescherming bepleit. Naar aanleiding van dit advies wil ik een aanpassing van het
huidige voorstel overwegen om de voorgestelde historische begrenzing van het fort
in lijn te brengen met de actuele situatie. Ik heb de Rijkdienst voor het Cultureel
Erfgoed gevraagd om daarover het gesprek met de gemeente aan te gaan. Vervolgens neem
ik in juni 2016 een besluit.