Vragen van het lid Bashir (SP) aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst over de voortgang
van de aanpak van koopkrotten in Rotterdam-Zuid (ingezonden 26 februari 2016).
Antwoord van Minister Blok (Wonen en Rijksdienst) (ontvangen 16 maart 2016).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht dat de aanpak van Rotterdamse achterstandswijken
traag verloopt?1
Antwoord 1
Het is mij bekend dat de voortgang in de pijler wonen van het Nationaal Programma
Rotterdam Zuid (NPRZ) vertraging dreigt op te lopen door verschil van mening over
wie op lokaal niveau voor de aanpak van de 10.000 te slopen particuliere woningen
en een gebrek aan financiële middelen voor dit doel. De rijksoverheid is deelnemer
aan het Nationaal Programma en ondersteunt partijen bij het realiseren van de ambities.
Daarnaast ben ik naar aanleiding van de motie De Vries c.s. (PvdA, nummer 30 136, nr. 44), waarin de regering wordt verzocht om de gemeente Rotterdam en andere betrokkenen
te ondersteunen bij het opstellen van een plan voor de realisatie van de opgave in
de pijler wonen, in overleg met de relevante partijen om met hen tot een oplossing
te komen. Vóór 1 april 2016 zal ik uw kamer hierover informeren.
Vraag 2
Welke redenen liggen ten grondslag aan het trage verloop van het opknappen van Rotterdam-Zuid,
en waarop is het tekort van € 40 mln., waarover de gemeente en corporaties ruziën,
gebaseerd? Wat is uw betrokkenheid hierbij?
Antwoord 2
De problemen in de wonen pijler concentreren zich op de aanpak van 10.000 slechte
woningen in de particuliere voorraad, waarvoor een grootschalige transformatie wordt
beoogd. In de «Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020», die op 1 maart
jl. door het college van B&W van Rotterdam is vastgesteld, staat dat met de herstructurering
van de 10.000 woningen een onrendabele top van circa € 50 miljoen op jaarbasis is
gemoeid. Hierbij wordt uitgegaan van een tekort van € 100.000 per woning gedurende
20 jaren. Op dit moment heeft de gemeente Rotterdam voor 2016 € 10 miljoen gereserveerd.
Voor latere jaren is nog geen besluit genomen. Zo is het bedrag van € 40 miljoen tot
stand gekomen. Het trage verloop komt ook omdat de gemeente en de vier op Zuid werkzame
woningcorporaties van mening verschillen over wie voor de particuliere woningvoorraad
primair aan zet is. De rijksoverheid is deelnemer aan het Nationaal Programma en helpt
partijen door met hen het overleg aan te gaan om uit de impasse te komen.
Vraag 3
Deelt u de mening van o.a. huurders en woningcorporaties dat het onwenselijk en onbehoorlijk
is als huurders en corporaties moeten opdraaien voor het verkrotten en vervuilen van
particuliere huizen in Rotterdam-Zuid? Kunt u uw antwoord toelichten?2
Antwoord 3
De kerntaken van de woningcorporaties zijn vastgelegd in de Woningwet, nl. het bouwen,
verhuren en beheren van betaalbare woningen voor de doelgroep. Dat sluit niet uit
dat corporaties in voorkomende gevallen sloopwoningen opkopen en daarvoor nieuwbouw
met betaalbare huren realiseren, danwel niet-DAEB woningen als er geen belangstelling
is van de markt. De huurders en woningcorporaties maken onderdeel uit van de overlegronde,
daarbij wordt ook gekeken naar de invulling van de motie de Vries c.s. (nummer 30 136, nr. 44). Vóór 1 april 2016 zal ik uw kamer informeren hoe ik deze motie zal invullen.
Vraag 4
Bent u bereid om te voorkomen dat de kosten voor het slopen of renoveren van tienduizend
koopwoningen worden afgewenteld op huurders en corporaties, die geen schuld hebben
aan het verval van het particuliere bezit? Zo ja, hoe gaat u dit doen?
Antwoord 4
Zie antwoord vraag 3.
Vraag 5
Is met het terugtrekken van de concept-Woonvisie door het college van B&W in Rotterdam
de sloopopgave van tienduizend particuliere woningen van de baan? Zo ja, wat gaat
er dan gebeuren om verkrotting aan te pakken, en hoe gaat u hierbij helpen?
Antwoord 5
Nee, in de «Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020», die op 1 maart
jl. door het college van B&W van Rotterdam is vastgesteld, is de ambitie gehandhaafd
om «bij 10.000 woningen een noodzakelijke herstructurering door te voeren». Hierbij
gaat het om sloop – nieuwbouw, grote renovatie, samenvoeging, of inzet als kluswoning.
Hoe de gemeente Rotterdam de ambitie gaat realiseren is nog niet bekend. Hierover
vindt het overleg plaats, zie beantwoording vraag 1.
Vraag 6
Kunt u uw antwoorden op deze Kamervragen, alsmede de uitkomsten van de gesprekken
die u voert met alle betrokkenen over de impasse in Rotterdam-Zuid, de Tweede Kamer
doen toekomen vóór de verdere behandeling van de uitbreiding van de Rotterdamwet?
Zo nee, waarom niet?3
Antwoord 6
Ja. De beantwoording van deze Kamervragen vindt plaats vóór de behandeling van de
uitbreiding van de Rotterdamwet, die is voorzien in week 12.
X Noot
3Uitbreiding Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, Kamerstuknummer
34 314.