Vragen van de leden Van Dekken en Marcouch (beiden PvdA) aan de Ministers van Veiligheid
en Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over wangedrag van zichzelf voetbalsupporter
noemende Nederlanders in Madrid (ingezonden 21 maart 2016).
Antwoord van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 6 april 2016).
Vraag 1
Kent u de berichten «Verontwaardiging in Spanje om gedrag PSV-supporters»1 en «Spaanse justitie gaat PSV-supporters mogelijk vervolgen»2? Herinnert u zich de antwoorden op de vragen over voetbalgeweld door Nederlanders
in Rome?3
Vraag 2, 3
Voelt ook u de afschuw en de plaatsvervangende schaamte voor de wijze waarop die Nederlanders
zich in Madrid hebben gedragen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat de wijze waarop deze Nederlanders zich in Madrid hebben misdragen
niet getolereerd mag worden? Zo ja, staan behalve wat de Spaanse autoriteiten gaan
doen, ook u middelen open om tegen dit soort gedrag maatregelen te nemen en zo ja,
welke? Zo nee, waarom deelt u die mening niet?
Antwoord 2, 3
Het vertoonde gedrag hoort noch thuis op en rond het voetbalveld noch elders in deze
samenleving. Omdat het incident heeft plaatsgevonden in Spanje is het in eerste instantie
aan de Spaanse instanties om maatregelen te nemen. Nederland zal waar mogelijk volledige
medewerking verlenen aan de Spaanse autoriteiten. Daarnaast heeft de betreffende club
maatregelen genomen tegen de betrokkenen. De club heeft met de geïdentificeerde betrokkenen
gesprekken gevoerd en heeft stadionverboden uitgedeeld, variërend in duur van 12 tot
36 maanden. De stadionverboden zijn opgelegd omdat de betrokken personen de club in
diskrediet hebben gebracht.
Vraag 4
Weet u of de burgemeesters van de woonplaats van deze Nederlanders op grond van artikel
172a van de Gemeentewet in verband met deze misdragingen vrijheid beperkende maatregelen,
waaronder een meldplicht, hebben opgelegd of overwegen?
Antwoord 4
Het is aan de burgemeester van de gemeente waaruit een persoon afkomstig is om te
bepalen of er aanleiding is om een maatregel op grond van de Gemeentewet op te leggen
en te bezien of dat mogelijk is. Dit behoort tot het domein van de burgemeester. Ik
vind het daarnaast niet juist om te treden in de beoordeling van individuele casussen.
Vraag 5
Kan op basis van racistisch gedrag het genoemde artikel in de Gemeentewet worden gebruikt
voor het opleggen van gedragsbeperkende maatregelen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom
niet en acht u het dan wenselijk om dat wel mogelijk te gaan maken?
Antwoord 5
Aan een beslissing op grond van artikel 172a van de Gemeentewet worden relevante verstoringen
van de openbare orde ten grondslag gelegd. Een bepalend criterium is dat de burgemeester
die de maatregel oplegt ernstige vrees heeft voor verdere verstoring van de openbare
orde in zijn eigen gemeente. Indien dit het geval is, kan een burgemeester een maatregel
opleggen ter bescherming van de openbare orde in zijn gemeente.
Vraag 6
Wanneer treedt de onlangs ook in de Eerste Kamer aangenomen Wet bestrijding van voetbalvandalisme
en ernstige overlast (Kamerstuk 33 882) in werking? Welke mogelijkheden voegt deze wet dan toe aan de middelen die ter beschikking
staan om op te treden tegen Nederlandse supporters die zich in het buitenland misdragen?
Antwoord 6
De Wet tot wijziging van de Gemeentewet en het Wetboek van Strafrecht ter aanscherping
van de maatregelen ter bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast is op
1 juli 2015 in werking getreden4.
Aan de mogelijkheden die de officier van justitie en de strafrechter al hadden om
op te treden tegen Nederlandse supporters die in het buitenland strafbare feiten hebben
gepleegd en nog niet in het buitenland voor de feiten zijn veroordeeld, is de mogelijkheid
voor de strafrechter toegevoegd om aan een veroordeelde van een strafbaar feit een
gebiedsgebod op te leggen. Tevens kan de rechter door de inwerkingtreding van deze
wet een gebiedsverbod, contactverbod, meldplicht of gebiedsgebod opleggen voor een
termijn van vijf jaar in plaats van twee jaar.
Voor de burgemeester maakt deze wet het mogelijk om aan supporters, die de openbare
orde herhaaldelijk of eenmalig ernstig hebben verstoord in binnen- en buitenland en
er ernstige vrees is voor verdere verstoring van de openbare orde in de eigen gemeente,
een maatregel op te leggen verspreid over negentig dagen binnen een tijdsvlak van
ten hoogste vierentwintig maanden. Tot slot kan de burgemeester een persoon, aan wie
door een private organisatie een sanctie is opgelegd, een maatregel opleggen wegens
gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de
openbare orde zal verstoren in zijn gemeente.
X Noot
3Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1599